IJSLANDREISBOEK
PREPARATIONS
Eindhoven, 17 mei 2006, 04:00h
De
voorbereidingen zijn in volle gang. Vandaag de bus geverfd en de eerste
levensmiddelen afgewogen. Nu selecteren wij de theeën die meegaan. Het zijn
spannende dagen! We moeten een pakket voor Duitsland/Denemarken, een pakket
voor de boot en een levensmiddelenpakket voor IJsland samenstellen. Marrit
heeft de toegestane hoeveelheid proviand (3 kg per persoon) tot op de gram
nauwkeurig afgewogen en er een staatje bij gemaakt.
Spelletjes en
leesvoer gaan mee voor de bootreis.
Vandaag is het
5° in Reykjavik en het regent.
Ik heb ook de
Deense verkeerssite gecheckt. Altijd licht voeren is daar de norm, net als op
IJsland. En in het Deense heeft men de maximum snelheid verhoogd tot 130, net
als in Frankrijk.
Niet dat we van
plan zijn te gaan scheuren, zeker niet.
Duitsland
plannen we te doorkruisen via de snelweg maar in Denemarken nemen we de
kustwegen vanaf de grens. In Jutland ben ik nog nooit geweest. Reuze benieuwd.
We hebben
lijstjes gemaakt voor de mee te nemen bescheiden. Wil heeft mij zijn parka
geleend. Het interieur van de camper is omgetoverd door de wijnrode fluwelen
gordijnen, buitengewoon knusjes!
Het heeft heel
wat voeten in de aarde gehad om hem reisklaar te maken maar nu is het dan
zover.
Ons huis voor
een kleine maand.
Eindhoven, 19 mei 2006, 02:30h
Zojuist het
laatste optreden gedaan vóór de vakantie. In Heerlen gespeeld
voor het ABP het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Een gezellige
zattemansbende maar ik stak ze zó in mijn zak, bij wijze van spreken.
Marrit werkt
vannacht. Ik ga vroeg naar bed want ik heb morgenmiddag rendez-vous bij Dennis
"Kenny Goedgaan" om de luifel op de camper te monteren.
En dan zijn we
dus reisvaardig.
Telkens moet ik
de meeneemlijst nog aanvullen, je ziet zo gauw iets over het hoofd... en
IJsland is duur als consumptieland, zeggen ze. Dat is ook logisch want het
gemiddelde inkomen ligt op $50,000.-.
Wat de ouderdom
betreft; het ene boek heeft het over 3 miljoen jaar, het andere over 16 miljoen
jaar, maar hoe het ook zij, op die honderden miljoenen jaren dat het vasteland
oud is scheelt dat toch niks.
IJsland is
piepjong. Zoals het is op IJsland is het vroeger overal begonnen. Het moet een
hard, meedogenloos bestaan geweest zijn voordat de mens muziek maakte rond het
kampvuur. Leven zoals de wolven; altijd op je qui vive, rusteloos en op alles
bedacht.
Eindhoven, maandag 22 mei 2006, 04:45h
De luifel zit
erop. Met Dennis zaterdagmiddag opgezet. 's Avonds opgetreden in Café De Klomp te Etten Leur;
vrijdag toen we ook gesleuteld hadden was dat totaal door mijn kop gegaan.
Hoef je niet te
vragen hoe spannend ik het vind.
---
Opgestaan om
13:30h. Mijn handschoen gerepareerd en nu klaar voor de boodschappen, wachtend
op Mare, wier Hond(aat)je ik meeneem omdat zij de bus gaat laden en die even
háár errands doet. Bij de kaupfelagud (supermarkt)
en zo.
Eindhoven, dinsdag 23 mei 2006, 02:20h
Maartje is al
naar bed.
Zij heeft ècht
kort geslapen. Ik heb mijn haar in de henna staan en wacht geduldig tot het is
ingetrokken. De bus is nagenoeg geladen. Het Internet meldt blisters of snow op
IJsland. Zelfs de ringweg is op sommige plaatsen moeilijk begaanbaar. Temp
tussen -5 en +5°.
OP WEG
Orvelte, 24 mei 2006, 16:00h
Bij Jeroen en
Irma.
Irma is boodschappen
doen.
Gelogeerd op de
parking van Orvelte, aankomst vanmorgen om half
5. Tot 11 uur geslapen en toen naar onze vrienden Jeroen en Irma gegaan die een
tinnengieterswinkeltje exploiteren. Irma was boodschappen doen. Fijn in de
keuken van de eeuwenoude boerderij ontbeten en toen op den deel onder het
rieten afdak met Jeroen een pafje gemaakt, hij zijn shaggie en wij ons jointje
en mijn blowgear in Orvelte achtergelaten.
Anna vertrouwt
mij nog steeds niet.
Hammelev (DK) 25 mei 2006, 00:30h
Duitsland
doorkruist. We hebben ons verbaasd hoe lang het licht bleef. Constant in de
regen gereden.
Maar nu is het
tijd voor een goede maaltijd! Waarbij wij ontdekken dat we 8 soeplepels bij ons
hebben. David Rovics speelt vanavond in Aarhus.
We sturen hem een sms, en dan gaan we lekker eten.
David lukt
niet. We eten andijviestamp. Tegelijk lees ik Marrit voor uit een IJslandse
detective van Desmond Bagley.
Buiten is het
een graad of tien, binnen staan de piepers te pruttelen. Naast ons heeft een
Poolse DAF postgevat. Slapen op de snelwegparking in je eigen huisje heeft toch
ook wel wat. Ik heb de situatie op de kaart bekeken; met een beetje geluk
kunnen we morgen al in Hanstholm zijn, dan
hebben we nog een volle dag om het havenplaatsje te verkennen.
Hammelev (DK) 25 mei 2006, 16:30h
Lekker
uitgeslapen tot 14:00h. Het is hemelvaartsdag volgens de bijgelovigen.
Geen berichten
van het buitengebeuren. Vanmorgen leeggelopen. Oorzaak multiple choice. Op dit
moment schijnt de zon, maar het wisselt nogal.
Koud is het echter
niet. We zijn van plan via het binnenland naar Hanstholm
te rijden. De 'langs de kust route' die we oorspronkelijk gepland hadden gaat
toch wat teveel tijd vergen. Dat doen we als we teruggaan. Gisteren
ongelooflijke scènes. Ik was in 1968 eens door Hamburg
gereden op weg naar Kopenhagen maar dat is nu
wel even anders. Vooral de scenery voordat je de Elbetunnel induikt is een
droom voor alle modelspoorliefhebbers. Maar nu even ontbijten met een
hardgekookt eitje.
Hanstholm (DK), de camping
25 mei 2006, 23:48h
Vanuit ons
camperraampje kijken wij uit over het noordpuntje van de Noordzee. Er staat een
flinke bries die de bus zo nu en dan lichtelijk uit de veren tilt.
Net alsof we al
op zee zitten...
Een
onvergetelijke locatie hier in de duinen. En de vakantie is eigenlijk niet eens
begonnen.
Want zaterdag,
de 27e gaan we pas scheep.
Hanstholm is een klein dorpje met op het eerste
gezicht allemaal nieuwbouw, veel haven- en vissersgedoe.
"Don't
clean fish on the kitchentable!" (Lake Wobegon
Days by Garrisson Keillor)
De camping is
een Eldorado voor zeevissers; speciaal fileerhuis en diepvries.
Even aan zee
wezen kijken.
Keienstrand,
moeilijk lopen, wit oplichtende boulders. Wel gewoon toegankelijk, geen hekken,
parkings en permits zoals in Nederland. We zitten hier zo'n 700 km
noordelijker, je ziet dat het licht blijft, ondanks de nacht.
-o-
Wakker worden
met uitzicht op zee. Camping Zeezicht. Een manshoge bremstruik naast de bus. Na
het hectische Nederland en Duitsland is Denemarken een verademing. Hier is nog
ruimte. Het landelijke Denemarken doet soms denken aan het Franse platteland;
behalve dan de voorliefde voor oker op de huismuren.
Vandaag schijnt
de zon. Gisteren trouwens ook maar de rit van Drenthe naar Haderslev was een en al regen. We hebben gisteren aan
de haven de plaatselijke cafeteria (alleen in Holland zeggen ze cafetAria, dus
een beetje Europees denken màg) reeds verkend om een bordje fritten (da's weer
Vlaams, wat overigens NIETS met Nederlandse Vlaamse Frieten te maken heeft) te
eten. Ze kunnen dan wel zeggen dat IJslands Oud Noors is maar ik vind het
verdomd veel op Deens lijken.
Niet
= ekki (IJslands)
Niet
= ikke (Deens)
Hot
dog =Pylsur (IJslands)
Hot
dog = Pølser (Deens)
En toen ik voor
onze IJslandse kennissen in Holland een stukje Noors declameerde ringde dat bij
hun geen bell at all.
Vanmiddag het
dorpje in geweest en inkopen gedaan voor de boot. Waterschoenen, broodjes en
het door onze vriendin Beryl de hemel in geprezen Deens gebak. Helaas was de
bieb al dicht dus niet kunnen mailen.
De eerste
fjorden hebben we trouwens al gezien. Al waren het nog niet van die diep
ingesleten inhammen, het was toch mighty spectaculair. Denemarken is eigenlijk
een land van eilanden. Voordat er bruggen waren moeten de pontjes het erg druk
hebben gehad.
Buiten even een
paar trekjes genomen van een sigaret, terwijl ik naar het Noorden keek over het
water.
Het wordt hier
al niet echt donker meer. (Blijf je aan de gang?)
Hanstholm, 27 mei 2006, 01:38h
Straks, om 12
uur gaan we inchecken. De boot vertrekt om 14:00h.
Drie dagen op
zee! Ik heb nog nooit zo lang gevaren. Ongetwijfeld zijn er meer mensen op de
camping die naar IJsland vertrekken.
Vanmiddag
kwamen wij een kolonie IJslandse fietsers tegen met IJslandvlaggetjes aan de
pakkendrager. Wij hebben geen Hollands vlaggetje bij ons.
DE BOOTREIS
M/V Norröna, 16:00h
De 'campingcar'
staat op het cardeck en wij hebben cabin 8008. Aan de haven reeds kennis
gemaakt met een echtpaar uit Carcassone,
Monique et Bernard die ook houden van zwerven en er 5 weken voor hebben
uitgetrokken, les veinards! (de bofkonten). En uiteraard is er een
campingkonvooi uit Nederland die genummerde rood-wit-blauwe stickers op hun car
hebben met een nummertje in het midden en daarboven hun naam. 17: Ruud en Ria,
18: Jan en Diny etc.
Wij zullen in Seyðisfjörður angstvallig in de gaten houden waar zij
naartoe gaan om niet in hun konvooi terecht te komen!
We waren nog
geen half uur aan boord toen er werd omgeroepen in het Faroes, het Deens, het
Noors en het Engels:"Dear passengers, we like to inform you that we are
playing Bingo at six o'clock at the Viking Club."
Een
buitengewoon gewaardeerd tijdverdrijf in de Scandinavische landen. Na verloop
van enige tijd kwam er in de cafeteria een man naast ons zitten met een
tosti-ijzer en een zak met maar liefst 5 kilo drop. Toen wij hem toelachten
haalde hij alleen zijn schouders op en zei ten overvloede:"I play
Bingo!"
En de hele
nacht heb ik mijn lied "War raging inside" liggen repeteren voor het
actiekamp en ik kwàm er maar niet achter. Want ja, op IJsland kun je geen
Hollandse protestsongs zingen, dat zet geen doden aan de zeik!
Norröna, zondag 28 mei 2006, 15:59h
boottijd
Vanmorgen
om 4 uur legden we aan in Bergen, Noorwegen. Het binnenvaren van de fjord
aanschouwd. Hier zijn eigenlijk geen woorden voor. Slartibartfast (Hitchhiker's Guide To
The Galaxy) heeft zijn werk goed gedaan.
Wat
IS de wereld mooi!
Marrit
heeft me het huis aangewezen waar Grieg woonde en "De Morgen" schreef. Wat een eer dat op mijn nieuwe plaat te hebben.
Nu heeft het nog eens zoveel betekenis.
Daarna
zijn we in slaap gevallen tot 12 uur.
En
nu ik uit onze rechthoekige, ruime patrijspoort kijk zie ik de huisjes van Lerwick op de Shetlands
voorbijschuiven. Zoveel mooie kleurtjes. En een schip van Northlink.
In
tegenstelling tot Bergen zijn er op de Shetlands weinig bomen alhoewel het wel
groen is.
De
boot gaat zijn ingewikkelde manoeuvre ondernemen om de achtersteven aan de kade
te krijgen. Je hoort de zijschroeven aanslaan.
Voor
de kust van Lerwick ligt een booreiland.
Wat
onze hut betreft; een ruitenwisser zou leuk zijn. Verder zijn we van alle
gemakken voorzien; een broekenpers (daar
zat ik nou ècht op te wachten), föhn, 3 bedden, schrijftafel, TV (these
are the things I can do without) minibar zonder alcoholische rommel en we
hebben ons dompelaartje meegenomen uit de camper zodat we thee, yannoh en
soepjes kunnen brouwen.
Gisteravond
gegeten aan het buffet diner; copieus, tig soorten vis, garnalen (mmm) en zelfs
kaviaar.
Wat
opvalt is dat er zoveel mensen aan boord zijn die profiteren van de cheap booze
èn het feit dat ze even niet hoeven te sturen. Nondeju wat worden ze zat.
Ieder
zijn eigen kick natuurlijk; dat wel!
Op
weg naar de Shetlands hebben we even ruwe zee gehad. Verder 'hoe zachtkens
glijdt ons bootje'
(Nou
ja, bootJE...)
En
ik denk dat we een albatros gezien hebben onderweg.
In de cafeteria
De bootklok wijst 21:45h
We
kijken uit over de zee. In de verte een booreiland waarvan de affakkeling
duidelijk zichtbaar is, verder alleen maar water.
En
dat het nog klaarlichte dag is weten we nou wel.
Op
het 5e dek zijn duidelijk de minder beschonkenen vertegenwoordigd.
Hier
heerst ook een relaxter sfeertje dan op het 6e.
Behalve
natuurlijk in de Viking Club à coté, die om 23:00h verandert in een nachtclub
waar je onder de 18 niet in mag.
Doet
denken aan IJsland waar het restaurant/bar/club ook rekbaar is, afhankelijk van
het uur.
Ze
is een mooi schip, de Norröna, gebouwd in Lübeck in 2003.
Dan
moet ik weer aan Ome John denken, de weduwnaar van Tante Wil.
Het
schip had ook gebouwd kunnen zijn bij Wilton Feyenoord of zoiets als Nederland
zijn scheepsbouw niet had verenuweerd!
But
that's quite another story.
Fascinerend,
zo'n drijvend dorp.
Capaciteit
1500 mensen.
Toen
we in onze hut arriveerden bleek de plee verstopt. Dan roep je de loodgieter.
En die is er binnen een kwartier. No sweat.
And
right now wordt er elders in de cafeteria gezongen met gitaarbegeleiding.
Dan
jeuken mijn vingers natuurlijk, maar mijn gitaar ligt in de camper op het
cardeck en dat is afgesloten gedurende de reis.
Nog
een lekker kopje thee.
Enfin,
ik MOEST even vragen of ik de gitaar vast mocht houden.
Zij
kwamen allemaal van de Faroër, op weg naar huis. Allemaal in de 70 schat ik.
En
duidelijk gospelfans! Na Amazing Grace en When The Saints vond ik het wel welletjes.
De
enige vrouw in het gezelschap had de hele tafel vol liggen met teksten;
allemaal godgooierij.
Toen
zij mij Go Tell It On The Mountain onder mijn neus schoof als volgende
lied deed dat de deur dicht.
Ik
begon mijn eigen (vrijetijds) repertoire te spelen en al gauw kwamen er andere
gasten bijzitten die meezongen met Mocking Bird Hill, King Of The Road en Mr. Tambourine Man.
Ja,
die mensen die beweren dat je je doodverveelt op een boot hebben toch niet de
juiste instelling aangaande het zeevaren.
Toen
ik Mr. Tambourine Man zong; de passage 'silhouetted by the sea, circled by the circus sands, with
all memory and fate, driven deep beneath the waves, let me forget about today
until tomorrow' en over the Atlantic uitkeek kreeg ik een
shiver down my spine.
En
Marrit vroeg waarom ik Song For Ireland niet gezongen had.
Omdat
ik 'm nog steeds niet ken, of course.
Living
on your western shore
The
summer sunset asks for more
I
stood by your Atlantic sea
And
I sang a song for Ireland
Hoog
tijd dat ik 'm van buiten leer en enkele persoonlijke notes toevoeg.
M/V Norröna, Maandag 29 mei 2006,
11:43h boottijd
We
liggen voor anker in de haven van Tórshavn. (Faroër Eilanden) De haven van Thor, de dondergod? Of het
Keltische Tor voor heuvel? Of het Duitse Tor voor poort of mafketel? Of
misschien zitten er gewoon veel torren in de haven...
Het
is stralend weer.
In Hanstholm werd gevraagd of we met de
camper van boord wilden op de Faroër maar dat vonden we nogal overdreven. We
legden immers maar voor 6 uur aan; van 6 tot 12. Gisteravond hoorden we echter
dat we mee konden met de excursie over het eiland met een bus, wat duurde van 9
tot 4.
Dus
ben ik benieuwd of we inderdaad om 5 uur vertrekken.
En
dat wordt dan de 4e etappe; naar IJsland!
Vanmorgen
begonnen met Deens brood met Hollandse kaas en Griekse olijven!
Leve
de decadentie.
Op
de menukaart staan nergens specifiek vegetarische gerechten vermeld maar
gisteravond maakte de cafetériakok voor Mare een vegetarische salade om je
vingers bij af te likken. They're really sweet! En right now geniet ik van een
heerlijk bakje Yannoh in de hut met uitzicht op de vuurtoren van de Faroër.
De
Dalaï Lama zegt trouwens dat als je al je dromen wilt verklaren, je geen tijd
meer over hebt om te dromen.
Vannacht
droomde ik dat ik in de Struyckenstraat te E. woonde, in het zilvergrijze
kevertje (87-43-RA) reed en moest optreden. Ik was op een of andere manier mijn
gear vergeten en moest mijn tas ophalen aan het station waar ik naartoe reed
met een Indo-vriend/fan in een zwarte BMW. Bij het station aangekomen ging daar
juist een demonstratie van start., het zag zwart van de mensen...
Misschien
komt het wel door ons voorleesboek; Op dood spoor en Bob Dylan's 115th Dream. But I don't think about that too much. Marrit checkt de trollenkaart,
de mystieke plaatsen van IJsland.
---
Even
aan land geweest op de Faroër en de bronzen kanonnen gezien die op de Turken
geschoten hebben in de 17e eeuw. Had ik niet gedacht van die Ottomanen, net
zomin als van die Algerijnen die ooit IJsland enterden...
Faroërs
hebben hun eigen taal. Gebruiken net als de IJslanders de Ð/ð (het Engelse The) maar niet de Þ/þ (het Engelse Think)
Als
je Deens leert is het maar een stapje naar het Faroës (Foröyar), Zweeds,
IJslands en uiteraard Noors.
"En
dat de Faroër altijd in de mist liggen, nou wij weten wel beter!" zegt
Marrit.
Toch
jammer van zo'n boot; als je net geacclimatiseerd bent moet je er weer af. Maar
als we morgen ontschepen houdt dat in dat we gearriveerd zijn. IJsland! Land
van water en vuur. Er zijn veel Faroërs aan boord gekomen in Tórshavn. Voor hen is het maar een
short trip naar Seiðisfjörður. Het is nu half 6 in de
middag, naar verwachting leggen we weer aan om 10 uur morgenochtend. We varen
15,6 knopen per uur. Dat maakt dus 17 uur varen. En 265,2 knopen. Een knoop (knot, zeemijl) is 1852
meter dus da's een afstand van 491 km, 150 m en 40 centimeter, ruw geschat.
Marrit
is de computerkaart op het 5e aan het bekijken hoe we varen.
Wat
opvalt is dat er nog veel sneeuw ligt op de rotsige Faroër eilanden. En we
varen al geruime tijd door een soort kreek ('n brede dan) waarvan het einde nu
in zicht komt.
Mede
voelbaar aan het gedrag van het schip dat nu een beetje begint te deinen. Een
van de laatste eilanden lijkt op een half weggeslagen krater, maar we weten
niet of het hier vulkanisch is.
Fantastisch
om een meeuw te zijn. In mijn volgende leven misschien...
En
wat IS beschaving toch iets te geks!
Zomaar
gezamenlijk op zo'n schip, verschillende zeden, talen, gewoonten en we maken
het met z'n allen; we respecteren en tolereren elkaar, eten en drinken tezamen,
ja je ontkomt er niet aan, wat leven we toch in een prachtige wereld,
ontroerend dat we dit mogen meemaken.
Met
Engelsen, Schotten, Ieren, Fransen, Duitsers, Tsjechen, Polen, Zwitsers, Oostenrijkers,
Faroërs, Noren, Zweden, Finnen, Spanjaarden, Italianen en Hollanders onderweg
naar IJsland. Zoals mijn Ome Theo placht te zeggen:"Er zijn alleen maar
mensen."
En
de Scandinaviërs praten niet, ze zingen!
Leve
de vooruitgang!
Er
werd ons niet verteld dat we een rustige zee tegemoet gingen zoals van de
Shetlands naar de Faroër.
Anderhalf
uur geleden voeren we tussen de laatste eilanden uit.
Verdwenen
in de mist. We moeten minstens 50 km verwijderd zijn. Nu ligt er niets meer
tussen ons en Ísland dan de Atlantische Oceaan.
OOST IJSLAND
Seyðisfjördur
De
aankomst op IJsland was spectaculair. Marrit wekte mij met opgewonden uitroepen
toen zij de mainland voor het eerst na 23 jaar zag liggen in de stralende zon.
Toen
werd er omgeroepen:"Your roomcard will expire in half an hour" en we
werden verzocht onze stuff bij elkaar te rapen en naar de gangway te gaan. Daar
was het natuurlijk een drukte van jewelste en weldra reden we van boord.
Eerst
de Tollur die ons een formulier deden
invullen en waar we een sticker op de ruit kregen die aangaf dat we welkom
waren tot en met 29 juni.
En
toen kwamen we bij de Lögreglan (Lett. de Wetsregelaars).
Toen
ik het in een fraai boogje op hun overalls zag staan en een oudere Lögreglan
met een pijp naar onze camper zag wijzen begreep ik het al.
De
honden-auto's stonden klaar, de bus werd opengegooid en 3 Lögreglans (het
meervoud is hoogstwaarschijnlijk anders in het IJslands) en twee honden doken
erin.
Uiteraard
vertelden wij dat wij blowden omdat dat mag bij ons, Mare moest zich uitkleden,
bij mij volstonden ze met wat gevoel en gefriemel over mijn kleren heen. Of het
mijn echte haar was, waarom ik hier kwam en toen ik zei:"Kárahnjúkar!" omdat ik een beetje
pissig was zei hij:"Are you going to join in the protest?"
Waarop
ik repliceerde dat we het actiekamp 3 bottles of wine gingen brengen en play
some songs.
En
toen gebeurde er iets wat niet in het protocol stond. Hij vroeg:"What do
you think about Kárahnjúkar?"
Ik
zei dat ze dezelfde fout maakten als Europa honderd jaar geleden. Of ze daar
niks van geleerd hadden?
"We
need the money!" zei hij.
"Bullshit"
zei ik;" WE are the money!" en wees op de talloze campers en andere
vehikels die zojuist van de boot gekomen waren. Hij zweeg.
(Kárahnjúkar is een omstreden
damproject; meer nieuws op www.savingiceland.org)
Daarna
zijn we naar de supermarkt gegaan waar wij ons verbaasden over de milde
prijzen. De zon scheen over Seiðisfjörður, het was stralend weer en de temperatuur was zonder meer
aangenaam, een graadje of 20, dus de IJslanders waren in een jubelstemming.
Na
geld gewisseld te hebben (je bent hier zó miljonair, ik kreeg 135.000 kronen
voor mijn 1500 euri) zijn we gaan rijden en na een rit van 30 km de fjord uit
naar Egilsstaðir waarop we 17 watervallen
zagen (de grote dan; honderden kleine) hebben we voor het eerst gepauzeerd in
een IJslands bos net buiten het stadje waar we, naar beneden kijkend uitzicht
hadden op een prachtig meer. Er bleek een pad te zijn omhoog tegen de heuvels,
gemarkeerd door paaltjes om de 20-25 m en het grapje over het IJslands bos werd
hier al meteen teniet gedaan. (Als je verdwaalt in een IJslands bos, wat doe
je? Rechtop gaan staan.)
Overal
zoemden hommels, het laatste wat ik op IJsland verwacht had en nu begreep ik
wat de plok tegen mijn voorruit had veroorzaakt toen ik de haven uitreed. Boven
ons vloog een vogel die opviel door zijn roep die het midden hield tussen een
kikker en een jonge geit. Waarover later meer.
Doorgereden
naar de Hengifoss waterval, 270 m. klimmen (de DOE vakantie) volgens de borden
zo'n 3 kwartier à een uur, maar wij waren pas dik 3 uur later weer beneden.
Kennelijk gaat het hier over toeristen die boven aangekomen weer meteen
rechtsomkeert maken. Maar zó zijn wij niet. Sjonge, wat hebben we genoten.
Hengifoss, 31 mei 2006, 11:55h
Lekker
geslapen op de parking aan de voet van de waterval. Vooruitkijkend zie ik een
soort duinlandschap. Alleen de steile rotsige inham verraadt dat we hier te
maken hebben met slechts een dun vliesje soil.
En
gisteravond zaten we zonder water, dwz drinkbaar water om thee van te zetten en
mee te koken.
Ik
ben met de jerrycan naar de rivier gegaan en heb tussen de boulders water
gehaald wat uitstekend te drinken was. (Ik dacht als het èrgens kan, is het wel
op IJsland)
Het
was wel even balanceren over die grote keien voordat ik beneden was maar de
thee smaakte er 3 x zo lekker door. Ik vind klimmen trouwens toch wel een kick.
Kárahnjúkar, 15:00h
De
wind loeit om onze camper heen. Ik sta geparkeerd op een gravelroad, vlakbij de
in aanbouw zijnde dam die gigantisch is als ik de vrachtwagens als stipjes
eroverheen zie rijden. Marrit onderneemt een wandeling naar het info-center 2
km verderop, goed ingepakt in haar regengear en ik heb zojuist een thermoskan
warm water gemaakt voor de thee als zij terugkomt wat nog wel even kan duren.
De
rit hiernaartoe was enkele jaren geleden nog niet mogelijk omdat er alleen maar
4x4's konden komen. Nu is er een asfaltweg aangelegd. 60 km door de woestenij,
vlak langs de Snæfell, de één na hoogste berg van
IJsland. Ik durf met de camper niet verder over de keien, vandaar Marrit's
beslissing om te gaan lopen.
Het
is hier een komen en gaan van vrachtwagens en Fourwheeldrives. Marrit besloot
het infocenter niet te bezoeken (te ver en te nat) en omdat we het actiekamp
niet konden vinden gingen we terug de hoogvlakte af naar Egilsstaðir. Daar hebben we een camping
gepikt aan de rand van het stadje (3 à 400 inw)
Of
Loki ermee speelt ontmoetten we ook hier weer Fransen, twee jongens en een
meisje, bij het afwassen.
Eentje
spreekt vloeiend Engels, werkt in de UK, de andere is Bretons. Hebben elkaar
ontmoet op IJsland. De eerste Fransen op de boot, de tweede ontmoeting op de Hengifoss met een paar dat voyageerde
met een gehuurde jeep met opbouw die mijn mening niet deelden dat het leven in
IJsland net zo duur was als bij ons, omdat zij voor een baguette 3 euro hadden
moeten betalen. Tja, als je persé wilt eten wat je thuis eet...
En
de vogels van vanavond hadden een autootje gehuurd in Keflavik, tentkampeerders die hoopten dat hun
gehuurde karretje het zou houden op de IJslandse wegen.
Vandaag
hebben we een heerlijk maaltje gebrouwen van Basmati, Koolraap met satehsaus en
olijfjes van de Samkaup supermarkt, dat was smullen!
Op
de rit naar de Kárahnjúkar
hebben we
rendieren gezien. En zwanen. De wilde zwaan, iets kleiner dan de onze met
geel/zwarte snavel zonder pukkel die op zijn gemak van Amerika naar IJsland
vliegt...
Of
kom ik liever terug als een zwaan?
En
het is nu 1 uur, donderdag reeds maar je kunt het
schijnsel van de zon net onder de kim nog steeds zien. De middernachtzon,
jawèl!
Vandaag,
donderdag 1
juni zijn we in
Egilsstaðir boodschappen wezen doen. De
komkommers kosten nog maar €1,25.
Kaartjes
gestuurd en gratis geïnternet in de bibliotheek.
(waarom
moet dat 'gratis' er nou weer bij, doe niet zo Hollands)
Vervolgens
vertrokken naar Mývatn, het muggenmeer. Letterlijk
vertaald natuurlijk het muggenwater.
Helaas
was de weg naar de Dettifoss, de grootste waterval van Europa met zijn 40 m hoogteverschil en
200 m breedte nog gesloten.
In Mývatn kwamen we pas om 10 uur 's
avonds aan, te laat om nog een camping te pikken (dachten wij)
Mede
vanwege het onvergetelijke landschap en een bezoek aan het solfatarenveld Namaskjard, vrij vertaald de
pruttelpotjes waar het zó hard waaide (en regende) dat ik tegen de wind kon
leunen. De eerste aanblik van zo'n veld is bijna beangstigend. De grond en de
bergen waarin het gevangen ligt vertonen overal rookpluimen, borrelende poelen
met vettig grijs water van meters doorsnee en sissende stoomblazers die zomaar
uit een hoop stenen spuiten. De aarde is er beige-roze-oranje-felgeel van de
zwavel (sulfer).
Er
zijn paden uitgezet waar de grond dik genoeg is om te lopen want het water is
tegen de honderd graden. Beter niet instappen. Het gebeurt allemaal op zo'n
1000m diepte waar het naar beneden sijpelende regenwater op een magmahaard
stuit, die het verwarmt en weer omhoogstuwt.
In
Mývatn kom je echt op de breuklijn terecht en dat zie je.
Camping Bjarg, Vrijdag 2 juni 2006
Om
het Mývatn heengereden om een camping
te vinden; uiteindelijk gecampeerd op de parking van het Natuurpark van Reykjalið, een schiereilandje in het Mývatn. 's Avonds vis en piepers
gebakken en een heerlijke salade gemaakt van (IJslandse) uien, eieren en
olijven en de niet te versmaden IJslandse knoflookjes in sambalzuur.
De
volgende morgen uitgeslapen tot een uur of 11 en daarna het natuurpark bezocht.
Het Mývatn is een meer dat ligt in een
ingezakt lavaveld waardoor er de meest grillige vormen ontstaan waarin je allerlei
figuren kunt imagineren.
IJsland
is een land van superlatieven. Het meer, de watervallen of de pruttelpotten;
het is allemaal even adembenemend (speciaal laatstgenoemden want de zwavelgeur
ervan is niet te ontwijken)
Vandaag
hebben we inkopen gedaan; proviand voor het Pinksterweekend. Want ook IJsland
eert zijn tweede Pinksterdag (zegt men)
Vervolgens
hebben we de Víti (hel) bezocht, een kleine
zij-uitlaat van de grote Krafla waar we om het kratermeer wat nog gedeeltelijk bevroren was heen
wilden klauteren boven op de rand. Halverwege een bord 'Lokað' (gesloten, inderdaad, het Engelse
Locked) omdat de sneeuw tè verraderlijk was. Toen we naar beneden keken waar
ons DAFje stond geparkeerd, kwam er ineens een pickuptruckje de parkeerplaats
opscheuren, er sprong iemand uit in overall die met een noodgang naar de rand
van de krater spurtte, erin keek en op zijn gemak terugkuierde naar zijn
voertuig. Waarom? We'll never know.
En
nu is het 00:56h op de 3e juni 2006
Marrit
is zojuist uitgestapt om het meer en de rode sky te gaan filmen. Het is nog
klaarlichte dag.
Maar
afgezien van die opmerkelijke fenomenen bevangt je inderdaad een vreemd
heimwee.
IJsland,
een land dat geen oorlogen kent, een land waar niemand een slot op zijn fiets
heeft, waar iedereen zijn sleutels op de auto laat zitten, wat geen leger
heeft, waar de zwembaden open zijn van 09:00h tot 24:00h, waar wij onze
aangeleerde voorzorgsmaatregelen zoals het afsluiten van auto's en huizen als
absurd ervaren, terwijl we weten deze gewoonten te moeten handhaven omdat we
over 3 weken weer terug zijn in dat vijandige (zogenaamd beschaafde)klimaat.
Het
is om te janken in a way; mensen die camera's en hekken nodig hebben om zich
veilig te voelen, gevaarlijke honden en permanente verlichting, sjonge, wat een
stakkers zijn we vergeleken met dit tè gekke volk!
Maar
we hadden het over opmerkelijke fenomenen. We staan op de camping Bjarg met
uitzicht op het meer. In de verte zie ik het kerkje (kirkja) van Reykjalið liggen. Gisteren stonden er 3 tentjes
op de camping, vandaag is ie vol. Pinksterweekend. Ook de Fransen die we
ontmoetten in Egilsstaðir zijn gearriveerd. We staan
hier met 3 campers, naast ons twee Duitsers, achter ons een stel Engelsen.
De
lucht is blauw, de volle maan zichtbaar en de zon die een uurtje of wat onder
is (maar dan maar nèt) beschijnt de wolken die roze oplichten in de blue sky.
We
hebben het elektrisch kacheltje aan. Vóór in de auto achter de gordijnen is het
5°. Overal liggen nog patches of snow, terwijl je overdag zonder jas buiten kunt
lopen. De IJslanders rijden reeds met alle ramen open in T-shirts en korte
broeken, maar dat is IJslands.
Camping Bjarg, Zaterdag, nee Zondag 4
juni 2006 01:39h
En
het WORDT maar niet donker!
Vanavond
in de Lagoon gezwommen. Eerst helemaal wassen, dan pas het water in. Een
sensatie!
Minimum
40°, maar in de buurt van de bronnen is het zo heet dat je je nek verbrandt.
Alleen
aan de oppervlakte, naarmate je dieper komt is het water minder heet maar je
kunt niet constant met je kop onder water zwemmen en daarbij, het is niet
dieper dan een goede anderhalve meter. Tien uur 's avonds, de buitentemperatuur
een graad of 15, dus een fris hoofd en een warm lijf, op je rug drijven,
kijkend naar de blauwe lucht, de zon èn de maan, this ain't heaven, this is
paradise!
's
Middags de hele middag in de Dímuborgir rondgestruind, een ingestort lavameer dat zich gevormd heeft na
het wegvloeien van het water met de meest bizarre vormen die ik ooit gezien
heb. Weer superlatieven als 'adembenemend' etc.
Ik
had het in de zwembadkleedkamer met de Breton van het drietal nog over wat je
thuis gaat vertellen; over wat we opschrijven in onze dagboeken en hij zei dat
zelfs de foto's die je maakt geen recht doen aan de ervaringen die je hier
hebt. Dit moet je zelf beleven voordat je het gelooft. En je kunt hier maar één
ding doen; terugkomen!
Oh
IJsland, wat ben je uniek! In de Dímuborgir hebben we op een gegeven
moment de blauwe route gekozen "Difficult path" en dat was niet
overdreven. Klimmen en klauteren over steile rotsen en natuurlijke poortjes en
onderdoortjes. Wat we allemaal gezien hebben valt niet te beschrijven dus ik
houd er maar weer mee op.
NOORD IJSLAND
Momentopname; zondag 4 juni 2006,
21:00h.
Even
gepauzeerd in de sneeuw op de mountaintrack. Al 20 km in de third gear over de
gravel. Geen hoeven, geen huizen, veel schapen en om het half uur een auto.
Overal sneeuw en hoge bergen om ons heen. We rijden door een soort voorde, maar
de weg, zoals alle wegen in IJsland is gelegd op een dijk, vanwege de
afwatering dat de weg niet wegspoelt. Zojuist een 3,5 km lange éénbaanstunnel
gepasseerd met passeeruitsparingen om de 200 m., net voor Olafsfjörður.
Marrit
vond het een beetje eng van Dalvik tot de tunnel, alhoewel het daar nog asfalt was; ik moet eerlijk
zeggen dat ik het ook nogal vet vond; vlak langs de zee, vele tientallen meters
dieper en honderden meters de lucht in meteen naast het bochtige weggetje,
duizelingwekkende hoogteverschillen en zo nu en dan een vangrailtje maar
meestal niet.
Hierboven
in de bergen is de weg slecht. Dat geconstateerd hebbende staat er een bord met
'vegakemdur' wat ongetwijfeld betekent
'nog slechter'. Terug naar z'n twee tot de sanitaire stop. Mare filmt en ik
rook een pafje in de sneeuw.
En
vort weer met de geit.
De
volgende halte was de Goðafoss, een indrukwekkende waterval, weer heel anders dan de Hengifoss,
die een verticale indruk maakt terwijl de Godafoss door haar breedte een
horizontale indruk achterlaat.
Er
is een aanzienlijke uitspanning bijgebouwd waar je kunt tanken en waar ik mijn eerste
Pylsur (hot dog) "de zak
patat van IJsland" heb genuttigd, gelardeerd met rauwe uitjes, gefruite
uitjes, remouladesaus en mosterd. De IJslanders doen er ook nog een streep
ketchup op maar dat vond ik teveel van het goede. Ons bezoek viel samen met dat
van een touringcar Hollandse zeikerds ("260 kronen voor een ijsje, nou
nou...!") en toen hebben we maar IJslands gepraat. "Ég heiti Herman, hvað heitir
þu?"
Prachtige
opnames gemaakt vanaf gevaarlijke locaties. Al hebben we de Dettifoss niet
kunnen zien, dit was minstens zo spannend.
In
de Goðafoss (godswaterval) gooide 1000
jaar geleden een boer zijn afgodsbeelden in de plomp en bekeerde zich tot het
christendom. Of dat zo'n goeie zet was betwijfel ik nog steeds.
---
Aangekomen
in Hofsós. Uitzicht op het
elfeneiland Þorðarshöfdi. De gravelroad hield op bij
Saurbær en voerde langs een punt
van 1052 m. Ongetwijfeld zaten we daar op een hoogte van 500 m. De sneeuwgrens
ligt hier trouwens op zo'n 100 m. NAP of Nieuw Reykjaviks Peil om eea
begrijpelijk te maken.
Voor
morgen (straks) staat er een wandeling naar de elfenrots op het programma, een
eiland waar niemand woont behalve de vogels omdat de Elfen er wonen. Zo simpel
is dat in IJsland.
Het
eiland is te bereiken via twee ultrasmalle landtongen die alleen te voet (of
met een 4x4) te nemen zijn.
We
zitten aan de Skagafjord, waar de meest zwarte
bladzijde uit de IJslandse geschiedenis zich afspeelde; bij een gevecht in het
jaar 1100 kwamen hier honderd mannen om op één dag!
Voor
ons, bloeddorstige Europeanen, klinkt dat bijna belachelijk.
Camping Dæli, dinsdag 6 juni 2006
Eerst
hebben we Hólar bezocht waar de laatste
bisschop met zijn 3 zonen werd onthoofd (zal niet juist blijken, hij hield er
wel huis maar werd in Reykjavik terechtgesteld) en de eerste boekdrukpers van IJsland stond,
eveneens de eerste middelbare school van dit land werd gesticht die later
verhuisde naar Reykjavik.
Uiteraard
is er in Hólar nog steeds een
universiteit, maar daar was geen leerling aanwezig want IJslandse studenten
hebben 4 maanden zomervakantie per jaar, terwijl zij de rest van het jaar
intern verkeren, dit vanwege de grote afstanden en de onmogelijkheid 's winters
te reizen.
Ook
hebben we er de enige kathedraal van IJsland gezien (stel je er niet teveel van
voor; een kerk is in IJsland een ruimte voor 12 gelovigen) die nu 900 jaar oud
is en waarbij men onlangs een kerktoren gebouwd heeft ter ere van de tragisch
omgekomen bisschop. Ook hebben we de turfhuisjes bezocht waarin het gemene volk
ooit woonde.
Dat
was afzien. Geen verwarming en de halve tijd bedorven eten.
Na
de zoveelste grote brand van Reykjavik in 1915 werd het echter verboden nog turf/hout te gebruiken en
ging men over op beton en golfplaat. (Alleen in de dorpen en de steden
uiteraard, hier op de camping staan alleraardigste houten optrekjes.)
Daarna
geprobeerd om in Hveravellir te komen maar dat was echt
teveel wasbordenweg.
Eigenlijk
hadden we verwacht dat deze eerste weg het binnenland in waar we met onze
tweewielaandrijving nog nèt konden komen, gesloten zou zijn, maar het geluk was
met ons waardoor wij welgemoed zonder verdere voorbereidingen de tocht
aanvaardden. Een prachtige rit over de hooglanden met in de verte meerdere
gletsjers, een tocht over een stuwdam (gravel) met een meer dat door de lichte
mist niet eens te overzien was. Helaas, geen provisie, te weinig brandstof voor
heen en terug, dat wel dus en in het zicht van de haven besloten wij om te
draaien nadat ik ook nog een wieldop verloor die ik wilde zoeken, dwaas die ik
was!
Kamp
opgeslagen bij de Electriciteitscentrale waar we de tot nu toe zwaarste storm
hebben meegemaakt. Marrit kon er niet van slapen. Spectaculair dus! Ik dacht
dat de bus zou omwaaien.
Dæli
En
nu snijd ik ajuinen voor de Kartöflursalat, waarvoor we vanmiddag de ingrediënten hebben gescoord bij de Samkaup (au spreek je in het
Islensku uit als eu tot ui). De Bónus is de discount supermarkt, maar die hebben wij nog niet bezocht,
decadento's als wij zijn. Een aan te voeren argument is natuurlijk dat we er
nog geen een zijn tegengekomen.
Men
verkoopt hier trouwens ook aardbeien en die zijn net zo duur als bij ons.
Genoeg
gelul over prijzen. Het is genieten geblazen.
Trouwens
een te gekke camping, we zijn van alle gemakken voorzien. We staan hier met een
Duits koppel in een Mercedesbus en in een van de huisjes woont een Hollandse
juffrouw die thuis IJslanders (paarden) houdt en hobbyfotograaf is. Ook is er
een hotpot.
Wat
ik het gaafste vind aan IJsland is dat je hier niet op het water hoeft te
letten, want daar hebben ze plenty van. Of het nu warm of koud is, het kost
niks want het komt zo uit de grond. Ergens zijn ze wel zo bevoorrecht ondanks
hun soms barre klimaat want dat is toch de eerste levensbehoefte.
Een
mens kan wéééken zonder eten maar 5 dagen zonder water is funest.
De
Duitsers zijn twee weken vóór ons aangekomen in Seyðisfjörður en hebben de Zuid-route moeten nemen
omdat de Noord-route nog dicht was. Geboft dus!!
Dæli, Woensdag 7 juni 2006
Nou
ja, 8 juni want het is al weer half twee in de morgen, al merk je daar niks van.
Vandaag
om 11 uur opgestaan, de gebruikelijke handelingen verricht zoals thee zetten,
ontbijten, de afwas doen in het clublokaal, bed afbreken en de tafel
installeren, de elektriciteit inpakken en de bananen onder de wielen vandaan
halen, de campingbazin bedanken voor de uitstekende accomodatie en dan op weg
naar de wolfabriek in Hvammstangi alwaar we truien, sokken en jacks hebben gekocht.
NOORD-WEST IJSLAND
Toen
dóór naar de Westfjorden, waarvoor wij door de Lögreglan gewaarschuwd waren dat
de wegen er bepaald slecht bijlagen.
Dat
bleek toen we een stuk van 13.300 m kregen waar men bezig was te egaliseren
teneinde daarna te asfalteren, maar zover was het nog niet.
Potholes
met rode blubber, stukken waar ik meer gleed dan reed in behoorlijk bergachtig
terrein but who cares met zo'n landschap om je heen..
Daarna
de lange dijk over waardoor je werkelijk de Westfjorden inrijdt en uiteindelijk
halt gemaakt op de camping van Hotel Bjarkalundur, waar we voor de eerste keer werden vergast op Harðfiskur, die je van het vel peutert en consumeert met boter. In dit geval
was het Steinbitur (steenbijter) en aangezien
wij altijd een zee van naslagwerken met ons meeslepen op vakantie was dat zo
gevonden; catfish oftewel zeewolf. Harðfiskur is zo populair in IJsland dat je
het in de supermarkt en zelfs aan de pomp kunt kopen; naast de speedbars als
Mars en Twix zie je dan gesealde platte pakjes vis en een bak met kleine
kuipjes boter.
Hij
beval ons ook Hákarl aan, verrot haaienvlees en drukte ons op het hart ons niet
te laten misleiden door de geur want de smaak was prima. Hijzelf had het hier
(nog) niet aanwezig, maar als we toch naar Snæfellsnes wilden met de ferry
moesten we beslist langs gaan bij de haaienboer, die woonde op de Bjarnarhöfn tussen Stykkishólmur en Grundafjörður waar ze de IJslandse delicatesse,
verrot haaienvlees maakten en die een haaienmuseum exploiteerde.
We
hebben nu al zoveel gravelroad gehad dat ik een beetje begin te wennen aan het
gerammel.
Eigenlijk
is het hetzelfde effect als toen ik in de sixties in België met mijn Chrysler
over de kasseien hobbelde.
Als
zo'n weg begon was het net of dat er in die Amerikaan honderd fietsbellen
gingen rinkelen.
Bjarkalundur, 12:00h, 8 juni
De
hele nacht regen en wind.
Dit
gebied staat bekend om zijn hardnekkige mist maar we zijn opgestaan met
Sunshine and Roses.
---
Marrit
fotografeert watervallen die niet eens een naam hebben. We rijden een nieuwe
fjord in en tellen er zo al 20.
Het
is prachtig weer en behoudens enkele stukjes Malbik is de hele weg gravel.
Reeds
een hellinkje gepikt van 16% (!) en terwijl ik schrijf aan ons tafeltje hoor ik
op de achtergrond het gedonder van het naar beneden stortende water.
De
Westfjorden zijn 11 miljoen jaar oud en lagen pal naast de Oostfjorden (ooit)
maar omdat de tectonische platen uit elkaar drijven zijn ze inmiddels 500 km
van elkaar verwijderd. Nee, the earth does not belong to us, we belong to the
earth als je je het nog niet eerder gerealiseerd zou hebben.
---
Is
dat even genieten!
Ik
zit aan het riviertje in Bránslækur dat door een nauwe, hoge canyon naar zee stroomt met uitzicht op
de Breiðafjörður en aan de overkant zie ik
de Snæfellsjökull
(Sneeuw-rots-gletsjer)
liggen op Snæfellsnes (Sneeuw-rots-schiereiland)
waarvan de witte toppen duidelijk zichtbaar zijn, een afstand van zo'n 85 km.
Marrit
is doorgelopen naar de beroemde fossielenslenk om versteende bomen en beesten
te fotograferen. Ik doe het even rustiger aan, de hele dag gestuurd vanaf het
begin van de Westfjorden tot hier waar de ferry op dit moment aan de overkant
vertrekt (wat kun je hier ver kijken), alleen maar barre graveltracks,
dooreengeklutst als gekarnde boter en er is hier op de rots geen droog plekje
te vinden vanwege de talloze naar beneden lopende stroompjes onder de
begroeiing dus sta ik inmiddels te schrijven en laat mijn bottom drogen in de
zon. Mijn loopneus loopt vrolijk met mij mee, zodra ik buiten kom begin ik te
snotteren, liters van dat spul vergiet ik op zo'n wandeling. Ik heb mijn
nieuwgekochte "bonker" meegenomen maar daarvoor is het nu toch te
warm in IJsland. Nog maar een eindje verder stappen, op zoek naar een mooier
uitzicht op de watervalletjes.
Zo,
een beetje higher up en niet zo koud aan de kont op de dorre graspollen.
Een
klim van 50 m.
Beneden
zie ik de ferry het ruime sop weer kiezen dus het moet tegen achten zijn.
De
baai met de 2500 eilanden.
Het
is lekker zitten hier en alhoewel ik een genuine koukleum ben heb ik tot nu toe
maar weinig momenten in IJsland gekend waarop ik kleumde.
Het
geluid van het altijd maar doorstromende water is een lust voor het oor en de
aanblik van dit ruige landschap verzacht mijn zielepijn om de wereld, wetend
dat dit permanent is en de ruzieënde mens maar een nanoseconde.
Morris
(William) kon
hier geen penseel op het doek en geen pen op papier krijgen en is het
verwonderlijk? Dit is veel te groots om te vangen in een kadertje.
De
zon werpt een schaduw over mijn schrijfhand, eeuwig ruisen de watervallen, nou
ja, in ieder geval véél langer dan er mensen bestaan. En het leven is hier nog
een avontuur, 10 maanden per jaar kun je niet in het binnenland komen.
Her
en der in de bergen staan hutten met de hoognodige voorzieningen, kachel,
proviand, radio etc. als je plotseling strandt in een sneeuwstorm, een
zandstorm of dat je je weg niet meer kunt vinden door de mist.
Wij
daar in Holland denkende de elementen bedwongen te hebben staan hier raar te
kijken als de onmogelijkheid zich voordoet überhaupt te moven.
Enfin,
op dit moment zitten we weer in ons campertje. Het weer is rustiger dan mijn
borrelende maag na een heerlijk maaltje van rijst, groentenschotel van witte
kool, wortelen en uien, alles Íslensku en een tonijn-ei-knofuithetzuur-salade.
Wat hèbben we het goed! We staan hiet met een IJslands echtpaar met kids uit Isafjörður en een koppel uit Bern.
Uitzicht
op de baai voor 1500 kroontjes!
-o-
Vanmiddag
de basaltgang bekeken in Reykskjord, ten westen van Bránslækur.We hebben de vloed op zien komen
tussen de kolossen en nu staan we, na getankt te hebben, op de parking van het
Floki hotel waar we ook onze nacht hebben doorgebracht op de aangrenzende
camping. Bijna alle hotels houden er ook een camping op na op het platteland.
De
bus is zó smerig dat je nu ècht kunt zien dat we van ver komen en alhoewel je
bij elke pomp je auto gratis kunt wassen denk ik op dat punt Amerikaans.
Rafna
Floki is de
ontdekker van IJsland en is hier aan land gegaan. Zo gaat de legende.
(Behoorlijk
onwaarschijnlijk; als je uit Noorwegen naar IJsland vaart kom je aan de
Oostkant en niet aan de Noordwestkant uit, maar een kniesoor die daarop let)
Hij
nam 3 raven mee, die hij onderweg losliet. De eerste vloog terug, de tweede
cirkelde boven de boot en landde weer op het dek en de derde vloog hem vooruit
en wees de koers naar IJsland. Waar hij na één winter weer vertrok want de
helft van zijn schapen vroor dood.
WEST IJSLAND
Aan boord van de MS Baldur
Varend
van Bránslækur via het eilandje Flatey
naar Stykkishólmur met een ferry die vroeger
gevaren heeft van Harlingen naar Terschelling (Skylgje) onder de naam MS Oost Vlieland.
Beneden
op het cardeck stond "Handremmen vast!". Toen begonnen we al te
twijfelen of dat wel Íslensku was.
Aan
boord in de salon bestelden we pecanbroodjes en nadat we na een uurtje Flatey
aandeden met een noodgang, een waar staaltje van stuurmanskunst, stoomden we
door naar Stykkishólmur.
In
de 'ZELFBEDIENING' wat natuurlijk geen IJslander begrijpt aten we nog "Franskar" (voluit: Franskar Kartöflur
- fritten) met een broodje om
vervolgens het afmeren in Stykkishólmur te aanschouwen. (De hele tocht duurde
2½ uur)
De
captain, die persoonlijk de tickets was komen halen toen we voor de boot
stonden te wachten (we waren met 7 auto's) in Bránslækur en ons vroeg of we een
rough ride gehad hadden, noodde ons nadien op de brug van het schip, wat wij
natuurlijk niet afsloegen. Daar hoorden wij dat hij in Amerika gewoond had, dat
ie tegen de Kárahnjúkar-dam was en dat zijn vriendin op een eilandje in de baai
woonde. Hij wees ons ook het eiland van Björk nog aan.
De
stuur zat in een armstoel met zijn voeten op het grote stuurrad te sturen (2500
eilanden; IJslanders zijn cool, man!) en wij vertaalden de opschriften bij de
knopjes op het dashboard in het Engels, daar zij het schip pas twee maanden
hadden en er geen IJslandse gebruiksaanwijzing was meegestuurd.
We
waren rond half elf op de camping (boot van 8 uur) waar het een drukte van
jewelste was (voor IJsland) en waar we een heerlijke soep hebben gemaakt met
Turks poor-people-food (Yoghurt met noodles en warme knoflookboter)
De
Zwitsers uit Bránslækur staan ook hier weer naast ons (small world) en de
volgende morgen vertrekken we om westelijk rond de Snæfellsjökull (de magische
berg waar Jules
Verne zijn
"Reis naar het middelpunt van de aarde" liet beginnen) te rijden naar
Arnarstapi, waar de Stapafell, een elfenberg ligt.
Eerst
buiten Stykkishólmur bij de Helgafell gestopt, waar in heidense tijden van werd verteld dat de
overledenen er naartoe gingen en die, als je hem beklimt zonder te spreken of
om te kijken en bovengekomen je gezicht naar het Oosten wendt, mag je drie
wensen doen die hij laat uitkomen als
je er met niemand over praat..
Wat
we natuurlijk hebben gedaan!
En
toen ons bezoek aan de haaienboer. Eerst over de gravel door een van de meest
indrukwekkende lavavelden die ik tot nu toe gezien heb; gewoon een onafzienbaar
tafereel van neergekwakte stenen, scherp en puntig naar alle kanten, enorm van
omvang, 5, 10, 15 meter doorsnee, waardoor er een landschap ontstaat waar
absoluut niet is door te komen; een paard breekt er zijn poten, een mens zijn
benen. Bovendien is een gedeelte van deze enorme keien ook nog begroeid met
zo'n halve meter dik mos, waardoor je elke stap ergens tussen kan schieten. Ik
controleer verschillende spleten met mijn zaklamp en constateer dat sommige wel
een meter of 4 diep zijn.
Spannend!
De
haaienboer, een boerderij met enkele schuren en andere bijgebouwen, de
gebruikelijke garage met halve auto's en andere argrarische onderdelen en een
vriendelijke oude man die ons opwacht aan de voordeur.
We
betalen ieder 400 kronen om het museum te zien en de 71-jarige boer vertelt
zijn verhaal.
Hij
laat ons de boot zien waarmee zijn vader haaien ging vangen, een 6 persoons
sloepje met zeil waar ik nog niet mee het IJsselmeer op zou durven, 4
roeiplaatsen, en daarmee voeren zij februari-maart naar de Groenlandse kust
waar het 130, 140m diep is om gedurende 1 tot 4 dagen haaien te vangen in een
open bootje zonder slaap in bittere kou. Toen hij het stond te vertellen kwamen
hem de tranen in de ogen. Voor de vrouwen was het echter nog moeilijker of en
wanneer de mannen terugkwamen en ik vertelde hem over Hollandse liedjes waarin
deze zaken bezongen werden en dacht aan mijn vader als ie de Klok van Arnemuiden zong.
Tegenwoordig
gaat men niet meer op haaienvangst maar krijgt hij zijn haaien van de bijvang
bij andere vis.
Maar
nu de haai.
Er
wordt overal verteld dat ie in de grond gestopt wordt, maar dat is lulkoek
volgens mijn haaienvisser.
Het
vlees wordt in lange repen gesneden en in houten kisten gedaan. Haaienvlees
bevat dodelijk veel ammoniak en dat moet eruit. Dit proces duurt 6 tot 8 weken.
Daarna
wordt het verder gedroogd in open schuren gedurende 3 à 4 maanden waarna het
geschikt is voor consumptie.
Het
kan alléén daar gemaakt worden, op andere plaatsen in IJsland is het te koud
dan wel te vochtig.
In
het museum stonden enkele bakjes met dobbelsteentjes haaienvlees en de
beleefdheid gebiedt natuurlijk; eten!
Aangezien
ik nogal hartig ben ingesteld vond ik het best lekker; Marrit was er minder
over te spreken; "Het is net pis!"
En
inderdaad, de ammoniaksmaak is er zeker nog niet vanaf, al verschilt dat van
kubus tot kubus, de structuur van het vlees verschilt van gebakken inktvis tot
zachte kaas.
We
hebben er harðfiskur gekocht en twee mutsen die door de kleindochters van de
boer waren gebreid.
Hij
was ook tegen de Kárahnjúkar-dam en toen ik mijn foto had afgegeven en verteld
had dat ze me in Holland de Dutch Bob Dylan noemden zei hij dat zijn broer
parlementslid was voor de Left Green Party, de enige partij in IJsland die zijn mondje roert aangaande deze
materie en ik gaf hem een foto met verhaal en drukte hem op het hart hem van
ons de groeten te doen.
Daarna
heeft Marrit foto's gemaakt van het haaienvlees dat onder een enorm afdak hing
uit te wasemen en zij verzekerde mij dat er enig doorzettingsvermogen voor
nodig was om het spul tot fotozekere afstand te naderen omdat het bepaald niet
fris rook.
Na
de haaienboer gedineerd in een restaurant in Olafsvik waar het eten summier was en weinig
fantasievol en waar we werden buitengekeken door het dienstdoend personeel. Wat
Engelse Posh zat achter ons, zelfs het gelach was niet echt.
Daarna
doorgereden rond de Snæfellsjökull (grotendeels gravel) die we nauwelijks
gezien hebben door de mist. Gekampeerd in Arnarstapi aan de voet van de
Stapafell die we zondagmorgen in volle glorie konden aanschouwen toen we
doorreden naar Húsafell, weer het binnenland in. Op
de weg genoten van de Barnafoss en de Hraunfossar (Gigantesque!) en gelogeerd op Camping Húsafell die echt te gek
was en in de bossen ligt. De volgende morgen, vanmorgen dus, vanwege de regen
de geplande lavagrotten gecanceled ('a sense of humor and a sense of adventure
is what you need in Iceland' zegt de Lonely Planet wat ik verder maar een klotengids vind) en de trip
gemaakt naar Reykjavik, de hoofdstad.
Via
Borgarness (bijna) en de walvisbaai
gerond, een omweg van zo'n 50 km als je de tunnel meerekent die men onder de
baai heeft doorgeboord; slechts enkele kilometers lang maar het diepste punt
ligt op 165m onder de waterspiegel.
Omdat
we al een te gekke tunnel in het Noorden hadden gehad, besloten we om de baai
heen te rijden dus, met prachtige landschappen en vergezichten over het water.
Daar maakten we iets mee wat ik nog nooit gezien had. We reden vrij hoog boven
het water en opeens in een windvlaag werd er ahw een laag water van de
oppervlakte 'geschept' en de hoogte in geblazen.
Toen
we weer op de grote weg naar Reykjavik zaten waar het aanmerkelijk drukker werd
waaide het zó hard dat ik beslist niet met één hand kon sturen, ik durfde niet
harder dan 60, 70 km/u te rijden uit vrees dat ik van de weg 'geswept' werd
door de tegemoetkomende trucks. De campers die ons tegemoet kwamen hingen
helemaal scheef in hun veren, want in Holland waait het soms best hard, wat dat
betreft heb ik al wat meegemaakt maar
dit sloeg alles. Een Hollandse storm is hier in IJsland nog maar een flinke
bries.
Uiteindelijk
reden we Reykjavik in, waar het ons tegemoetkomende verkeer in de file stond.
Kilometers! Het bleek later voor een concert te zijn van Roger Waters.
Reykjavik, maandag 12 juni 2006, 20:00h
Eerst
ingechecked op de camping, daarna de stad in geweest en een bezoek gebracht aan
Kaffi Hljomalind in wiens kelder Snarrot
gevestigd was, het bio-restaurant dat ook dienst doet als zenuwcentrum voor de
Kárahnjúkardam-actie wat gesloten bleek te zijn. Ons werd door Hljomalind
aanbevolen het One
Woman Restaurant
tegenover in de Klapastigur (de klapsteeg dus) waar wij
een uitstekende vegetarische maaltijd genoten en een dessert om U tegen te
zeggen. Daarna teruggereden naar de camping en de volgende middag te voet naar
het centrum getogen alwaar wij foto's gemaakt hebben bij het Höfði-huis, op het bordes gestaan waar
Reagan en Gorby ooit stonden en ons verbaasd hoe klein het eigenlijk was.
Prachtige plaquettes in het Russisch, Engels en IJslands. En toen, na een nieuw
Orðabók (woordenboek) te hebben aangeschaft naar de Laugarvegur (wasweg) de uitgaansstraat van
Reykjavik waar wij een uitgebreid gesprek hebben gevoerd bij Snarrot, wat
Internetcafé bleek te zijn geworden, annex filmzaaltje waar men buttons
verkocht met Íslandsvínur
(IJslandvriend)
en 9/11 was an
inside job
De
e-mail doorgenomen en buttons gekocht.
Hier
werd ons pas duidelijk dat we umsonst naar de Kárahnjúkar zijn gereden omdat er
helemaal geen actiekamp meer bestaat en dat de groep die dat ooit organiseerde
niet dezelfde is als die in Snarrot resideert. Confused? You WILL be after next
episode!
In
ieder geval gezellig gekeuveld en toen de stad in geweest waar wij ons suf
geshopt hebben, fish & chips gegeten en uiteindelijk thee hebben gedronken
in het oude koffiehuis aan de haven, een meesterlijk optrekje wat de zee ademt
in alles, als je er rondkijkt, van de lusters tot de ventilatoren. Dora gesmst
die niets van zich liet horen en daarna Hljomalind weer bezocht waar ik met
Einar heb afgesproken dat ik volgend jaar kom optreden.
Nogmaals
geslapen in Reykjavik en de volgende morgen naar het Nationaal Museum geweest
wat erg leuk en interessant was en waar het weer omsloeg.
Vertrokken
naar Krýsuvik om de solfataren te gaan
bekijken toen de ventilatorriem begon te slippen. Doorgereden tot Keflavik (het regende pijpenstelen
en woei op z'n IJslands) om de motor wat warmer te krijgen dat ie soepeler
loopt en toen we even pauzeerden om terug te rijden had ik 'm goed dik. In het
Nationaal Museum had ik een boek met Vikingspreuken gekocht en op de Gerben
Hellinga Manier (als je een antwoord zoekt, pak een boek uit de kast; sla het
willekeurig open en lees) vond Marrit:
Happiness.
He
is unhappy and ill-tempered who meets all with mockery
Dat
hakte erin. Ik werd er even stil van.
Terug
naar Hafnafjörður om te tanken en de trip
naar Krýsuvik alsnog te aanvaarden. Meteen buiten Hafnafjörður, een voorstadje
van Reykjavik met hoogbouw tot wel 8 verdiepingen begint de dirtroad met
hellingen tot 20%, lavavelden in het begin, daarna wordt het steeds bergachtiger
en tenslotte rij je parallel aan een meer, redelijk hoog en steil langs het
water. In Krýsuvik heeft men ooit de blubberpoelen willen bedwingen en er
stoomturbines op aangesloten maar dat is jammerlijk mislukt omdat de druk nogal
kon verschillen.
Op
een dag is de hele betonnen ombouw, tezamen met bijgebouwen en koffieshop door
plotselinge overdruk-van-onderen de lucht in gevlogen (geen persoonlijke
ongevallen, ze waren net vertrokken) zodat het nu weer de oude vertrouwde
riekende pruttelpotten zijn die het altijd waren. Ook hier hebben de bergen
alle kleuren van de regenboog.
Er
stond nog een bordje "Toilets" met een pijltje maar ook daarvan
restte alleen de betonnen fundering.
Die
avond geslapen in Hafnafjörður (de Havenfjord) op een camping met gesloten
plees en afwasgelegenheid waar men ons 2000 kronars rekende om in het park te
slapen; bleek later want 's morgens werd er tegenover onze camper een
festivalpodium opgebouwd.
Het
campinggebouwtje was de volgende morgen gelukkig open en ik moet zeggen dat ik
zo'n dure drol nog niet heb gelegd sinds we IJsland zagen.
We
eten er goed van trouwens.
Hafnafjördur, 14 juni 2006
Van
Hafnafjörður donderdagochtend vertrokken naar Þingvellir waar we van het Amerikaans plat op het
Europees plat gesprongen zijn en in een echt sjiek optrekje de thee hebben
gebruikt. Þingvellir was zonnig bij tijd en wijle en ongelooflijk betoverend.
Het
was de plaats waar de Alþing voor het eerst bijeenkwam in het jaar 930.
Waarmee
IJsland de oudste democratie ter wereld is. Van Þingvellir via de gravel naar Geysir waar we de Strokkur (karnton) hebben zien
spuiten; zo om de 5 minuten min of meer, en dan zo'n 20, 30m de lucht in met
enorme hoeveelheden stoom, ook weer niet te beschrijven. En adembenemende
geuren. Marrit kan er goed tegen, ik krijg het er na een tijdje een beetje
benauwd van.
De
geysir zelf trouwens heeft geruime tijd helemaal niet meer gespoten maar sinds
de laatste aardbeving een paar jaar geleden spuit hij weer een keer per dag.
Daar
hebben we niet op gewacht, we hebben de camping naast het solfatarenveld (waar
die spuiters dus in liggen) betrokken en er ons zoveelste Franse koppel ontmoet
aan de afwasbak. Zij werkten allebei in Aberdeen, hij op het booreiland en zij
administratief aan de wal.
Ze
hadden ooit de Shetlands bezocht en zo was het idee gekomen om naar IJsland te
gaan.
's
Morgens uit bed geklopt door een chick die om 9 uur geld kwam ophalen. Mooi
kut! De eerste keer dat men in IJsland bang was voor wanbetalers. Zal wel komen
omdat we nog zo dicht bij Reykjavik zitten, want Reykjavik is geen IJsland,
zoals Amsterdam geen Holland is.
Om
even terug te grijpen; het was pas in Reykjavik dat we weer werden herinnerd
aan Holland; camera's, deuren op slot, files, we waren toch wel weer blij dat
we het achter ons lieten.
Geysir, 15 juni 2006
De
volgende dag (vrijdag) naar de Gulfoss, de gouden waterval omdat er, zodra de zon erop schijnt een
regenboog ontstaat. Stromende regen, harde wind maar ook weer onvergetelijk.
Natuurlijk geen regenboog gezien maar zonder dat is de Gullfoss toch
overweldigend. De Gullfoss stroomt in twee etages die haaks op elkaar staan.
Een
salade genoten in het bezoekerscentrum; een enorme ruimte met souveniershop
waar je Tshirts kan kopen met 'Go Native, drink Brennivin the real Icelandic
Schnaps' en minitrollen en kaartspellen met watervallen erop, te gekke
fotoboeken van het Noorderlicht wat 's zomers niet te zien is en truien,
dassen, mutsen en wanten van echte IJslandse wol, in de wolwereld iets aparts!
Bij
de Gulfoss staat het Sigrid huis.
Sigrid ijverde voor het behoud van de Gulfoss en dreigde zich erin te storten
als er een electrische centrale van zou worden gemaakt.
Jammer
dat zoiets niet bij de Kárahnjúkar gebeurde.
En
van de Gulfoss togen we naar Vík
(spreek uit: biek) aan de zuidkust, waar we de avond van de 16e juni
arriveerden, de dag vóór Onafhankelijkheidsdag wanneer de IJslanders natuurlijk
feest vieren!
Vík
is de plaats van de Katla,
een vulkaan die begin vorige eeuw het hele stadje wegvaagde. En in Vík staat een Deutsches Denkmal ter
nagedachtenis aan de Duitse IJslandvissers en een bedankje aan de mensen van de
Zuidkust die zoveel Duitse schipbreukelingen hebben gered.
In
Vík hebben we op de 17e juni nog een IJslandse feestgewoonte meegemaakt,
waarbij een 4WD over een personenauto heen moest rijden, maar tot groot vermaak
van de omstanders bleef hij spinnend in het dak vastzitten.
Dit
alles gebeurde terwijl wij de kustrotsen beklommen om papegaaienduikers te zien
maar ze van bovenaf naderen was toch te gevaarlijk dus na een flinke klim zijn
we ook weer begonnen aan een 'Víkse' afdaling en hebben we ze van het strand af
proberen te bekijken wat niet lukte omdat het hoog tij was.
Gelukkig
hebben we een paar goeie binoculars dus hadden we de gelegenheid ze te zien
dobberen voor de kust. Duizenden en duizenden....
Het
IJslands voor papegaaienduiker is Lundi wat op z'n Frans weer maandag betekent.
IJslanders
hebben ook een spreekwoord, er zijn drie dingen die oud het beste smaken;
vrouwen, wijn en Lundi.
Ik
heb het maar niet geprobeerd, dat vond ik toch net te zielig. Want ze zijn
móói!
En
een Lundi kan een snelheid bereiken van 80 km per uur en hij kan tot 60 m diep
duiken!
Da's
nog eens fenomenaal voor zo'n beestje!
Aan
het eind van die middag zijn we nog een eindje gaan rijden en onderweg heeft
Marrit weer zo'n maanlandschaps aandoend lavaveld gefilmd.
140
km verder zijn we neergestreken op de camping van de Skaftafell, een natuurgebied wat ingeklemd ligt
tussen twee gletsjertongen van de Vatnajökull en door haar beschutte ligging
een bijzonder mild klimaat heeft.
Daar
hebben we een heerlijk maaltje gebrouwen van bioburgers met Kartöflursalat.
Vervolgens
hebben we een nachtwandeling gemaakt terwijl het klaarlichte dag was en ons
verbaasd dat we ook echt zichtbaar door twee gigantische gletsjertongen omringd
waren.
SKAFTAFELL,
ZONDAG 18 JUNI 2006, 21:18h
Een
stralende dag! Vanmorgen smakelijk ontbeten en daarna de klim aangevangen naar
de legendarische Svartifoss (de zwarte waterval) die
naar beneden valt over een soortement van overhangend kerkorgel (Hou nou eens
op over die kerken; pijporgel!)
Aldaar
hebben wij onze hadegismatur (lunch) genuttigd van
kummelbrood en gepeperde Noorse kipper (bakharing; nieuwe haring kennen ze hier
niet) en IJslandse bananen en toen zijn we naar de Skaftafellsjökull geklauterd op 330 m op het
uitzichtpunt Sjónarnipa. Wow man, wow man, mijn
eerste gletsjer van dichtbij! En wat voor een!
De
Vatnajökull (watergletsjer) beslaat 10% van IJsland, en als je weet dat IJsland
3 x zo groot is als Nederland...
Fascinerend!
Sjónarnipa.
Het
is een gevaarlijk loodrecht uitkijkpunt en de gedachten die je daar krijgt hoe
klein we wel niet zijn, blijven ècht wel even hangen. Pas als er mensen, huizen
of werktuigen zijn ter vergelijking zie je pas "how vast" hier alles
is. Vanaf de hoogte, zo'n 80 m. kun je beneden de gletsjertong zien 'stromen',
naar omhoog zie je 'm slingerend tussen de besneeuwde bergen verdwijnen en naar
omlaag eindigt ie abrupt in een grillig meer, waar de delta's ontstaan die men
een beetje probeert in te dammen dat er niet zoveel bruggen nodig zijn want de
ringweg loopt tussen de gletsjer en de zee.
De
ringweg onderlangs de Vatnajökull, het sluitstuk, is trouwens pas in 1974
gereedgekomen en in 1996 weer weggevaagd waarna de IJslanders, die daar niet zo
mee zitten, van de verwrongen I-profielen van de weggespoelde brug een monument
bouwen en dat opstellen naast de nieuwe brug ter verfraaïng en als reminder(!)
Toen
we trouwens van de Skaftafell naar de fjord reden zijn we even gestopt bij de
IJsmeren.
Het
eerste is alleen te bereiken via een dirtroad.
En
hier heb ik voor het eerst van mijn leven een ècht gletsjermeer van dichtbij
aanschouwd met een loodrechte wand aan de overkant waar met donderend geweld
regelmatig stukken afbreken van zo'n 15 meter hoog en wel 50 meter breed die
het water doen golven als een stormbranding die minutenlang na blijft rommelen.
Hier
worden ijsbergen geboren, die de meest bizarre vormen aannemen en zulke
helderblauwe kleuren hebben dat ik het niet voor mogelijk hield. Ik dacht
altijd dat IJsbergen wit waren...
Ja,
wàt een natuurkrachten om van te genieten, en weer even stil van te worden.
En
het heeft toch wel voordelen als je je een eindje van de asfaltwegen waagt.
Daar
ben je nagenoeg alleen, behalve een fotograaf, nationaliteit dubieus want er
zijn veel buitenlanders die hier in IJslandse huurauto's rijden, wiens
wederhelft hem kennelijk had opgedragen zijn kiekjes zo vlug mogelijk te nemen,
want na elke foto rende hij naar de volgende locatie op het oneffen terrein,
vallend en struikelend, zich ongetwijfeld bezerend om maar zo snel als hij kon
weer aan te treden bij de voituur.
Het
tweede gletsjermeermeer Jökullsarlon ligt vlak aan de ringweg en dat merk je.
Het
was er vergeven van de toeristen; minstens honderd (!), er voeren speedbootjes
tussen de ijsbergen en zelfs twee amfibievoertuigen waarop je in een open bak
de ijsklompen van dichtbij kon aanschouwen in een speciaal oranje kostuum met
zwemvest. Natuurlijk tè gek om zo van het land het water in te rijden zonder te
zinken.
Er
was een uit de kluiten gewassen koek en zopietent en tot onze verbazing een
stelletje "uit hetzelfde dorp" zoals de heer van het gezelschap het
aanduidde.
Zij
hadden twee huisjes geboekt; een week in het Zuiden bij Reykjavik en een week
in het Noorden bij het Mývatn.
Hij
wilde de Hekla beklimmen en zij was het
liefst thuisgebleven had ik de indruk; meer zo'n Spanje-lover.
Ze
beklaagden zich over de prijzen nadat wij hadden verteld dat die best meevielen
en vergeleken de prijs van een fles biologische bakolie uit IJsland met de
gezeefde carterolie die je in Holland bij de Lidl kan kopen. Dat gooien niet
nader te noemen kennissen van mij in hun auto, maar daar bak je toch niet
mee....
Dat
heb ik alleen maar gedacht natuurlijk, je bent wat je eet en daar ben je zelf
bij.
Ook
begrepen wij uit hun verhaal dat we de goeie optie gekozen hadden; de camper.
Als
je een huisje hebt op IJsland moet je de hele tijd pendelen naar en van de
bezienswaardigheden, terwijl je met een rijdend huisje gewoon blijft staan waar
je bent. En dan hebben we het nog niet over de financiële consequenties!
Vanmiddag
moeder gebeld en weer wat cadeautjes gekocht voor het thuisfront.
En
nu ga ik de nationale groente van IJsland snijden; koolraap.
Want
we eten rijst met koolraap en satehsaus, gelardeerd met Hvitlaukslauf Provence.
(Uitgesproken
Kwietleuksleuf, Hvit = wit) dus Witlook, wat wij knoflook noemen.)
Nog
een afwasje gedaan om half een 's nachts, buiten een pafje gerookt en terwijl
ik naar de gletsjertong stond te kijken in de lichte IJslandnacht realiseerde
ik mij dat het IJsland-avontuur op een eind begint te lopen. Het is
maandagmorgen en donderdag gaan we scheep naar Hanstholm in Denemarken.
Wàt
een prachtig, ruig, ongelooflijk mooi land!
Woorden
schieten tekort voor zo'n vakantie. Ik heb duizend dingen vergeten op te
schrijven, net zoals William Morris die zijn tocht te paard volbracht in 1871.
Er
is zoveel te zien en te bewonderen dat je tijd te kort komt. Want de tijd gaat
hier snel. Dat effect heb je tenminste als je de klok bijhoudt. Verzachtende
omstandigheid is natuurlijk dat het niet donker wordt dus de dagen duren zo
lang als je wakker bent.
Even
naar de Skaftafell wandelen bijvoorbeeld, een
trotje van anderhalf uur heen en terug staat er op de borden aan de ingang maar
we vertrokken om twee uur en waren om 7 uur weer op de camping. Overweldigende
indrukken.
Take
your time; ook als ik niet stoned ben kan ik dat voortaan.
En
eindelijk weten we welke vogel het flapperend geluid maakt!
Een
vrijwilligster van het IJslands Staatsbosbeheer hielp ons uit de droom.
In
het IJslands heet hij Hrossagaukur, in het Nederlands Watersnip. Hij overwintert in Ierland maar
alleen hier, tijdens de broedperiode maakt het vrouwtje haar geluid wat zij
produceert door met haar staartvleugels te trillen. We hoorden haar voor het
eerst in het bos van Egilstaðir in het Oosten en zij heeft ons vergezeld gedurende de hele trip,
alhoewel het meisje zei dat ie alleen in het Noord-Oosten broedde.
In
het Fries heet ie trouwens Hemelgeitje, dus daar kennen (kenden) ze haar
vleugeltruc blijkbaar ook!
Maar
het meest frappante was wel dat de IJslanders ons nastaarden, sommigen reden
aan de pomp een extra rondje om onze camper goed te bekijken.
Want
IJslanders zijn merkengeil!
Zoals
Willem van
Blijderveen,
onze beminnelijke IJslandspecialist zonder wiens boek we een hoop gemist
hadden, zegt:
Iedere
IJslander wil een Toyota Land Cruiser en een flatje in Reykjavik maar als ie dat niet kan betalen
(lees: poffen) wil hij wel een andere auto dan zijn buurman waardoor er veel
meer merken dan garages zijn, maar DAFjes kent men niet in dit land; sjonge,
wat hàdden we een bekijks!
De
Land Cruiser gaat trouwens sind kort niet meer op; de duurste huurauto is nu de
Lincoln Navigator de Luxe. Of de 17-persoons Hummer maar aan dat gedrocht wil
ik verder geen woorden vuil maken.
BORGARFJÖRÐUR, 21 JUNI 2006
De
zomer is begonnen! Gisternacht gekampeerd aan de fjord en onze
voorzorgsmaatregelen getroffen dat we niet meer verrast worden door de regen
want aan de Skaftafell was het goed mis.
Het
regende op een manier zoals we het nog niet hadden meegemaakt.
Alles
was nat, de matrassen, de kussens, de gordijnen en de planken onder het matras.
We
hebben de spullen staan te drogen boven de standkachel en 's avonds was nog
niet alles droog.
Gisteren
dus alles afgeplakt met vuilniszakken en 'duck'tape omdat we niet konden
uitvogelen waar het water vandaan kwam. Het kozijn lekte niet.
Twee
mogelijkheden; het dakluik of de achterdeur.
In
ieder geval hielden we het gisternacht droog.
Vandaag
zijn we bij Petra
Sveinsdottir geweest
die de grootste stenenverzameling van heel de wereld heeft, bedankjes en
aanprijzingen van alle groten der aarde en daar hebben we natuurlijk stenen
gekocht, hoewel ze hier aan de Oostkant langs de weg liggen; sterker nog, men
bouwt hier wegen met halfedelstenen!
Ik
schat dat onze verzameling lava en keien nu tegen de 100 kilo loopt en het is
maar goed dat we hier niet met een tentje zijn want dan was de vrachtprijs niet
te betalen.
Daarna
hebben we in het Frans Museum in Faskrudsfjörður bezocht en ik heb een boek gekocht over de Franse
IJslandvisserij, in het Frans omdat mijn IJslands nog niet toereikend is, al is
het boek geschreven door een IJslandse die ook in Frankrijk (Paimpol, Bretagne om precies te zijn) research
heeft gepleegd. De Fransen hebben hier een hospitaal en een school en/of een
kerk gebouwd en alle straatnamen zijn hier tweetalig.
Albert,
de museumdirecteur en het enige aanwezige personeel heb ik beloofd dat ik hem
een CD stuur met de Hollandse versie van het IJsland-varen-lied erop, wat in
een ouder werkje van Willem staat met de complete tekst.
Ik
heb daar de Franse versie gehoord (zelfde melodie) en raakte ontroerd door de
verhalen over het wel-en-vooral-het-wee aan het begin van de vorige eeuw.
Men
vertrok uit Bretagne in februari en kwam terug in oktober.
Op
12-jarige leeftijd ging men aan boord en zag de Bretonse zomer niet meer voor
zijn pensionering, wat de meesten niet eens haalden.
500
Schepen vergingen en 5000 mensen lieten het leven in de 80 jaar dat men op
IJsland viste.
Ook
veel Vlamingen hadden er een boterham aan in die tijd.
Toen
we thee en rabarbercake bestelden in het knusse restaurantje zette hij 4th Time
Around van Bob Dylan op en ik vertelde wie ik was en hoe sommigen mij noemen in
Holland. Toen we vertelden dat we naar Borgarfjörður gingen drukte hij ons op het hart zijn
broer de groeten te doen, die daar een galerie/eetgelegenheid exploiteerde. Na
een hartelijk afscheid en de mededeling dat er in Faskrudsfjörður een Hollandse
woont die Marjolein heet reden we verder naar het Noorden door de langste
tunnel die IJsland rijk is; 5,9 km.
En
nu staan we dus in Borgarfjörður.
Naast
de 30m hoge rots waarvan de legende vertelt dat hier de Koningin van alle Elfen
van IJsland woont.
Marrit
kiest een trui uit het (Engelstalige) IJslandse breiboek na een maal van rijst,
groentenmix bestaande uit tomaat, paprika, wortel, ui, knoflook en kikkererwten
waarbij een Turkse ajuinsalade, besprenkeld met sumak, dat heerlijke paarse
kruid wat men in Holland nauwelijks kent, wat zelfs maar weinig Turken meer
kennen!
De
rit van Faskrudsfjörður over Egilstaðir naar Borgarfjörður was ook een
avontuur.
We
dachten van Egilstaðir in een half uurtje in Borgarfjörður te zijn maar dat
viel tegen. Want zo'n tien kilometer buiten E. houdt de malbik op, en dan heb
je nog 60 km to go. En als je denkt dat je eronderhand bent, begint de sensatie
pas ècht.
Het
laatste stuk moet je een bergkam over, zo hoog dat je in de mist reed op het
slingerende gravelweggetje, nauwelijks anderhalve auto breed met zicht tot het
volgende paaltje. Eindelijk voel je dat de daling is ingezet, een zucht van
verlichting, je komt uit de wolken en rijdt een soort dal binnen dat grenst aan
de zee.
En
dan nog even een van de gevaarlijkste, meest beruchte stukjes weg op heel
IJsland, honderden jaren doen hierover al verhalen de ronde van de talloze
reizigers die hier naar beneden gekukeld zijn en uiteraard was het een trol die
ze naar beneden wierp.
Tot
1949 was het onmogelijk hier gemotoriseerd te geraken; alleen te voet of te
paard.
En
als je je de weg voorstelt onder sneeuw en ijs in gierende storm hoeven er geen
trollen aan te pas te komen om je te laten afglijden van het zielige randje
langs de zee dat weg heet.
In
Borgarfjörður kun je over de zee recht naar het Noorden kijken en daar gaat de
zon 's nachts niet onder. Hoewel het bewolkt, winderig en regenachtig was waren
de Elfen ons gunstig gezind; om half twee in de morgen brak ineens het
wolkendek vlak boven de einder en vingen we een glimp op van de middernachtzon!
Nu was de zomer pas ècht begonnen.
Seydisfjörður, donderdag 22 juni 2006,
00:01h
Volop
bezig met de voorbereidingen voor de terugreis.
Aangezien
we op de boot na vertrek niet meer op het cardeck worden toegelaten, is het
zaak de juiste paraphernalia te selecteren. We staan hier op de havencamping in
een rijtje van campers, omgebouwde vrachtwagens en bussen en uiteraard de
gezapige sleurhutten van verschillende nationaliteiten.
Ook
de Ruud&Ria's zijn present en verder nog wat Italianen, IJslanders, Denen
en Noren.
Onze
D309 buurman was zo vriendelijk ons te laten inpluggen op zijn haspel zodat we
niet de hele kabel hoefden uit te leggen.
Zojuist
bij restaurant Aldan (waar we de enige bezoekers
waren) hier in Seydisfjörður gedineerd. Zilveren kandelaars en blinkend
kristal.
Er
kwam nog wel een koppel binnen maar nadat zij gezeten waren en de spijskaart
hadden geraadpleegd hoorden wij verontwaardigde klanken die er
hoogstwaarschijnlijk op duidden dat zij het met de prijzen niet eens waren (de
vernoemde gerechten streelden de smaakpapillen bij voorbaat) waarna zij weer
vertrokken.
Ja,
hier ging de bewering dat IJsland duur is even wèl op... evenwel; money is
peanuts.
Vanavond
is het nu even relaxen van de enerverende dag.
Mijn
baard staat nu 3 weken en telkens als ik in de spiegel kijk schrik ik van
mezelf.
Marrit
verbetert:"Twee weken, in de 9e en de 10e nacht sliepen we in de
Westfjorden, bij Bjarkalundur.
Afgelopen
middag de perikelen.
We
hadden overnacht in Borgarfjörður.
Waarschijnlijk
heb ik de Elfen vertoornd met mijn ill temper terwijl zij ons nog wel de
middernachtzon hadden laten zien.
Vanwege
de slippende ventilatorriem startte de auto maar nèt in Borgarfjörður en vlak
voor Egilstaðir reed ik de rechter achterband kapot op de gravel.
Het
regende en het woei en ik zeulde de krik uit de auto en begon te pompen. Toen
hij op zijn hondjes stond probeerde ik de wielmoeren los te krijgen maar die
zaten muurvast en terwijl Marrit op zoek ging naar hulp op de dichtstbijzijnde
boerderij belde ik de ANWB.
Voordat
ik echter had uitgelegd waar we gestrand waren hoorde ik gehamer en gewrik en
begon de bus te bewegen dus ik klom naar buiten.
Marrit
was gearriveerd. Bij de derde boerderij, zo'n kilometer verderop had zij beet
gehad en ze waren met een Volvootje, twee reeds op leeftijd zijnde heren die
meteen de handen uit de mouwen staken, recht van het diner geplukt in hun
zondagse kloffie.
Ook
zij kregen de moeren niet los en maakten ons duidelijk dat ze terugreden naar
de boerderij met de woorden:"We go...hammer!"
Toen
de auto weer verscheen waren ze voorzien van een moker, een stalen pijp, een
bus kruipolie en een potje kopervet.
Met
het geweld dat ze toepasten, springen op de kruissleutel en dergelijke
gymnastikale acties, braken ze ook nog hun sleutel in tweeën.
De
resterende moeren werden verwijderd met mijn eigen moersleutel en nadat het
wiel eropgezet was (we kwamen er gewoon niet aan te pas) en de lekke tuub
zolang onder de tafel in de bus werd geschoven gaf Marrit hun ieder een fles
wijn die eigenlijk voor de actievoerders bij de Kárahnjúkar bestemd waren maar
die waren naar huis gegaan.
Wijn
is in IJsland een werkelijke luxe, men drinkt Brennivin (37%), bijgenaamd Black
Death.
Ze
drukten ons de hand. Marrit kreeg van ieder een hug en zo tuften we naar
Egilstaðir waar we de bilaverkstædi opzochten om een nieuwe band te laten opleggen.
De
eerste verkstædi had mijn maat niet, de tweede, een truckverkstædi ook niet
maar daar zitten IJslanders niet mee. Er werd eenvoudig, met mijn toestemming
een iets hogere band opgelegd die we in de camper moesten vervoeren want door
de grotere maat paste ie niet in de klem onder de bus.
Voordat
we uit Borgarfjörður vertrokken hadden we bij de Alfastein (Elfensteen) thee willen drinken, waar
je van Rock tot Art kunt kopen en lekker kan eten, het etablissement van
Albert's broer maar omdat het Dafje zo slecht startte durfde ik hem niet af te
zetten en wipte Marrit even binnen om de groeten te doen.
Een
stormachtige dag dus, in meer dan één opzicht.
Nadat
wij de band binnenboord hadden zijn we naar de Samkaup gereden waar we een winkelwagentje vol
wol hebben gescoord (elke super verkoopt loads of wol!) voor Marrit en de
tricoterende familie en vriendinnen. We werden zowat de winkel uitgezet om acht
uur want het personeel wilde naar huis terwijl Marrit de hele wolvoorraad nog
had willen scannen.
Terwijl
zij wol uitzocht ging ik even op de boekenafdeling kijken waar prompt het licht
werd uitgedaan. Tijd is tijd.
Aan
de kassa hielp het gezamenlijke winkelpersoneel met uitladen, registreren en
weer inladen. Zoef de haas!
M/V Norröna, donderdag 22 juni 2006,
boottijd 19:05h
De
cafetéria.
Beetje
ongunstige tijd uitgezocht om te eten; aansluiten in de rij.
Komend
in het etablissement zwijgt de Ruud&Riakaravaan of vervalt in gefluister.
Vanmiddag ben ik nl 'ontdekt' op het dek.
Ook
nu hebben we weer de scheepswinkel gefrequenteerd en Mare heeft een mooi vest
gekocht maar de omrekenkoers voor IJslandse kronen is wel èrg ongunstig buiten
IJsland. Enfin, we waren gewaarschuwd.
Ook
heb ik een fles Brennivin gekocht voor Dirk en
Monique, voor bij de Hákarl
in
de kaupfelagud en uiteraard harðfiskur. Het is heerlijk om op zee
te zijn.
Het
afscheid van IJsland was een beetje moeilijk; big boys don't cry maar ik had
tranen in mijn ogen dit ongelooflijk tè gekke land te moeten verlaten.
Toen
de rotsen van Seyðisfjördur langzaam in de verte verdwenen kreeg ik een vreemd
heimwee.
Ik
moest terugdenken aan de mannen die ons belangenloos uit de nood hielpen.
W.H.
Auden's boek Letters from Iceland is beter te begrijpen als je
er geweest bent (als
je denkt dat je er bent, ben je er geweest, maar dat terzijde)
Marrit
heeft de vertaalde versie, goed vertaald en ook nog rijmend:
In
Seyðisfjörður weet elk kind
Dat
's zomers het licht de nacht overwint
Na
even te hebben zitten schrijven werd ik vriendelijk toegelachen door een der
serveersters die ons herkende van de heenreis. Ook nu vroegen we om een
vegetarische salade en "on special order" werd die voor ons gemaakt
èn geserveerd, in een zelfbedieningsrestaurant nota beide bene!
Of
dat nu komt omdat ze ons sympathiek vinden dan wel dat ik heb zitten spelen
laten we maar in het midden.
Norröna, vrijdag 23 juni 2006, 14:09
boottijd
Tussen Tórshavn en Lerwick
"Wind
6m/sec. Moderate visibility" zei de Captain toen we Tórshavn uitvoeren.
Het
regent een beetje. Goed geslapen. Ontbeten met het laatste IJslandse brood.
Naar het eind van de middag zou de wind aantrekken to 8 m/sec maar je kunt nu
al zien aan de zee dat de heuvels/dalen verhouding groter wordt.
Fanchon ontmoet.
Zij
komt uit Brussel, gaat als een TGV en is
overal geweest, heeft alles meegemaakt en ze kan vertellen! Het gesprek switcht
van Engels naar Nederlands naar Frans en vice versa.
Van
Goa tot Rome, van Scheveningen tot het Rokin, toen ze achttien was ging ze met Roel van Duynhoven van het AD (broer van Ton van Duynhoven, de toneelspeler?) zat te
borrelen met Hitchcock, kende Sélim Sasson, de Waalse filmcriticus die
ik ook nog eens ontmoet heb, kortom une femme du monde.
Zij
is freelancefotograaf en noemt zich Cherry Pickles. Maar Cherry Pickles is een Engelse schilder(es) volgens Google en Fanchons zijn er
legio. Tòch een mol (undercover)?
Dan
wel een freaky!!
Gedockt
in de haven van Lerwick, Shetlands.
Gegeten
aan het diner-buffet, de keuken is ronduit voortreffelijk!
(En
in Brú op IJsland in de cafeteria
besloot ik mij niet meer te scheren na een klein bakkie friet wat hier een
grote is. Ik kan maar niet wennen aan het zakje patat, je zegt toch friteuse;
heb je ooit van een patateuse gehoord??)
Ook
nu weer voortreffelijk als ik dat op de heenreis nog niet vermeld had.
Marrit
is aan het checken of er vanavond nog een Bingo-sessie is.
Morgenmiddag
om één uur.
Marrit
stáát erop dat ik erbij vermeld (uitdrukkelijk) dat het MIJN idee was!
De
voetbal in de Viking-club is in volle gang!
Fanchon heeft haar Karel de hele dag nog niet gezien.
En
ik kijk uit over Lerwick en vraag me nog steeds af
waar Scapa Flow nu was want het staat op
geen enkele kaart.
Alhoewel
we hier een half uur zouden dokken zie ik nog niemand aanstalten maken om de
passagiersterminal in te halen.
Dwars
op ons aan de kaai ligt de Jura (een
behoorlijk inlandse naam voor een zeeschip) die haar zoeklichten op ons gericht
heeft en verschillende andere vissersboten.
Lerwick
is een plaatsje wat ook zó uit een modelspoorweg geplukt zou kunnen zijn, al
rijden hier geen trenien.
En
nu ben ik ook wat meer te weten gekomen over de Faroër Eilanden met hun eigen taal. Zij gebruiken
dezelfde runen als de IJslanders op de þ na, hebben tienduizenden wijsjes en
plegen nog steeds de rondedans als nationaal fenomeen, zo'n beetje als de
polonaise met carnaval.
Een
nieuwsgierige zeehond steekt in de haven zo nu en dan zijn kop boven water. En
de sky breekt open. Blauw!
De
zijschroeven draaien, het licht in de cafeteria knippert haast onmerkbaar.
Achter
worden de trossen losgegooid; we gaan vertrekken voor de laatste etappe.
Traag
trekt de ferry zich aan zijn voorschroeven uit de haven. Dan stoppen de
boegschroeven. Het gedreun houdt op en het schip begint zich voort te bewegen
op zijn achterschroeven en maakt meteen vaart.
Volgens
het computerscherm in de gang varen we met zo'n 19,6 kts.
Morgenmiddag
16:00h komen we naar verwachting aan in Hanstholm, Denemarken dus zou de afstand 630 km
moeten zijn.
En
met elke minuut verwijderen we ons verder van IJsland.
Vóór
mij spreekt men IJslands, naast ons Faroes, achter ons Frans en de voetbal gaat
maar door.
Marrit
is met haar verhaal net in de Westfjorden gearriveerd en ik kijk naar de hemel die nog steeds niet donker
wordt en het ook niet zal worden, al is het half elf in de avond.
Nog
steeds vliegen meeuwen met ons mee en menig medereiziger is ijverig bezig zich
voor de laatste maal goedkoop te bezatten.
We
dineerden naast een alleraardigst Hollands echtpaar dat exclameerde nóóit zo'n
voortreffelijk lopend buffet te hebben geconsumeerd. Terecht!
Toch
blij dat we een hut hebben. Fanchon vertrouwde ons toe dat de Polen ook deze
reis weer buitengewoon vervelend waren in de couchettes.
Allemaal
Kárahnjúkar-slaven.
Attention
Manus, NO MOCKERY!!
En
even heb ik het treinreiseffect als ik naar buiten kijk en het interieur zie
spiegelen in de ruiten, een schimmenwereld met èchte mensen die keuvelen aan
het tafeltje naast ons, een paartje dat ruzie maakt in een taal die ik niet kan
thuisbrengen en de zelfbediening die doordraait alsof de nacht nooit invalt.
En
Marrit, voor zover nog niet vermeld, heeft IJslandse pepernoten ingeslagen die
niet naar pepernoten smaken, meer lijken (qua smaak) op bitterkoekjes om de
meute met Sinterklaas te verrassen. (Jan zal de bijl wel uit de schuur moeten
halen!)
Het
IJslandse gezin (twee meisjes van 12 en 10 en een zoontje van 8) spelen hun
spelletjes dwz vader speelt mikado met het meisje van 10 en ma schaakt met haar
achtjarige zoon terwijl de oudste tekent en zo nu en dan toekijkt.
"En
het zal ook niet donker worden" moet ik terugnemen.
Voor
het eerst in dik een maand zie ik weer èchte schemer!
Nondeju
wat is het donker buiten zo opeens.
Het
IJslandse gezin, waarmee we aan de praat raken hangt gezamenlijk voor de ramen
en verbaast zich over de donkere zomernacht, wat zij nog nooit hebben
meegemaakt.
Ze
gaan emigreren. Naar Denemarken, voorlopig voor twee jaar vanwege de studie van
mevrouw. De kids gaan dan in Denemarken op school en hij zoekt er een baan.
Ik
was verwonderd dat de heer des huizes nog geen job had in Denemarken maar daar
zat hij niet in het minst mee.
De
klok wijst kwart over elf boottijd en morgen in Hanstholm is het een uur later.
Kwart
voor twaalf, de voetbal is voorbij en de band neemt het over in de Viking-club.
Zo
te horen piano, sax, bas, drum en orgel maar er zou nog een gitaar bij kunnen
zijn en uiteraard kan het ook een gecombineerd eenmansorkest + sax wezen. In
ieder geval zingt er iemand, al dan niet met èchte of uit een doosje meelopende
tweede stem. Niet onverdienstelijk. Alleen Engels; Sylvia's Mother, Eight Days A Week etc.
Zaterdag 24 juni 2006, 16:00h
boottijd,
17:00h Hanstholmtijd
We
zijn er. Het ontschepen hield heel wat in.
We
konden de ingang naar ons cardeck niet vinden, werden van hot naar haar
gestuurd met onze loodzware bagage en kwamen uiteindelijk pas beneden toen de
afrijmanoeuvre al in volle gang was en iedereen dus wachtte op ons, die de
uitrij blokkeerden.
"Vie
aar oll veeting for joe!" zei een Duitse campeneur verontwaardigd, maar het had geen zin om
uitleg te geven, want meteen stonden de Ruud&Ria's in koor te beamen dat
wij de boel ophielden. Er werd niemand gecontroleerd vanwege het oponthoud,
omdat de nieuwe lichting IJslandgangers al ongeduldig stond te ronken en de
boot weg wilde. Easy.
De
tocht door Denemarken gaat langs de kust dit keer. We rijden door pittoreske
dorpjes en uitgestrekte bossen, totdat we een camping pikken waar de baas ons
wijst op de camperwasplaats want in Denemarken zien de campers eruit alsof ze
recht uit de winkel komen. Dat vinden wij nou niet direct nodig en wij wijden
ons aan het bereiden van een maaltijd.
Zondag 25 juni 2006
Het
was 30° en we reden door stadjes met prachtige stationnetjes (Denemarken kent
hier alleen dieseltractie, niet van die warrige draden boven de rails) en
strandjes met binnenmeertjes, die wel in open verbinding staan met de zee waar
het badvolk zijn lol op kon, het was er poepdruk!
En
natuurlijk de gebruikelijke attributen zoals bloedherrie makende speedbootjes
en Pietje-anabolen-types in sportauto's wat je zo recht uit IJsland een beetje
koud op je dak valt, ondanks de temperatuur.
We
besluiten zo ver mogelijk door te rijden die dag en aan de grens met Duitsland,
nog steeds op de provinciale tweebaanswegen die er nauwelijks rondwegen op na
houden, voornamelijk dwars door de stadjes en dorpjes, houden we even halt om
wat te eten bij een soortement van fritkot langs de weg.
Marrit
ontdekt drop-ijs! In Nederland niet te krijgen, blijkt later als ze een mailtje
stuurt naar de makers. We gaan de grens over, nog even door de landelijke
Heimat en dan komen we op de snelweg naar Hamburg terecht. Zo'n 60 km vóór Hamburg begint Marrit te kuchen en
komen we tot de ontdekking dat het stinkt. Buiten. Dit luchtje hebben we meer
dan een maand niet ingeademd en we merken tot onze ontzetting dat wij wel in
een behoorlijk vervuilde regio vertoeven.
De
avond valt. Hamburg
en Bremen voorbij en dan barst de hel
los. Striemende regen, onweer waar je ook kijkt (op IJsland kent men geen
onweer, behalve dan tijdens vulkaanuitbarstingen in de uitstoot) het zicht is
bijzonder slecht en er zijn aanhoudend files.
Op
een gegeven moment vind ik het welletjes en we besluiten wat te gaan eten in
een wegrestaurant. Fish & Chips met salade. De TV staat aan. Het hele
restaurant is versierd met foto's van gasten die er met voetbalshirtjes van hun
eigen land naar de camera staan te ginnengappen, Italianen, Engelsen, Denen,
Fransen, Spanjaarden etc. Het Nederlands shirt wordt gedragen door een lobbes
van een hond. Op de buis nog steeds voetbal, we hadden gehoopt dat het gezeik
afgelopen zou zijn als we terugkwamen en warempel; wie speelt er?
Holland
tegen Portugal! Zoals bekend werd het Hollandse team uitgerangeerd die avond en
toen Marrit begon te juichen dat de gekte voorbij was in de Lage Landen keek
het internationale gezelschap even vreemd op, terwijl ik in een deuk lag.
Maandag 26 juni 2006
Via
Nieuweschans komen we Nederland binnen.
Daar hebben we kennissen, maar aangezien het 4 uur in de morgen is hebben we
dat maar links laten liggen. Rond een uur of 5 staan we op de parking van
tourist-village Orvelte. Eerst naar bed. Voor de
laatse keer deze reis de huiskamer tot slaapkamer omgebouwd en in de sleeping
bag.
Rond
een uur of twee 's middags tijgen we naar Irma en Jeroen, om hallo te zeggen en
onze wiet op te halen.
En
hoe de eerste blow na vijf weken smaakte laat ik aan de fantasie van den lezer
over...
Vrijdagmorgen, 30 juni 2006, 01:11h
De
elfen blijven bij ons.
Vanavond
spelen in Heerenveen (It Hearrenfean).
Dennis
gaat mee met zijn hondje naar Beppe het Beest, koosnaam van de motormuizen voor Lia van café 't Kannèt.
Terug
uit IJsland is een hele sprong.
Regelmatig
denk ik terug aan de rust, de imposante vergezichten, de relaxte vriendelijke
leergierige genereuze bevolking, de schone lucht...
Hoe
ruig is het leven in Ísland, vergeleken bij het ingepakte vertroetelde
onnozelaarsbestaan hier?
In
IJsland houdt de dreiging nooit op.
Reagan en Gorby schudden elkaar de hand op het bordes
van het Höfðihuis en de atoomdreiging nam af.
Maar
IJslanders wónen op atoombommen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, orkanen,
lawines, overstromingen, you name it.
En
als het in IJsland misgaat zoals in 1783 toen de Laki-keten een half jaar braakte en er 300
miljoen ton zwaveldioxyde de lucht inging, kunnen wij het ook wel schudden maar
dat zoek je maar op bij google.
En
dan tòch nog zo levenslustig en optimistisch zijn; da's COURAGE!
Ja,
somtijds is men wat beschouwend. Ik heb de Sayings of the Vikings (uit de Edda van Snorri) de Hávamál naast mij liggen en toen ik het even
moeilijk had in Keflavik of daaromtrent sloeg ik het boek open op de Gerben
Hellinga-manier en ik las:
He
is Unhappy and Ill-tempered
Who Meets all with Mockery
What
he doesn't kNow but Needs to
Are
his own Familiar Faults
Afgezien
van de knal die het veroorzaakte is de rijmvorm van de sayings opmerkelijk. Men
rijmt met alliteraties (of dat prachtige woord STAFRIJM!)
Once
you got the picture lopen ze als een trein.
En
er zijn nog veel meer mooie bij, misschien zet ik er wel een paar op de site,
joepie!
Zoals
W.H. Auden (jeweetwel, die Engelsman
die IJsland bezocht in 1936) zei:
"Lang
houden de meesten van ons het hier niet uit bij die ernstige, bewuste mensen,
wij zijn tè gewend te leven temidden van krankzinnigen!"
Stemt
een mens tot nadenken.
Hier
zit ik dan met modder op mijn kop, klaar om te gaan fiedelen morgen en dat
pleeg ik dan drie dagen achtereen, rij zo'n 600 km, spui mijn gram en deel mijn
geluk met de meute die mij behandelt alsof ik iets zeer speciaals ben terwijl
ik alleen maar wat kroegpraat verkoop.
Nou
ja, bijna alleen dan.
En
IJslanders werken ook hard, alleen is er (nog) niet zoveel troep.
Wàt
een tussenvoegsel, waar slaat dàt nou weer op?
Ik
ga de henna uitspoelen...
Oh,
I love Marrit, mijn elfje!
"Allen die willen naar Ísland
gaan" op
muziek gezet.
Jaja
vogels, iedereen kent wel het "Kaap de Goede Hoop" lied:
Allen
die willen ter Kape varen moeten mannen met baarden zijn
Jan
Pier Tjores en Korneel, die hebben baarden, die hebben baarden
Jan
Pier Tjores en Korneel, die hebben baarden, zij varen mee
(Ik
vraag mij nog steeds af of het nou ter Kape of te kapen was in het begin; men
kon immers een kaperbrief krijgen van de vorst.. legale piraterij zogezeid,
bovendien schijnt het woord 'baarden' hier voor 'wapens' te staan in plaats van
voor aangezichtshaar)
Ook
in België wordt dat lied op school geleerd; nog stèrker, zelfs in Duitsland
leerden de kids ooit in der Schule:
Alle
die wollen zur Kape fahren müssen Männer mit Bärden sein
Jan
und Hein und Klaas und Piet,
die
haben Bärde, die haben Bärde, die haben Bärde
Jan
und Hein und Klaas und Piet, die haben Bärde, sie fahren mit
Leuk
detail vind ik dat ie in het Nederlands niet goed rijmt en in het Duits wèl!
Zouden
wij dat lied gepikt hebben van de Duitsers??
Maar
wij hebben ook zo'n lied over Ijsland, wat nagenoeg niet bekend is.
ALLEN
DIE WILLEN NAAR ÍSLAND GAAN
Allen
die willen naar Ísland gaan om kabeljauw te vangen
En
te vissen met verlangen
Naar
Íseland, naar Íseland, naar Ísland toe
Tot
drie en dertig reizen zijn wij nog niet moe
Komt
er de tijd van de fooien aan, wij dansen met behagen
En
wij klinken zonder klagen
Maar
komt de tijd, maar komt de tijd naar zee te gaan
Dan
is er wel ons hoofd van zorgen zwaar belâan
Als
er de wind uit het Noorden waait wij gaan naar de herberge
En
wij drinken zonder erge
Wij
drinken daar, wij drinken daar op ons gemak
Totdat
de leste stuiver is uit onze zak
Als
er de wind uit het Oosten waait, de schipper blij van herte
Zegt
die wind die speelt ons perten
't
Zal beter zijn, 't zal beter zijn, 't zal beter zijn
Te
lopen voor de wind recht het Kanaal maar in
Langs
de Lezaars, de Schoreis voorbij, vandaar tot aan Kaap Claire
Wie
niet weet, hij zal wel leren
Toen
komt erbij, toen komt erbij ons stureman
En
hij geeft ons de koerse recht naar Íseland
Wij
lopen het eiland Rokol voorbij, tot aan de Vogelscharen
Dat
kan ieder openbaren
En
dan vandaar, en dan vandaar naar Bredefjord
En
daar dan smijten wij de kollen buitenbord
Eindelijk
komen we in Ísland aan om kabeljauw te vangen
En
te vissen met verlangen
Naar
Íseland, naar Íseland, naarÍsland toe
Tot
drie en dertig reizen zijn wij nog niet moe
en
dat was dus de tekst uit het boekje van ons aller Willem, de IJslandfreak.
Aan
"de fooien" kun je de Franse invloed herkennen;
Le
Foire = het
afscheidsfeest (De Fransen gebruikten dezelfde melodie)
Uit
het lied blijkt ook dat men onder Engeland dóór ging i.p.v. naar het Noorden.
Men
wilde zo lang mogelijk dicht bij de kust blijven. De Lezaars is Lizard Point (Zd Engeland) en de Schoreis zijn Schotse eilanden
(Thanks, Jerry).
Kaap
Claire ligt aan
de Noordkant van Ierland, het eiland Rokol staat voor
Rock
All (opgoogelen, zéér interessant!), midden in de Atlantische Oceaan en de Vogelscharen zijn de vogeleilanden voor
de IJslandse Zuidkust.
Bredefjord
(Breiðafjörður)
ligt aan de Westkant van IJsland, precies waar de haaienboer woont.
Zodoende
kregen wij toch een ander beeld van het wijsje en wel hierom!
Toen
we bij de haaienboer verwijlden vertelden wij hem nl. over het lied, the Dutch
came fishing outhere.
Waarop
hij met een ondeugende glimlach antwoordde (vertaald):"AND trading!"
En
aangezien wij in Hólar al tal van Hollandse stuf
hadden gezien Goudse pijpjes, Delftsblauwe tegelkens e.d. begon ons een licht
op te gaan.
Ooit
was IJsland van Noorwegen. De Denen veroverden Noorwegen en toen was het van de
Denen. En de Denen stelden een handelsmonopolie in, alleen Denemarken mocht
handel drijven met IJsland. De straffen voor het ontduiken van die bepaling
waren niet mals, de zwepen knalden lustig op de magere IJslandse ruggen en niet
zelden moesten zij hun transacties met de dood bekopen.
Desondanks
was dat moeilijk te handhaven omdat de Denen het te druk hadden met hun
frequente oorlogen met Zweden and that's where the Dutch come in.
De
handel, officieel dus smokkel tierde welig in die dagen, de IJslanders waren
verzot op scheepsbeschuit, naaigaren en gouden dukaten dus werd er geruild dat
het een lieve lust was.
Reden
voor mijn Lief om er nog een coupletje aan te breien.
Wij
varen naar Ísland al voor de vis, maar ook voor andere zaken
Het
kan de Denen niet vermaken
De
handelsgeest, de handelsgeest verlaat ons nooit
Wij
krijgen hier de warmste wol voor ons droog brood
En
dit was het Reisboekverslag van een onvergetelijke vakantie, met hand- en
voetnoten van de schrijver om met Simon te spreken.
Nog
een laatste noot; de wereld maakt zich druk over de IJslandse walvisvaart maar
als IJsland zo doorgaat met dammen bouwen voor Amerikaanse vervuilende
Aluminiumfabrieken zullen er binnenkort geen walvissen meer verwijlen in de
IJslandse wateren omdat de dammen de sedimenten tegenhouden waarvan het
plankton leeft en er in de fjorden voor de whales straks niets meer te kanen
valt.
Zo
lossen de IJslanders zelf het probleem op.
Uw
toegenegen Armand