IJSLANDREISBOEK

 

PREPARATIONS

 

Eindhoven, 17 mei 2006, 04:00h

De voorbereidingen zijn in volle gang. Vandaag de bus geverfd en de eerste levensmiddelen afgewogen. Nu selecteren wij de theeën die meegaan. Het zijn spannende dagen! We moeten een pakket voor Duitsland/Denemarken, een pakket voor de boot en een levensmiddelenpakket voor IJsland samenstellen. Marrit heeft de toegestane hoeveelheid proviand (3 kg per persoon) tot op de gram nauwkeurig afgewogen en er een staatje bij gemaakt.

Spelletjes en leesvoer gaan mee voor de bootreis.

Vandaag is het 5° in Reykjavik en het regent.

Ik heb ook de Deense verkeerssite gecheckt. Altijd licht voeren is daar de norm, net als op IJsland. En in het Deense heeft men de maximum snelheid verhoogd tot 130, net als in Frankrijk.

Niet dat we van plan zijn te gaan scheuren, zeker niet.

 

Duitsland plannen we te doorkruisen via de snelweg maar in Denemarken nemen we de kustwegen vanaf de grens. In Jutland ben ik nog nooit geweest. Reuze benieuwd.

 

We hebben lijstjes gemaakt voor de mee te nemen bescheiden. Wil heeft mij zijn parka geleend. Het interieur van de camper is omgetoverd door de wijnrode fluwelen gordijnen, buitengewoon knusjes!

 

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om hem reisklaar te maken maar nu is het dan zover.

Ons huis voor een kleine maand.

 

Eindhoven, 19 mei 2006, 02:30h

Zojuist het laatste optreden gedaan vóór de vakantie. In Heerlen gespeeld voor het ABP het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Een gezellige zattemansbende maar ik stak ze zó in mijn zak, bij wijze van spreken.

Marrit werkt vannacht. Ik ga vroeg naar bed want ik heb morgenmiddag rendez-vous bij Dennis "Kenny Goedgaan" om de luifel op de camper te monteren.

En dan zijn we dus reisvaardig.

Telkens moet ik de meeneemlijst nog aanvullen, je ziet zo gauw iets over het hoofd... en IJsland is duur als consumptieland, zeggen ze. Dat is ook logisch want het gemiddelde inkomen ligt op $50,000.-.

 

Wat de ouderdom betreft; het ene boek heeft het over 3 miljoen jaar, het andere over 16 miljoen jaar, maar hoe het ook zij, op die honderden miljoenen jaren dat het vasteland oud is scheelt dat toch niks.

IJsland is piepjong. Zoals het is op IJsland is het vroeger overal begonnen. Het moet een hard, meedogenloos bestaan geweest zijn voordat de mens muziek maakte rond het kampvuur. Leven zoals de wolven; altijd op je qui vive, rusteloos en op alles bedacht.

 

Eindhoven, maandag 22 mei 2006, 04:45h

De luifel zit erop. Met Dennis zaterdagmiddag opgezet. 's Avonds opgetreden in Café De Klomp te Etten Leur; vrijdag toen we ook gesleuteld hadden was dat totaal door mijn kop gegaan.

Hoef je niet te vragen hoe spannend ik het vind.

---

Opgestaan om 13:30h. Mijn handschoen gerepareerd en nu klaar voor de boodschappen, wachtend op Mare, wier Hond(aat)je ik meeneem omdat zij de bus gaat laden en die even háár errands doet. Bij de kaupfelagud (supermarkt) en zo.

 

Eindhoven, dinsdag 23 mei 2006, 02:20h

Maartje is al naar bed.

Zij heeft ècht kort geslapen. Ik heb mijn haar in de henna staan en wacht geduldig tot het is ingetrokken. De bus is nagenoeg geladen. Het Internet meldt blisters of snow op IJsland. Zelfs de ringweg is op sommige plaatsen moeilijk begaanbaar. Temp tussen -5 en +5°.

 

OP WEG

 

Orvelte, 24 mei 2006, 16:00h

Bij Jeroen en Irma.

Irma is boodschappen doen.

Gelogeerd op de parking van Orvelte, aankomst vanmorgen om half 5. Tot 11 uur geslapen en toen naar onze vrienden Jeroen en Irma gegaan die een tinnengieterswinkeltje exploiteren. Irma was boodschappen doen. Fijn in de keuken van de eeuwenoude boerderij ontbeten en toen op den deel onder het rieten afdak met Jeroen een pafje gemaakt, hij zijn shaggie en wij ons jointje en mijn blowgear in Orvelte achtergelaten.

Anna vertrouwt mij nog steeds niet.

 

Hammelev (DK) 25 mei 2006, 00:30h

Duitsland doorkruist. We hebben ons verbaasd hoe lang het licht bleef. Constant in de regen gereden.

Maar nu is het tijd voor een goede maaltijd! Waarbij wij ontdekken dat we 8 soeplepels bij ons hebben. David Rovics speelt vanavond in Aarhus. We sturen hem een sms, en dan gaan we lekker eten.

David lukt niet. We eten andijviestamp. Tegelijk lees ik Marrit voor uit een IJslandse detective van Desmond Bagley.

Buiten is het een graad of tien, binnen staan de piepers te pruttelen. Naast ons heeft een Poolse DAF postgevat. Slapen op de snelwegparking in je eigen huisje heeft toch ook wel wat. Ik heb de situatie op de kaart bekeken; met een beetje geluk kunnen we morgen al in Hanstholm zijn, dan hebben we nog een volle dag om het havenplaatsje te verkennen.

 

Hammelev (DK) 25 mei 2006, 16:30h

Lekker uitgeslapen tot 14:00h. Het is hemelvaartsdag volgens de bijgelovigen.

Geen berichten van het buitengebeuren. Vanmorgen leeggelopen. Oorzaak multiple choice. Op dit moment schijnt de zon, maar het wisselt nogal.

Koud is het echter niet. We zijn van plan via het binnenland naar Hanstholm te rijden. De 'langs de kust route' die we oorspronkelijk gepland hadden gaat toch wat teveel tijd vergen. Dat doen we als we teruggaan. Gisteren ongelooflijke scènes. Ik was in 1968 eens door Hamburg gereden op weg naar Kopenhagen maar dat is nu wel even anders. Vooral de scenery voordat je de Elbetunnel induikt is een droom voor alle modelspoorliefhebbers. Maar nu even ontbijten met een hardgekookt eitje.

 

Hanstholm (DK), de camping

25 mei 2006, 23:48h

Vanuit ons camperraampje kijken wij uit over het noordpuntje van de Noordzee. Er staat een flinke bries die de bus zo nu en dan lichtelijk uit de veren tilt.

Net alsof we al op zee zitten...

Een onvergetelijke locatie hier in de duinen. En de vakantie is eigenlijk niet eens begonnen.

Want zaterdag, de 27e gaan we pas scheep.

Hanstholm is een klein dorpje met op het eerste gezicht allemaal nieuwbouw, veel haven- en vissersgedoe.

"Don't clean fish on the kitchentable!" (Lake Wobegon Days by Garrisson Keillor)

De camping is een Eldorado voor zeevissers; speciaal fileerhuis en diepvries.

 

Even aan zee wezen kijken.

Keienstrand, moeilijk lopen, wit oplichtende boulders. Wel gewoon toegankelijk, geen hekken, parkings en permits zoals in Nederland. We zitten hier zo'n 700 km noordelijker, je ziet dat het licht blijft, ondanks de nacht.

-o-

Wakker worden met uitzicht op zee. Camping Zeezicht. Een manshoge bremstruik naast de bus. Na het hectische Nederland en Duitsland is Denemarken een verademing. Hier is nog ruimte. Het landelijke Denemarken doet soms denken aan het Franse platteland; behalve dan de voorliefde voor oker op de huismuren.

Vandaag schijnt de zon. Gisteren trouwens ook maar de rit van Drenthe naar Haderslev was een en al regen. We hebben gisteren aan de haven de plaatselijke cafeteria (alleen in Holland zeggen ze cafetAria, dus een beetje Europees denken màg) reeds verkend om een bordje fritten (da's weer Vlaams, wat overigens NIETS met Nederlandse Vlaamse Frieten te maken heeft) te eten. Ze kunnen dan wel zeggen dat IJslands Oud Noors is maar ik vind het verdomd veel op Deens lijken.

Niet = ekki (IJslands)

Niet = ikke (Deens)

Hot dog =Pylsur (IJslands)

Hot dog = Pølser (Deens)

En toen ik voor onze IJslandse kennissen in Holland een stukje Noors declameerde ringde dat bij hun geen bell at all.

 

Vanmiddag het dorpje in geweest en inkopen gedaan voor de boot. Waterschoenen, broodjes en het door onze vriendin Beryl de hemel in geprezen Deens gebak. Helaas was de bieb al dicht dus niet kunnen mailen.

De eerste fjorden hebben we trouwens al gezien. Al waren het nog niet van die diep ingesleten inhammen, het was toch mighty spectaculair. Denemarken is eigenlijk een land van eilanden. Voordat er bruggen waren moeten de pontjes het erg druk hebben gehad.

Buiten even een paar trekjes genomen van een sigaret, terwijl ik naar het Noorden keek over het water.

Het wordt hier al niet echt donker meer. (Blijf je aan de gang?)

 

Hanstholm, 27 mei 2006, 01:38h

Straks, om 12 uur gaan we inchecken. De boot vertrekt om 14:00h.

Drie dagen op zee! Ik heb nog nooit zo lang gevaren. Ongetwijfeld zijn er meer mensen op de camping die naar IJsland vertrekken.

Vanmiddag kwamen wij een kolonie IJslandse fietsers tegen met IJslandvlaggetjes aan de pakkendrager. Wij hebben geen Hollands vlaggetje bij ons.

 

DE BOOTREIS

 

M/V Norröna, 16:00h

De 'campingcar' staat op het cardeck en wij hebben cabin 8008. Aan de haven reeds kennis gemaakt met een echtpaar uit Carcassone, Monique et Bernard die ook houden van zwerven en er 5 weken voor hebben uitgetrokken, les veinards! (de bofkonten). En uiteraard is er een campingkonvooi uit Nederland die genummerde rood-wit-blauwe stickers op hun car hebben met een nummertje in het midden en daarboven hun naam. 17: Ruud en Ria, 18: Jan en Diny etc.

Wij zullen in Seyðisfjörður angstvallig in de gaten houden waar zij naartoe gaan om niet in hun konvooi terecht te komen!

We waren nog geen half uur aan boord toen er werd omgeroepen in het Faroes, het Deens, het Noors en het Engels:"Dear passengers, we like to inform you that we are playing Bingo at six o'clock at the Viking Club."

Een buitengewoon gewaardeerd tijdverdrijf in de Scandinavische landen. Na verloop van enige tijd kwam er in de cafeteria een man naast ons zitten met een tosti-ijzer en een zak met maar liefst 5 kilo drop. Toen wij hem toelachten haalde hij alleen zijn schouders op en zei ten overvloede:"I play Bingo!"

 

En de hele nacht heb ik mijn lied "War raging inside" liggen repeteren voor het actiekamp en ik kwàm er maar niet achter. Want ja, op IJsland kun je geen Hollandse protestsongs zingen, dat zet geen doden aan de zeik!

 

Norröna, zondag 28 mei 2006, 15:59h boottijd

Vanmorgen om 4 uur legden we aan in Bergen, Noorwegen. Het binnenvaren van de fjord aanschouwd. Hier zijn eigenlijk geen woorden voor. Slartibartfast (Hitchhiker's Guide To The Galaxy) heeft zijn werk goed gedaan.

Wat IS de wereld mooi!

Marrit heeft me het huis aangewezen waar Grieg woonde en "De Morgen" schreef. Wat een eer dat op mijn nieuwe plaat te hebben. Nu heeft het nog eens zoveel betekenis.

Daarna zijn we in slaap gevallen tot 12 uur.

En nu ik uit onze rechthoekige, ruime patrijspoort kijk zie ik de huisjes van Lerwick op de Shetlands voorbijschuiven. Zoveel mooie kleurtjes. En een schip van Northlink.

In tegenstelling tot Bergen zijn er op de Shetlands weinig bomen alhoewel het wel groen is.

De boot gaat zijn ingewikkelde manoeuvre ondernemen om de achtersteven aan de kade te krijgen. Je hoort de zijschroeven aanslaan.

Voor de kust van Lerwick ligt een booreiland.

Wat onze hut betreft; een ruitenwisser zou leuk zijn. Verder zijn we van alle gemakken voorzien; een broekenpers (daar  zat ik nou ècht op te wachten), föhn, 3 bedden, schrijftafel, TV (these are the things I can do without) minibar zonder alcoholische rommel en we hebben ons dompelaartje meegenomen uit de camper zodat we thee, yannoh en soepjes kunnen brouwen.

 

Gisteravond gegeten aan het buffet diner; copieus, tig soorten vis, garnalen (mmm) en zelfs kaviaar.

Wat opvalt is dat er zoveel mensen aan boord zijn die profiteren van de cheap booze èn het feit dat ze even niet hoeven te sturen. Nondeju wat worden ze zat.

Ieder zijn eigen kick natuurlijk; dat wel!

 

Op weg naar de Shetlands hebben we even ruwe zee gehad. Verder 'hoe zachtkens glijdt ons bootje'

(Nou ja, bootJE...)

En ik denk dat we een albatros gezien hebben onderweg.

 

In de cafeteria

De bootklok wijst 21:45h

We kijken uit over de zee. In de verte een booreiland waarvan de affakkeling duidelijk zichtbaar is, verder alleen maar water.

En dat het nog klaarlichte dag is weten we nou wel.

Op het 5e dek zijn duidelijk de minder beschonkenen vertegenwoordigd.

Hier heerst ook een relaxter sfeertje dan op het 6e.

Behalve natuurlijk in de Viking Club à coté, die om 23:00h verandert in een nachtclub waar je onder de 18 niet in mag.

Doet denken aan IJsland waar het restaurant/bar/club ook rekbaar is, afhankelijk van het uur.

Ze is een mooi schip, de Norröna, gebouwd in Lübeck in 2003.

Dan moet ik weer aan Ome John denken, de weduwnaar van Tante Wil.

Het schip had ook gebouwd kunnen zijn bij Wilton Feyenoord of zoiets als Nederland zijn scheepsbouw niet had verenuweerd!

But that's quite another story.

 

Fascinerend, zo'n drijvend dorp.

Capaciteit 1500 mensen.

Toen we in onze hut arriveerden bleek de plee verstopt. Dan roep je de loodgieter. En die is er binnen een kwartier. No sweat.

And right now wordt er elders in de cafeteria gezongen met gitaarbegeleiding.

Dan jeuken mijn vingers natuurlijk, maar mijn gitaar ligt in de camper op het cardeck en dat is afgesloten gedurende de reis.

Nog een lekker kopje thee.

 

Enfin, ik MOEST even vragen of ik de gitaar vast mocht houden.

Zij kwamen allemaal van de Faroër, op weg naar huis. Allemaal in de 70 schat ik.

En duidelijk gospelfans! Na Amazing Grace en When The Saints vond ik het wel welletjes.

De enige vrouw in het gezelschap had de hele tafel vol liggen met teksten; allemaal godgooierij.

Toen zij mij Go Tell It On The Mountain onder mijn neus schoof als volgende lied deed dat de deur dicht.

Ik begon mijn eigen (vrijetijds) repertoire te spelen en al gauw kwamen er andere gasten bijzitten die meezongen met Mocking Bird Hill, King Of The Road en Mr. Tambourine Man.

 

Ja, die mensen die beweren dat je je doodverveelt op een boot hebben toch niet de juiste instelling aangaande het zeevaren.

 

Toen ik Mr. Tambourine Man zong; de passage 'silhouetted by the sea, circled by the circus sands, with all memory and fate, driven deep beneath the waves, let me forget about today until tomorrow' en over the Atlantic uitkeek kreeg ik een shiver down my spine.

En Marrit vroeg waarom ik Song For Ireland niet gezongen had.

Omdat ik 'm nog steeds niet ken, of course.

Living on your western shore

The summer sunset asks for more

I stood by your Atlantic sea

And I sang a song for Ireland

Hoog tijd dat ik 'm van buiten leer en enkele persoonlijke notes toevoeg.

 

M/V Norröna, Maandag 29 mei 2006, 11:43h boottijd

We liggen voor anker in de haven van Tórshavn. (Faroër Eilanden) De haven van Thor, de dondergod? Of het Keltische Tor voor heuvel? Of het Duitse Tor voor poort of mafketel? Of misschien zitten er gewoon veel torren in de haven...

Het is stralend weer.

In Hanstholm werd gevraagd of we met de camper van boord wilden op de Faroër maar dat vonden we nogal overdreven. We legden immers maar voor 6 uur aan; van 6 tot 12. Gisteravond hoorden we echter dat we mee konden met de excursie over het eiland met een bus, wat duurde van 9 tot 4.

Dus ben ik benieuwd of we inderdaad om 5 uur vertrekken.

En dat wordt dan de 4e etappe; naar IJsland!

 

Vanmorgen begonnen met Deens brood met Hollandse kaas en Griekse olijven!

Leve de decadentie.

Op de menukaart staan nergens specifiek vegetarische gerechten vermeld maar gisteravond maakte de cafetériakok voor Mare een vegetarische salade om je vingers bij af te likken. They're really sweet! En right now geniet ik van een heerlijk bakje Yannoh in de hut met uitzicht op de vuurtoren van de Faroër.

De Dalaï Lama zegt trouwens dat als je al je dromen wilt verklaren, je geen tijd meer over hebt om te dromen.

Vannacht droomde ik dat ik in de Struyckenstraat te E. woonde, in het zilvergrijze kevertje (87-43-RA) reed en moest optreden. Ik was op een of andere manier mijn gear vergeten en moest mijn tas ophalen aan het station waar ik naartoe reed met een Indo-vriend/fan in een zwarte BMW. Bij het station aangekomen ging daar juist een demonstratie van start., het zag zwart van de mensen...

Misschien komt het wel door ons voorleesboek; Op dood spoor en Bob Dylan's 115th Dream. But I don't think about that too much. Marrit checkt de trollenkaart, de mystieke plaatsen van IJsland.

---

Even aan land geweest op de Faroër en de bronzen kanonnen gezien die op de Turken geschoten hebben in de 17e eeuw. Had ik niet gedacht van die Ottomanen, net zomin als van die Algerijnen die ooit IJsland enterden...

Faroërs hebben hun eigen taal. Gebruiken net als de IJslanders de Ð/ð (het Engelse The) maar niet de Þ/þ (het Engelse Think)

Als je Deens leert is het maar een stapje naar het Faroës (Foröyar), Zweeds, IJslands en uiteraard Noors.

"En dat de Faroër altijd in de mist liggen, nou wij weten wel beter!" zegt Marrit.

 

Toch jammer van zo'n boot; als je net geacclimatiseerd bent moet je er weer af. Maar als we morgen ontschepen houdt dat in dat we gearriveerd zijn. IJsland! Land van water en vuur. Er zijn veel Faroërs aan boord gekomen in Tórshavn. Voor hen is het maar een short trip naar Seiðisfjörður. Het is nu half 6 in de middag, naar verwachting leggen we weer aan om 10 uur morgenochtend. We varen 15,6 knopen per uur. Dat maakt dus 17 uur varen. En 265,2  knopen. Een knoop (knot, zeemijl) is 1852 meter dus da's een afstand van 491 km, 150 m en 40 centimeter, ruw geschat.

Marrit is de computerkaart op het 5e aan het bekijken hoe we varen.

 

Wat opvalt is dat er nog veel sneeuw ligt op de rotsige Faroër eilanden. En we varen al geruime tijd door een soort kreek ('n brede dan) waarvan het einde nu in zicht komt.

Mede voelbaar aan het gedrag van het schip dat nu een beetje begint te deinen. Een van de laatste eilanden lijkt op een half weggeslagen krater, maar we weten niet of het hier vulkanisch is.

Fantastisch om een meeuw te zijn. In mijn volgende leven misschien...

 

En wat IS beschaving toch iets te geks!

Zomaar gezamenlijk op zo'n schip, verschillende zeden, talen, gewoonten en we maken het met z'n allen; we respecteren en tolereren elkaar, eten en drinken tezamen, ja je ontkomt er niet aan, wat leven we toch in een prachtige wereld, ontroerend dat we dit mogen meemaken.

Met Engelsen, Schotten, Ieren, Fransen, Duitsers, Tsjechen, Polen, Zwitsers, Oostenrijkers, Faroërs, Noren, Zweden, Finnen, Spanjaarden, Italianen en Hollanders onderweg naar IJsland. Zoals mijn Ome Theo placht te zeggen:"Er zijn alleen maar mensen."

En de Scandinaviërs praten niet, ze zingen!

Leve de vooruitgang!

 

Er werd ons niet verteld dat we een rustige zee tegemoet gingen zoals van de Shetlands naar de Faroër.

Anderhalf uur geleden voeren we tussen de laatste eilanden uit.

Verdwenen in de mist. We moeten minstens 50 km verwijderd zijn. Nu ligt er niets meer tussen ons en Ísland dan de Atlantische Oceaan.

 

OOST IJSLAND

 

Seyðisfjördur

De aankomst op IJsland was spectaculair. Marrit wekte mij met opgewonden uitroepen toen zij de mainland voor het eerst na 23 jaar zag liggen in de stralende zon.

Toen werd er omgeroepen:"Your roomcard will expire in half an hour" en we werden verzocht onze stuff bij elkaar te rapen en naar de gangway te gaan. Daar was het natuurlijk een drukte van jewelste en weldra reden we van boord.

Eerst de Tollur die ons een formulier deden invullen en waar we een sticker op de ruit kregen die aangaf dat we welkom waren tot en met 29 juni.

En toen kwamen we bij de Lögreglan (Lett. de Wetsregelaars).

Toen ik het in een fraai boogje op hun overalls zag staan en een oudere Lögreglan met een pijp naar onze camper zag wijzen begreep ik het al.

De honden-auto's stonden klaar, de bus werd opengegooid en 3 Lögreglans (het meervoud is hoogstwaarschijnlijk anders in het IJslands) en twee honden doken erin.

Uiteraard vertelden wij dat wij blowden omdat dat mag bij ons, Mare moest zich uitkleden, bij mij volstonden ze met wat gevoel en gefriemel over mijn kleren heen. Of het mijn echte haar was, waarom ik hier kwam en toen ik zei:"Kárahnjúkar!" omdat ik een beetje pissig was zei hij:"Are you going to join in the protest?"

Waarop ik repliceerde dat we het actiekamp 3 bottles of wine gingen brengen en play some songs.

En toen gebeurde er iets wat niet in het protocol stond. Hij vroeg:"What do you think about  Kárahnjúkar?"

Ik zei dat ze dezelfde fout maakten als Europa honderd jaar geleden. Of ze daar niks van geleerd hadden?

"We need the money!" zei hij.

"Bullshit" zei ik;" WE are the money!" en wees op de talloze campers en andere vehikels die zojuist van de boot gekomen waren. Hij zweeg.

(Kárahnjúkar is een omstreden damproject; meer nieuws op www.savingiceland.org)

 

Daarna zijn we naar de supermarkt gegaan waar wij ons verbaasden over de milde prijzen. De zon scheen over Seiðisfjörður, het was stralend weer en de temperatuur was zonder meer aangenaam, een graadje of 20, dus de IJslanders waren in een jubelstemming.

Na geld gewisseld te hebben (je bent hier zó miljonair, ik kreeg 135.000 kronen voor mijn 1500 euri) zijn we gaan rijden en na een rit van 30 km de fjord uit naar Egilsstaðir waarop we 17 watervallen zagen (de grote dan; honderden kleine) hebben we voor het eerst gepauzeerd in een IJslands bos net buiten het stadje waar we, naar beneden kijkend uitzicht hadden op een prachtig meer. Er bleek een pad te zijn omhoog tegen de heuvels, gemarkeerd door paaltjes om de 20-25 m en het grapje over het IJslands bos werd hier al meteen teniet gedaan. (Als je verdwaalt in een IJslands bos, wat doe je? Rechtop gaan staan.)

Overal zoemden hommels, het laatste wat ik op IJsland verwacht had en nu begreep ik wat de plok tegen mijn voorruit had veroorzaakt toen ik de haven uitreed. Boven ons vloog een vogel die opviel door zijn roep die het midden hield tussen een kikker en een jonge geit. Waarover later meer.

Doorgereden naar de Hengifoss waterval, 270 m. klimmen (de DOE vakantie) volgens de borden zo'n 3 kwartier à een uur, maar wij waren pas dik 3 uur later weer beneden. Kennelijk gaat het hier over toeristen die boven aangekomen weer meteen rechtsomkeert maken. Maar zó zijn wij niet. Sjonge, wat hebben we genoten.

 

Hengifoss, 31 mei 2006, 11:55h

Lekker geslapen op de parking aan de voet van de waterval. Vooruitkijkend zie ik een soort duinlandschap. Alleen de steile rotsige inham verraadt dat we hier te maken hebben met slechts een dun vliesje soil.

En gisteravond zaten we zonder water, dwz drinkbaar water om thee van te zetten en mee te koken.

Ik ben met de jerrycan naar de rivier gegaan en heb tussen de boulders water gehaald wat uitstekend te drinken was. (Ik dacht als het èrgens kan, is het wel op IJsland)

Het was wel even balanceren over die grote keien voordat ik beneden was maar de thee smaakte er 3 x zo lekker door. Ik vind klimmen trouwens toch wel een kick.

 

Kárahnjúkar, 15:00h

De wind loeit om onze camper heen. Ik sta geparkeerd op een gravelroad, vlakbij de in aanbouw zijnde dam die gigantisch is als ik de vrachtwagens als stipjes eroverheen zie rijden. Marrit onderneemt een wandeling naar het info-center 2 km verderop, goed ingepakt in haar regengear en ik heb zojuist een thermoskan warm water gemaakt voor de thee als zij terugkomt wat nog wel even kan duren.

De rit hiernaartoe was enkele jaren geleden nog niet mogelijk omdat er alleen maar 4x4's konden komen. Nu is er een asfaltweg aangelegd. 60 km door de woestenij, vlak langs de Snæfell, de één na hoogste berg van IJsland. Ik durf met de camper niet verder over de keien, vandaar Marrit's beslissing om te gaan lopen.

Het is hier een komen en gaan van vrachtwagens en Fourwheeldrives. Marrit besloot het infocenter niet te bezoeken (te ver en te nat) en omdat we het actiekamp niet konden vinden gingen we terug de hoogvlakte af naar Egilsstaðir. Daar hebben we een camping gepikt aan de rand van het stadje (3 à 400 inw)

Of Loki ermee speelt ontmoetten we ook hier weer Fransen, twee jongens en een meisje, bij het afwassen.

Eentje spreekt vloeiend Engels, werkt in de UK, de andere is Bretons. Hebben elkaar ontmoet op IJsland. De eerste Fransen op de boot, de tweede ontmoeting op de Hengifoss met een paar dat voyageerde met een gehuurde jeep met opbouw die mijn mening niet deelden dat het leven in IJsland net zo duur was als bij ons, omdat zij voor een baguette 3 euro hadden moeten betalen. Tja, als je persé wilt eten wat je thuis eet...

En de vogels van vanavond hadden een autootje gehuurd in Keflavik, tentkampeerders die hoopten dat hun gehuurde karretje het zou houden op de IJslandse wegen.

 

Vandaag hebben we een heerlijk maaltje gebrouwen van Basmati, Koolraap met satehsaus en olijfjes van de Samkaup supermarkt, dat was smullen!

Op de rit naar de Kárahnjúkar hebben we rendieren gezien. En zwanen. De wilde zwaan, iets kleiner dan de onze met geel/zwarte snavel zonder pukkel die op zijn gemak van Amerika naar IJsland vliegt...

Of kom ik liever terug als een zwaan?

 

En het is nu 1 uur, donderdag reeds maar je kunt het schijnsel van de zon net onder de kim nog steeds zien. De middernachtzon, jawèl!

 

Vandaag, donderdag 1 juni zijn we in Egilsstaðir boodschappen wezen doen. De komkommers kosten nog maar €1,25.

Kaartjes gestuurd en gratis geïnternet in de bibliotheek.

(waarom moet dat 'gratis' er nou weer bij, doe niet zo Hollands)

Vervolgens vertrokken naar Mývatn, het muggenmeer. Letterlijk vertaald natuurlijk het muggenwater.

Helaas was de weg naar de Dettifoss, de grootste waterval van Europa met zijn 40 m hoogteverschil en 200 m breedte nog gesloten.

 

In Mývatn kwamen we pas om 10 uur 's avonds aan, te laat om nog een camping te pikken (dachten wij)

Mede vanwege het onvergetelijke landschap en een bezoek aan het solfatarenveld Namaskjard, vrij vertaald de pruttelpotjes waar het zó hard waaide (en regende) dat ik tegen de wind kon leunen. De eerste aanblik van zo'n veld is bijna beangstigend. De grond en de bergen waarin het gevangen ligt vertonen overal rookpluimen, borrelende poelen met vettig grijs water van meters doorsnee en sissende stoomblazers die zomaar uit een hoop stenen spuiten. De aarde is er beige-roze-oranje-felgeel van de zwavel (sulfer).

Er zijn paden uitgezet waar de grond dik genoeg is om te lopen want het water is tegen de honderd graden. Beter niet instappen. Het gebeurt allemaal op zo'n 1000m diepte waar het naar beneden sijpelende regenwater op een magmahaard stuit, die het verwarmt en weer omhoogstuwt.

 

In Mývatn kom je echt op de breuklijn terecht en dat zie je.

 

Camping Bjarg, Vrijdag 2 juni 2006

Om het Mývatn heengereden om een camping te vinden; uiteindelijk gecampeerd op de parking van het Natuurpark van Reykjalið, een schiereilandje in het Mývatn. 's Avonds vis en piepers gebakken en een heerlijke salade gemaakt van (IJslandse) uien, eieren en olijven en de niet te versmaden IJslandse knoflookjes in sambalzuur.

De volgende morgen uitgeslapen tot een uur of 11 en daarna het natuurpark bezocht. Het Mývatn is een meer dat ligt in een ingezakt lavaveld waardoor er de meest grillige vormen ontstaan waarin je allerlei figuren kunt imagineren.

IJsland is een land van superlatieven. Het meer, de watervallen of de pruttelpotten; het is allemaal even adembenemend (speciaal laatstgenoemden want de zwavelgeur ervan is niet te ontwijken)

 

Vandaag hebben we inkopen gedaan; proviand voor het Pinksterweekend. Want ook IJsland eert zijn tweede Pinksterdag (zegt men)

Vervolgens hebben we de Víti (hel) bezocht, een kleine zij-uitlaat van de grote Krafla waar we om het kratermeer wat nog gedeeltelijk bevroren was heen wilden klauteren boven op de rand. Halverwege een bord 'Lokað' (gesloten, inderdaad, het Engelse Locked) omdat de sneeuw tè verraderlijk was. Toen we naar beneden keken waar ons DAFje stond geparkeerd, kwam er ineens een pickuptruckje de parkeerplaats opscheuren, er sprong iemand uit in overall die met een noodgang naar de rand van de krater spurtte, erin keek en op zijn gemak terugkuierde naar zijn voertuig. Waarom? We'll never know.

 

En nu is het 00:56h op de 3e juni 2006

Marrit is zojuist uitgestapt om het meer en de rode sky te gaan filmen. Het is nog klaarlichte dag.

Maar afgezien van die opmerkelijke fenomenen bevangt je inderdaad een vreemd heimwee.

IJsland, een land dat geen oorlogen kent, een land waar niemand een slot op zijn fiets heeft, waar iedereen zijn sleutels op de auto laat zitten, wat geen leger heeft, waar de zwembaden open zijn van 09:00h tot 24:00h, waar wij onze aangeleerde voorzorgsmaatregelen zoals het afsluiten van auto's en huizen als absurd ervaren, terwijl we weten deze gewoonten te moeten handhaven omdat we over 3 weken weer terug zijn in dat vijandige (zogenaamd beschaafde)klimaat.

Het is om te janken in a way; mensen die camera's en hekken nodig hebben om zich veilig te voelen, gevaarlijke honden en permanente verlichting, sjonge, wat een stakkers zijn we vergeleken met dit tè gekke volk!

 

Maar we hadden het over opmerkelijke fenomenen. We staan op de camping Bjarg met uitzicht op het meer. In de verte zie ik het kerkje (kirkja) van Reykjalið liggen. Gisteren stonden er 3 tentjes op de camping, vandaag is ie vol. Pinksterweekend. Ook de Fransen die we ontmoetten in Egilsstaðir zijn gearriveerd. We staan hier met 3 campers, naast ons twee Duitsers, achter ons een stel Engelsen.

De lucht is blauw, de volle maan zichtbaar en de zon die een uurtje of wat onder is (maar dan maar nèt) beschijnt de wolken die roze oplichten in de blue sky.

We hebben het elektrisch kacheltje aan. Vóór in de auto achter de gordijnen is het 5°. Overal liggen nog patches of snow, terwijl je overdag zonder jas buiten kunt lopen. De IJslanders rijden reeds met alle ramen open in T-shirts en korte broeken, maar dat is IJslands.

 

Camping Bjarg, Zaterdag, nee Zondag 4 juni 2006 01:39h

En het WORDT maar niet donker!

Vanavond in de Lagoon gezwommen. Eerst helemaal wassen, dan pas het water in. Een sensatie!

Minimum 40°, maar in de buurt van de bronnen is het zo heet dat je je nek verbrandt.

Alleen aan de oppervlakte, naarmate je dieper komt is het water minder heet maar je kunt niet constant met je kop onder water zwemmen en daarbij, het is niet dieper dan een goede anderhalve meter. Tien uur 's avonds, de buitentemperatuur een graad of 15, dus een fris hoofd en een warm lijf, op je rug drijven, kijkend naar de blauwe lucht, de zon èn de maan, this ain't heaven, this is paradise!

 

's Middags de hele middag in de Dímuborgir rondgestruind, een ingestort lavameer dat zich gevormd heeft na het wegvloeien van het water met de meest bizarre vormen die ik ooit gezien heb. Weer superlatieven als 'adembenemend' etc.

Ik had het in de zwembadkleedkamer met de Breton van het drietal nog over wat je thuis gaat vertellen; over wat we opschrijven in onze dagboeken en hij zei dat zelfs de foto's die je maakt geen recht doen aan de ervaringen die je hier hebt. Dit moet je zelf beleven voordat je het gelooft. En je kunt hier maar één ding doen; terugkomen!

Oh IJsland, wat ben je uniek! In de  Dímuborgir hebben we op een gegeven moment de blauwe route gekozen "Difficult path" en dat was niet overdreven. Klimmen en klauteren over steile rotsen en natuurlijke poortjes en onderdoortjes. Wat we allemaal gezien hebben valt niet te beschrijven dus ik houd er maar weer mee op.

 

NOORD IJSLAND

 

Momentopname; zondag 4 juni 2006, 21:00h.

Even gepauzeerd in de sneeuw op de mountaintrack. Al 20 km in de third gear over de gravel. Geen hoeven, geen huizen, veel schapen en om het half uur een auto. Overal sneeuw en hoge bergen om ons heen. We rijden door een soort voorde, maar de weg, zoals alle wegen in IJsland is gelegd op een dijk, vanwege de afwatering dat de weg niet wegspoelt. Zojuist een 3,5 km lange éénbaanstunnel gepasseerd met passeeruitsparingen om de 200 m., net voor Olafsfjörður.

Marrit vond het een beetje eng van Dalvik tot de tunnel, alhoewel het daar nog asfalt was; ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook nogal vet vond; vlak langs de zee, vele tientallen meters dieper en honderden meters de lucht in meteen naast het bochtige weggetje, duizelingwekkende hoogteverschillen en zo nu en dan een vangrailtje maar meestal niet.

 

Hierboven in de bergen is de weg slecht. Dat geconstateerd hebbende staat er een bord met 'vegakemdur' wat ongetwijfeld betekent 'nog slechter'. Terug naar z'n twee tot de sanitaire stop. Mare filmt en ik rook een pafje in de sneeuw.

En vort weer met de geit.

De volgende halte was de Goðafoss, een indrukwekkende waterval, weer heel anders dan de Hengifoss, die een verticale indruk maakt terwijl de Godafoss door haar breedte een horizontale indruk achterlaat.

Er is een aanzienlijke uitspanning bijgebouwd waar je kunt tanken en waar ik mijn eerste Pylsur (hot dog) "de zak patat van IJsland" heb genuttigd, gelardeerd met rauwe uitjes, gefruite uitjes, remouladesaus en mosterd. De IJslanders doen er ook nog een streep ketchup op maar dat vond ik teveel van het goede. Ons bezoek viel samen met dat van een touringcar Hollandse zeikerds ("260 kronen voor een ijsje, nou nou...!") en toen hebben we maar IJslands gepraat. "Ég heiti Herman, hvað heitir þu?"

Prachtige opnames gemaakt vanaf gevaarlijke locaties. Al hebben we de Dettifoss niet kunnen zien, dit was minstens zo spannend.

In de Goðafoss (godswaterval) gooide 1000 jaar geleden een boer zijn afgodsbeelden in de plomp en bekeerde zich tot het christendom. Of dat zo'n goeie zet was betwijfel ik nog steeds.

 

---

 

Aangekomen in Hofsós. Uitzicht op het elfeneiland Þorðarshöfdi. De gravelroad hield op bij Saurbær en voerde langs een punt van 1052 m. Ongetwijfeld zaten we daar op een hoogte van 500 m. De sneeuwgrens ligt hier trouwens op zo'n 100 m. NAP of Nieuw Reykjaviks Peil om eea begrijpelijk te maken.

Voor morgen (straks) staat er een wandeling naar de elfenrots op het programma, een eiland waar niemand woont behalve de vogels omdat de Elfen er wonen. Zo simpel is dat in IJsland.

Het eiland is te bereiken via twee ultrasmalle landtongen die alleen te voet (of met een 4x4) te nemen zijn.

We zitten aan de Skagafjord, waar de meest zwarte bladzijde uit de IJslandse geschiedenis zich afspeelde; bij een gevecht in het jaar 1100 kwamen hier honderd mannen om op één dag!

Voor ons, bloeddorstige Europeanen, klinkt dat bijna belachelijk.

 

 

Camping Dæli, dinsdag 6 juni 2006

 

Eerst hebben we Hólar bezocht waar de laatste bisschop met zijn 3 zonen werd onthoofd (zal niet juist blijken, hij hield er wel huis maar werd in Reykjavik terechtgesteld) en de eerste boekdrukpers van IJsland stond, eveneens de eerste middelbare school van dit land werd gesticht die later verhuisde naar Reykjavik.

Uiteraard is er in Hólar nog steeds een universiteit, maar daar was geen leerling aanwezig want IJslandse studenten hebben 4 maanden zomervakantie per jaar, terwijl zij de rest van het jaar intern verkeren, dit vanwege de grote afstanden en de onmogelijkheid 's winters te reizen.

Ook hebben we er de enige kathedraal van IJsland gezien (stel je er niet teveel van voor; een kerk is in IJsland een ruimte voor 12 gelovigen) die nu 900 jaar oud is en waarbij men onlangs een kerktoren gebouwd heeft ter ere van de tragisch omgekomen bisschop. Ook hebben we de turfhuisjes bezocht waarin het gemene volk ooit woonde.

Dat was afzien. Geen verwarming en de halve tijd bedorven eten.

Na de zoveelste grote brand van Reykjavik in 1915 werd het echter verboden nog turf/hout te gebruiken en ging men over op beton en golfplaat. (Alleen in de dorpen en de steden uiteraard, hier op de camping staan alleraardigste houten optrekjes.)

 

Daarna geprobeerd om in Hveravellir te komen maar dat was echt teveel wasbordenweg.

Eigenlijk hadden we verwacht dat deze eerste weg het binnenland in waar we met onze tweewielaandrijving nog nèt konden komen, gesloten zou zijn, maar het geluk was met ons waardoor wij welgemoed zonder verdere voorbereidingen de tocht aanvaardden. Een prachtige rit over de hooglanden met in de verte meerdere gletsjers, een tocht over een stuwdam (gravel) met een meer dat door de lichte mist niet eens te overzien was. Helaas, geen provisie, te weinig brandstof voor heen en terug, dat wel dus en in het zicht van de haven besloten wij om te draaien nadat ik ook nog een wieldop verloor die ik wilde zoeken, dwaas die ik was!

Kamp opgeslagen bij de Electriciteitscentrale waar we de tot nu toe zwaarste storm hebben meegemaakt. Marrit kon er niet van slapen. Spectaculair dus! Ik dacht dat de bus zou omwaaien.

 

Dæli

En nu snijd ik ajuinen voor de Kartöflursalat, waarvoor we vanmiddag de ingrediënten hebben gescoord bij de Samkaup (au spreek je in het Islensku uit als eu tot ui). De Bónus is de discount supermarkt, maar die hebben wij nog niet bezocht, decadento's als wij zijn. Een aan te voeren argument is natuurlijk dat we er nog geen een zijn  tegengekomen.

Men verkoopt hier trouwens ook aardbeien en die zijn net zo duur als bij ons.

Genoeg gelul over prijzen. Het is genieten geblazen.

Trouwens een te gekke camping, we zijn van alle gemakken voorzien. We staan hier met een Duits koppel in een Mercedesbus en in een van de huisjes woont een Hollandse juffrouw die thuis IJslanders (paarden) houdt en hobbyfotograaf is. Ook is er een hotpot.

Wat ik het gaafste vind aan IJsland is dat je hier niet op het water hoeft te letten, want daar hebben ze plenty van. Of het nu warm of koud is, het kost niks want het komt zo uit de grond. Ergens zijn ze wel zo bevoorrecht ondanks hun soms barre klimaat want dat is toch de eerste levensbehoefte.

Een mens kan wéééken zonder eten maar 5 dagen zonder water is funest.

De Duitsers zijn twee weken vóór ons aangekomen in Seyðisfjörður en hebben de Zuid-route moeten nemen omdat de Noord-route nog dicht was. Geboft dus!!

 

Dæli, Woensdag 7 juni 2006

Nou ja, 8 juni want het is al weer half twee in de morgen, al merk je daar niks van.

Vandaag om 11 uur opgestaan, de gebruikelijke handelingen verricht zoals thee zetten, ontbijten, de afwas doen in het clublokaal, bed afbreken en de tafel installeren, de elektriciteit inpakken en de bananen onder de wielen vandaan halen, de campingbazin bedanken voor de uitstekende accomodatie en dan op weg naar de wolfabriek in Hvammstangi alwaar we truien, sokken en jacks hebben gekocht.

 

NOORD-WEST IJSLAND

Toen dóór naar de Westfjorden, waarvoor wij door de Lögreglan gewaarschuwd waren dat de wegen er bepaald slecht bijlagen.

Dat bleek toen we een stuk van 13.300 m kregen waar men bezig was te egaliseren teneinde daarna te asfalteren, maar zover was het nog niet.

Potholes met rode blubber, stukken waar ik meer gleed dan reed in behoorlijk bergachtig terrein but who cares met zo'n landschap om je heen..

Daarna de lange dijk over waardoor je werkelijk de Westfjorden inrijdt en uiteindelijk halt gemaakt op de camping van Hotel Bjarkalundur, waar we voor de eerste keer werden vergast op Harðfiskur,  die je van het vel peutert en consumeert met boter. In dit geval was het Steinbitur (steenbijter) en aangezien wij altijd een zee van naslagwerken met ons meeslepen op vakantie was dat zo gevonden; catfish oftewel zeewolf. Harðfiskur is zo populair in IJsland dat je het in de supermarkt en zelfs aan de pomp kunt kopen; naast de speedbars als Mars en Twix zie je dan gesealde platte pakjes vis en een bak met kleine kuipjes boter.  

Hij beval ons ook Hákarl aan, verrot haaienvlees en drukte ons op het hart ons niet te laten misleiden door de geur want de smaak was prima. Hijzelf had het hier (nog) niet aanwezig, maar als we toch naar Snæfellsnes wilden met de ferry moesten we beslist langs gaan bij de haaienboer, die woonde op de Bjarnarhöfn tussen Stykkishólmur en Grundafjörður waar ze de IJslandse delicatesse, verrot haaienvlees maakten en die een haaienmuseum exploiteerde.

 

We hebben nu al zoveel gravelroad gehad dat ik een beetje begin te wennen aan het gerammel.

Eigenlijk is het hetzelfde effect als toen ik in de sixties in België met mijn Chrysler over de kasseien hobbelde.

Als zo'n weg begon was het net of dat er in die Amerikaan honderd fietsbellen gingen rinkelen.

 

Bjarkalundur, 12:00h,  8 juni

De hele nacht regen en wind.

Dit gebied staat bekend om zijn hardnekkige mist maar we zijn opgestaan met Sunshine and Roses.

---

Marrit fotografeert watervallen die niet eens een naam hebben. We rijden een nieuwe fjord in en tellen er zo al 20.

Het is prachtig weer en behoudens enkele stukjes Malbik is de hele weg gravel.

Reeds een hellinkje gepikt van 16% (!) en terwijl ik schrijf aan ons tafeltje hoor ik op de achtergrond het gedonder van het naar beneden stortende water.

De Westfjorden zijn 11 miljoen jaar oud en lagen pal naast de Oostfjorden (ooit) maar omdat de tectonische platen uit elkaar drijven zijn ze inmiddels 500 km van elkaar verwijderd. Nee, the earth does not belong to us, we belong to the earth als je je het nog niet eerder gerealiseerd zou hebben.

---

Is dat even genieten!

Ik zit aan het riviertje in Bránslækur dat door een nauwe, hoge canyon naar zee stroomt met uitzicht op de Breiðafjörður en aan de overkant zie ik de Snæfellsjökull (Sneeuw-rots-gletsjer) liggen op Snæfellsnes (Sneeuw-rots-schiereiland) waarvan de witte toppen duidelijk zichtbaar zijn, een afstand van zo'n 85 km.

Marrit is doorgelopen naar de beroemde fossielenslenk om versteende bomen en beesten te fotograferen. Ik doe het even rustiger aan, de hele dag gestuurd vanaf het begin van de Westfjorden tot hier waar de ferry op dit moment aan de overkant vertrekt (wat kun je hier ver kijken), alleen maar barre graveltracks, dooreengeklutst als gekarnde boter en er is hier op de rots geen droog plekje te vinden vanwege de talloze naar beneden lopende stroompjes onder de begroeiing dus sta ik inmiddels te schrijven en laat mijn bottom drogen in de zon. Mijn loopneus loopt vrolijk met mij mee, zodra ik buiten kom begin ik te snotteren, liters van dat spul vergiet ik op zo'n wandeling. Ik heb mijn nieuwgekochte "bonker" meegenomen maar daarvoor is het nu toch te warm in IJsland. Nog maar een eindje verder stappen, op zoek naar een mooier uitzicht op de watervalletjes.

Zo, een beetje higher up en niet zo koud aan de kont op de dorre graspollen.

Een klim van 50 m.

 

Beneden zie ik de ferry het ruime sop weer kiezen dus het moet tegen achten zijn.

De baai met de 2500 eilanden.

Het is lekker zitten hier en alhoewel ik een genuine koukleum ben heb ik tot nu toe maar weinig momenten in IJsland gekend waarop ik kleumde.

Het geluid van het altijd maar doorstromende water is een lust voor het oor en de aanblik van dit ruige landschap verzacht mijn zielepijn om de wereld, wetend dat dit permanent is en de ruzieënde mens maar een nanoseconde.

Morris (William) kon hier geen penseel op het doek en geen pen op papier krijgen en is het verwonderlijk? Dit is veel te groots om te vangen in een kadertje.

De zon werpt een schaduw over mijn schrijfhand, eeuwig ruisen de watervallen, nou ja, in ieder geval véél langer dan er mensen bestaan. En het leven is hier nog een avontuur, 10 maanden per jaar kun je niet in het binnenland komen.

Her en der in de bergen staan hutten met de hoognodige voorzieningen, kachel, proviand, radio etc. als je plotseling strandt in een sneeuwstorm, een zandstorm of dat je je weg niet meer kunt vinden door de mist.

Wij daar in Holland denkende de elementen bedwongen te hebben staan hier raar te kijken als de onmogelijkheid zich voordoet überhaupt te moven.

 

Enfin, op dit moment zitten we weer in ons campertje. Het weer is rustiger dan mijn borrelende maag na een heerlijk maaltje van rijst, groentenschotel van witte kool, wortelen en uien, alles Íslensku en een tonijn-ei-knofuithetzuur-salade. Wat hèbben we het goed! We staan hiet met een IJslands echtpaar met kids uit Isafjörður en een koppel uit Bern.

Uitzicht op de baai voor 1500 kroontjes!

-o-

Vanmiddag de basaltgang bekeken in Reykskjord, ten westen van Bránslækur.We hebben de vloed op zien komen tussen de kolossen en nu staan we, na getankt te hebben, op de parking van het Floki hotel waar we ook onze nacht hebben doorgebracht op de aangrenzende camping. Bijna alle hotels houden er ook een camping op na op het platteland.

De bus is zó smerig dat je nu ècht kunt zien dat we van ver komen en alhoewel je bij elke pomp je auto gratis kunt wassen denk ik op dat punt Amerikaans.

Rafna Floki is de ontdekker van IJsland en is hier aan land gegaan. Zo gaat de legende.

(Behoorlijk onwaarschijnlijk; als je uit Noorwegen naar IJsland vaart kom je aan de Oostkant en niet aan de Noordwestkant uit, maar een kniesoor die daarop let)

Hij nam 3 raven mee, die hij onderweg losliet. De eerste vloog terug, de tweede cirkelde boven de boot en landde weer op het dek en de derde vloog hem vooruit en wees de koers naar IJsland. Waar hij na één winter weer vertrok want de helft van zijn schapen vroor dood.

 

WEST IJSLAND

 

Aan boord van de MS Baldur

Varend van Bránslækur via het eilandje Flatey naar Stykkishólmur met een ferry die vroeger gevaren heeft van Harlingen naar Terschelling (Skylgje) onder de naam MS Oost Vlieland.

Beneden op het cardeck stond "Handremmen vast!". Toen begonnen we al te twijfelen of dat wel Íslensku was.

Aan boord in de salon bestelden we pecanbroodjes en nadat we na een uurtje Flatey aandeden met een noodgang, een waar staaltje van stuurmanskunst, stoomden we door naar Stykkishólmur.

In de 'ZELFBEDIENING' wat natuurlijk geen IJslander begrijpt aten we nog "Franskar" (voluit: Franskar Kartöflur - fritten) met een broodje  om vervolgens het afmeren in Stykkishólmur te aanschouwen. (De hele tocht duurde 2½ uur)

De captain, die persoonlijk de tickets was komen halen toen we voor de boot stonden te wachten (we waren met 7 auto's) in Bránslækur en ons vroeg of we een rough ride gehad hadden, noodde ons nadien op de brug van het schip, wat wij natuurlijk niet afsloegen. Daar hoorden wij dat hij in Amerika gewoond had, dat ie tegen de Kárahnjúkar-dam was en dat zijn vriendin op een eilandje in de baai woonde. Hij wees ons ook het eiland van Björk nog aan.

De stuur zat in een armstoel met zijn voeten op het grote stuurrad te sturen (2500 eilanden; IJslanders zijn cool, man!) en wij vertaalden de opschriften bij de knopjes op het dashboard in het Engels, daar zij het schip pas twee maanden hadden en er geen IJslandse gebruiksaanwijzing was meegestuurd.

 

We waren rond half elf op de camping (boot van 8 uur) waar het een drukte van jewelste was (voor IJsland) en waar we een heerlijke soep hebben gemaakt met Turks poor-people-food (Yoghurt met noodles en warme knoflookboter)

De Zwitsers uit Bránslækur staan ook hier weer naast ons (small world) en de volgende morgen vertrekken we om westelijk rond de Snæfellsjökull (de magische berg waar Jules Verne zijn "Reis naar het middelpunt van de aarde" liet beginnen) te rijden naar Arnarstapi, waar de Stapafell, een elfenberg ligt.

Eerst buiten Stykkishólmur bij de Helgafell gestopt, waar in heidense tijden van werd verteld dat de overledenen er naartoe gingen en die, als je hem beklimt zonder te spreken of om te kijken en bovengekomen je gezicht naar het Oosten wendt, mag je drie wensen doen die hij laat uitkomen als  je er met niemand over praat..

Wat we natuurlijk hebben gedaan!

En toen ons bezoek aan de haaienboer. Eerst over de gravel door een van de meest indrukwekkende lavavelden die ik tot nu toe gezien heb; gewoon een onafzienbaar tafereel van neergekwakte stenen, scherp en puntig naar alle kanten, enorm van omvang, 5, 10, 15 meter doorsnee, waardoor er een landschap ontstaat waar absoluut niet is door te komen; een paard breekt er zijn poten, een mens zijn benen. Bovendien is een gedeelte van deze enorme keien ook nog begroeid met zo'n halve meter dik mos, waardoor je elke stap ergens tussen kan schieten. Ik controleer verschillende spleten met mijn zaklamp en constateer dat sommige wel een meter of 4 diep zijn.

Spannend!

 

De haaienboer, een boerderij met enkele schuren en andere bijgebouwen, de gebruikelijke garage met halve auto's en andere argrarische onderdelen en een vriendelijke oude man die ons opwacht aan de voordeur.

We betalen ieder 400 kronen om het museum te zien en de 71-jarige boer vertelt zijn verhaal.

Hij laat ons de boot zien waarmee zijn vader haaien ging vangen, een 6 persoons sloepje met zeil waar ik nog niet mee het IJsselmeer op zou durven, 4 roeiplaatsen, en daarmee voeren zij februari-maart naar de Groenlandse kust waar het 130, 140m diep is om gedurende 1 tot 4 dagen haaien te vangen in een open bootje zonder slaap in bittere kou. Toen hij het stond te vertellen kwamen hem de tranen in de ogen. Voor de vrouwen was het echter nog moeilijker of en wanneer de mannen terugkwamen en ik vertelde hem over Hollandse liedjes waarin deze zaken bezongen werden en dacht aan mijn vader als ie de Klok van Arnemuiden zong.

Tegenwoordig gaat men niet meer op haaienvangst maar krijgt hij zijn haaien van de bijvang bij andere vis.

Maar nu de haai.

Er wordt overal verteld dat ie in de grond gestopt wordt, maar dat is lulkoek volgens mijn haaienvisser.

Het vlees wordt in lange repen gesneden en in houten kisten gedaan. Haaienvlees bevat dodelijk veel ammoniak en dat moet eruit. Dit proces duurt 6 tot 8 weken.

Daarna wordt het verder gedroogd in open schuren gedurende 3 à 4 maanden waarna het geschikt is voor consumptie.

Het kan alléén daar gemaakt worden, op andere plaatsen in IJsland is het te koud dan wel te vochtig.

 

In het museum stonden enkele bakjes met dobbelsteentjes haaienvlees en de beleefdheid gebiedt natuurlijk; eten!

Aangezien ik nogal hartig ben ingesteld vond ik het best lekker; Marrit was er minder over te spreken; "Het is net pis!"

En inderdaad, de ammoniaksmaak is er zeker nog niet vanaf, al verschilt dat van kubus tot kubus, de structuur van het vlees verschilt van gebakken inktvis tot zachte kaas.

 

We hebben er harðfiskur gekocht en twee mutsen die door de kleindochters van de boer waren gebreid.

Hij was ook tegen de Kárahnjúkar-dam en toen ik mijn foto had afgegeven en verteld had dat ze me in Holland de Dutch Bob Dylan noemden zei hij dat zijn broer parlementslid was voor de Left Green Party, de enige partij in IJsland die zijn mondje roert aangaande deze materie en ik gaf hem een foto met verhaal en drukte hem op het hart hem van ons de groeten te doen. 

Daarna heeft Marrit foto's gemaakt van het haaienvlees dat onder een enorm afdak hing uit te wasemen en zij verzekerde mij dat er enig doorzettingsvermogen voor nodig was om het spul tot fotozekere afstand te naderen omdat het bepaald niet fris rook.

Na de haaienboer gedineerd in een restaurant in Olafsvik waar het eten summier was en weinig fantasievol en waar we werden buitengekeken door het dienstdoend personeel. Wat Engelse Posh zat achter ons, zelfs het gelach was niet echt.

Daarna doorgereden rond de Snæfellsjökull (grotendeels gravel) die we nauwelijks gezien hebben door de mist. Gekampeerd in Arnarstapi aan de voet van de Stapafell die we zondagmorgen in volle glorie konden aanschouwen toen we doorreden naar Húsafell, weer het binnenland in. Op de weg genoten van de Barnafoss en de Hraunfossar (Gigantesque!) en gelogeerd op Camping Húsafell die echt te gek was en in de bossen ligt. De volgende morgen, vanmorgen dus, vanwege de regen de geplande lavagrotten gecanceled ('a sense of humor and a sense of adventure is what you need in Iceland' zegt de Lonely Planet wat ik verder maar een klotengids vind) en de trip gemaakt naar Reykjavik, de hoofdstad.

 

Via Borgarness (bijna) en de walvisbaai gerond, een omweg van zo'n 50 km als je de tunnel meerekent die men onder de baai heeft doorgeboord; slechts enkele kilometers lang maar het diepste punt ligt op 165m onder de waterspiegel.

Omdat we al een te gekke tunnel in het Noorden hadden gehad, besloten we om de baai heen te rijden dus, met prachtige landschappen en vergezichten over het water. Daar maakten we iets mee wat ik nog nooit gezien had. We reden vrij hoog boven het water en opeens in een windvlaag werd er ahw een laag water van de oppervlakte 'geschept' en de hoogte in geblazen.

Toen we weer op de grote weg naar Reykjavik zaten waar het aanmerkelijk drukker werd waaide het zó hard dat ik beslist niet met één hand kon sturen, ik durfde niet harder dan 60, 70 km/u te rijden uit vrees dat ik van de weg 'geswept' werd door de tegemoetkomende trucks. De campers die ons tegemoet kwamen hingen helemaal scheef in hun veren, want in Holland waait het soms best hard, wat dat betreft heb ik  al wat meegemaakt maar dit sloeg alles. Een Hollandse storm is hier in IJsland nog maar een flinke bries.

Uiteindelijk reden we Reykjavik in, waar het ons tegemoetkomende verkeer in de file stond. Kilometers! Het bleek later voor een concert te zijn van Roger Waters.

 

Reykjavik, maandag 12 juni 2006,  20:00h

Eerst ingechecked op de camping, daarna de stad in geweest en een bezoek gebracht aan Kaffi Hljomalind in wiens kelder Snarrot gevestigd was, het bio-restaurant dat ook dienst doet als zenuwcentrum voor de Kárahnjúkardam-actie wat gesloten bleek te zijn. Ons werd door Hljomalind aanbevolen het One Woman Restaurant tegenover in de Klapastigur (de klapsteeg dus) waar wij een uitstekende vegetarische maaltijd genoten en een dessert om U tegen te zeggen. Daarna teruggereden naar de camping en de volgende middag te voet naar het centrum getogen alwaar wij foto's gemaakt hebben bij het Höfði-huis, op het bordes gestaan waar Reagan en Gorby ooit stonden en ons verbaasd hoe klein het eigenlijk was. Prachtige plaquettes in het Russisch, Engels en IJslands. En toen, na een nieuw Orðabók (woordenboek) te hebben aangeschaft naar de Laugarvegur (wasweg) de uitgaansstraat van Reykjavik waar wij een uitgebreid gesprek hebben gevoerd bij Snarrot, wat Internetcafé bleek te zijn geworden, annex filmzaaltje waar men buttons verkocht met Íslandsvínur (IJslandvriend) en 9/11 was an inside job

De e-mail doorgenomen en buttons gekocht.

Hier werd ons pas duidelijk dat we umsonst naar de Kárahnjúkar zijn gereden omdat er helemaal geen actiekamp meer bestaat en dat de groep die dat ooit organiseerde niet dezelfde is als die in Snarrot resideert. Confused? You WILL be after next episode!

In ieder geval gezellig gekeuveld en toen de stad in geweest waar wij ons suf geshopt hebben, fish & chips gegeten en uiteindelijk thee hebben gedronken in het oude koffiehuis aan de haven, een meesterlijk optrekje wat de zee ademt in alles, als je er rondkijkt, van de lusters tot de ventilatoren. Dora gesmst die niets van zich liet horen en daarna Hljomalind weer bezocht waar ik met Einar heb afgesproken dat ik volgend jaar kom optreden.

 

Nogmaals geslapen in Reykjavik en de volgende morgen naar het Nationaal Museum geweest wat erg leuk en interessant was en waar het weer omsloeg.

Vertrokken naar Krýsuvik om de solfataren te gaan bekijken toen de ventilatorriem begon te slippen. Doorgereden tot Keflavik (het regende pijpenstelen en woei op z'n IJslands) om de motor wat warmer te krijgen dat ie soepeler loopt en toen we even pauzeerden om terug te rijden had ik 'm goed dik. In het Nationaal Museum had ik een boek met Vikingspreuken gekocht en op de Gerben Hellinga Manier (als je een antwoord zoekt, pak een boek uit de kast; sla het willekeurig open en lees)  vond Marrit: Happiness.

He is unhappy and ill-tempered who meets all with mockery

Dat hakte erin. Ik werd er even stil van.

 

Terug naar Hafnafjörður om te tanken en de trip naar Krýsuvik alsnog te aanvaarden. Meteen buiten Hafnafjörður, een voorstadje van Reykjavik met hoogbouw tot wel 8 verdiepingen begint de dirtroad met hellingen tot 20%, lavavelden in het begin, daarna wordt het steeds bergachtiger en tenslotte rij je parallel aan een meer, redelijk hoog en steil langs het water. In Krýsuvik heeft men ooit de blubberpoelen willen bedwingen en er stoomturbines op aangesloten maar dat is jammerlijk mislukt omdat de druk nogal kon verschillen.

Op een dag is de hele betonnen ombouw, tezamen met bijgebouwen en koffieshop door plotselinge overdruk-van-onderen de lucht in gevlogen (geen persoonlijke ongevallen, ze waren net vertrokken) zodat het nu weer de oude vertrouwde riekende pruttelpotten zijn die het altijd waren. Ook hier hebben de bergen alle kleuren van de regenboog.

Er stond nog een bordje "Toilets" met een pijltje maar ook daarvan restte alleen de betonnen fundering.

 

Die avond geslapen in Hafnafjörður (de Havenfjord) op een camping met gesloten plees en afwasgelegenheid waar men ons 2000 kronars rekende om in het park te slapen; bleek later want 's morgens werd er tegenover onze camper een festivalpodium opgebouwd.

Het campinggebouwtje was de volgende morgen gelukkig open en ik moet zeggen dat ik zo'n dure drol nog niet heb gelegd sinds we IJsland zagen.

We eten er goed van trouwens.

 

Hafnafjördur, 14 juni 2006

Van Hafnafjörður donderdagochtend vertrokken naar Þingvellir waar we van het Amerikaans plat op het Europees plat gesprongen zijn en in een echt sjiek optrekje de thee hebben gebruikt. Þingvellir was zonnig bij tijd en wijle en ongelooflijk betoverend.

Het was de plaats waar de Alþing voor het eerst bijeenkwam in het jaar 930.

Waarmee IJsland de oudste democratie ter wereld is. Van Þingvellir via de gravel naar Geysir waar we de Strokkur (karnton) hebben zien spuiten; zo om de 5 minuten min of meer, en dan zo'n 20, 30m de lucht in met enorme hoeveelheden stoom, ook weer niet te beschrijven. En adembenemende geuren. Marrit kan er goed tegen, ik krijg het er na een tijdje een beetje benauwd van.

De geysir zelf trouwens heeft geruime tijd helemaal niet meer gespoten maar sinds de laatste aardbeving een paar jaar geleden spuit hij weer een keer per dag.

Daar hebben we niet op gewacht, we hebben de camping naast het solfatarenveld (waar die spuiters dus in liggen) betrokken en er ons zoveelste Franse koppel ontmoet aan de afwasbak. Zij werkten allebei in Aberdeen, hij op het booreiland en zij administratief aan de wal.

Ze hadden ooit de Shetlands bezocht en zo was het idee gekomen om naar IJsland te gaan.

's Morgens uit bed geklopt door een chick die om 9 uur geld kwam ophalen. Mooi kut! De eerste keer dat men in IJsland bang was voor wanbetalers. Zal wel komen omdat we nog zo dicht bij Reykjavik zitten, want Reykjavik is geen IJsland, zoals Amsterdam geen Holland is.

Om even terug te grijpen; het was pas in Reykjavik dat we weer werden herinnerd aan Holland; camera's, deuren op slot, files, we waren toch wel weer blij dat we het achter ons lieten.

 

Geysir, 15 juni 2006

De volgende dag (vrijdag) naar de Gulfoss, de gouden waterval omdat er, zodra de zon erop schijnt een regenboog ontstaat. Stromende regen, harde wind maar ook weer onvergetelijk. Natuurlijk geen regenboog gezien maar zonder dat is de Gullfoss toch overweldigend. De Gullfoss stroomt in twee etages die haaks op elkaar staan.

 

Een salade genoten in het bezoekerscentrum; een enorme ruimte met souveniershop waar je Tshirts kan kopen met 'Go Native, drink Brennivin the real Icelandic Schnaps' en minitrollen en kaartspellen met watervallen erop, te gekke fotoboeken van het Noorderlicht wat 's zomers niet te zien is en truien, dassen, mutsen en wanten van echte IJslandse wol, in de wolwereld iets aparts!

Bij de Gulfoss staat het Sigrid huis. Sigrid ijverde voor het behoud van de Gulfoss en dreigde zich erin te storten als er een electrische centrale van zou worden gemaakt.

Jammer dat zoiets niet bij de Kárahnjúkar gebeurde.

 

En van de Gulfoss togen we naar Vík (spreek uit: biek) aan de zuidkust, waar we de avond van de 16e juni arriveerden, de dag vóór Onafhankelijkheidsdag wanneer de IJslanders natuurlijk feest vieren!

Vík is de plaats van de Katla, een vulkaan die begin vorige eeuw het hele stadje wegvaagde. En in Vík staat een Deutsches Denkmal ter nagedachtenis aan de Duitse IJslandvissers en een bedankje aan de mensen van de Zuidkust die zoveel Duitse schipbreukelingen hebben gered.

In Vík hebben we op de 17e juni nog een IJslandse feestgewoonte meegemaakt, waarbij een 4WD over een personenauto heen moest rijden, maar tot groot vermaak van de omstanders bleef hij spinnend in het dak vastzitten.

Dit alles gebeurde terwijl wij de kustrotsen beklommen om papegaaienduikers te zien maar ze van bovenaf naderen was toch te gevaarlijk dus na een flinke klim zijn we ook weer begonnen aan een 'Víkse' afdaling en hebben we ze van het strand af proberen te bekijken wat niet lukte omdat het hoog tij was.

Gelukkig hebben we een paar goeie binoculars dus hadden we de gelegenheid ze te zien dobberen voor de kust. Duizenden en duizenden....

 

Het IJslands voor papegaaienduiker is Lundi wat op z'n Frans weer maandag betekent.

IJslanders hebben ook een spreekwoord, er zijn drie dingen die oud het beste smaken; vrouwen, wijn en Lundi.

Ik heb het maar niet geprobeerd, dat vond ik toch net te zielig. Want ze zijn móói!

En een Lundi kan een snelheid bereiken van 80 km per uur en hij kan tot 60 m diep duiken!

Da's nog eens fenomenaal voor zo'n beestje!

Aan het eind van die middag zijn we nog een eindje gaan rijden en onderweg heeft Marrit weer zo'n maanlandschaps aandoend lavaveld gefilmd.

140 km verder zijn we neergestreken op de camping van de Skaftafell, een natuurgebied wat ingeklemd ligt tussen twee gletsjertongen van de Vatnajökull en door haar beschutte ligging een bijzonder mild klimaat heeft.

Daar hebben we een heerlijk maaltje gebrouwen van bioburgers met Kartöflursalat.

Vervolgens hebben we een nachtwandeling gemaakt terwijl het klaarlichte dag was en ons verbaasd dat we ook echt zichtbaar door twee gigantische gletsjertongen omringd waren.

 

SKAFTAFELL, ZONDAG 18 JUNI 2006, 21:18h

Een stralende dag! Vanmorgen smakelijk ontbeten en daarna de klim aangevangen naar de legendarische Svartifoss (de zwarte waterval) die naar beneden valt over een soortement van overhangend kerkorgel (Hou nou eens op over die kerken; pijporgel!)

Aldaar hebben wij onze hadegismatur (lunch) genuttigd van kummelbrood en gepeperde Noorse kipper (bakharing; nieuwe haring kennen ze hier niet) en IJslandse bananen en toen zijn we naar de Skaftafellsjökull geklauterd op 330 m op het uitzichtpunt Sjónarnipa. Wow man, wow man, mijn eerste gletsjer van dichtbij! En wat voor een!

De Vatnajökull (watergletsjer) beslaat 10% van IJsland, en als je weet dat IJsland 3 x zo groot is als Nederland...

Fascinerend!

 

Sjónarnipa.

Het is een gevaarlijk loodrecht uitkijkpunt en de gedachten die je daar krijgt hoe klein we wel niet zijn, blijven ècht wel even hangen. Pas als er mensen, huizen of werktuigen zijn ter vergelijking zie je pas "how vast" hier alles is. Vanaf de hoogte, zo'n 80 m. kun je beneden de gletsjertong zien 'stromen', naar omhoog zie je 'm slingerend tussen de besneeuwde bergen verdwijnen en naar omlaag eindigt ie abrupt in een grillig meer, waar de delta's ontstaan die men een beetje probeert in te dammen dat er niet zoveel bruggen nodig zijn want de ringweg loopt tussen de gletsjer en de zee.

De ringweg onderlangs de Vatnajökull, het sluitstuk, is trouwens pas in 1974 gereedgekomen en in 1996 weer weggevaagd waarna de IJslanders, die daar niet zo mee zitten, van de verwrongen I-profielen van de weggespoelde brug een monument bouwen en dat opstellen naast de nieuwe brug ter verfraaïng en als reminder(!)

 

Toen we trouwens van de Skaftafell naar de fjord reden zijn we even gestopt bij de IJsmeren.

Het eerste is alleen te bereiken via een dirtroad.

En hier heb ik voor het eerst van mijn leven een ècht gletsjermeer van dichtbij aanschouwd met een loodrechte wand aan de overkant waar met donderend geweld regelmatig stukken afbreken van zo'n 15 meter hoog en wel 50 meter breed die het water doen golven als een stormbranding die minutenlang na blijft rommelen.

Hier worden ijsbergen geboren, die de meest bizarre vormen aannemen en zulke helderblauwe kleuren hebben dat ik het niet voor mogelijk hield. Ik dacht altijd dat IJsbergen wit waren...

Ja, wàt een natuurkrachten om van te genieten, en weer even stil van te worden.

En het heeft toch wel voordelen als je je een eindje van de asfaltwegen waagt.

Daar ben je nagenoeg alleen, behalve een fotograaf, nationaliteit dubieus want er zijn veel buitenlanders die hier in IJslandse huurauto's rijden, wiens wederhelft hem kennelijk had opgedragen zijn kiekjes zo vlug mogelijk te nemen, want na elke foto rende hij naar de volgende locatie op het oneffen terrein, vallend en struikelend, zich ongetwijfeld bezerend om maar zo snel als hij kon weer aan te treden bij de voituur.

 

Het tweede gletsjermeermeer Jökullsarlon ligt vlak aan de ringweg en dat merk je.

Het was er vergeven van de toeristen; minstens honderd (!), er voeren speedbootjes tussen de ijsbergen en zelfs twee amfibievoertuigen waarop je in een open bak de ijsklompen van dichtbij kon aanschouwen in een speciaal oranje kostuum met zwemvest. Natuurlijk tè gek om zo van het land het water in te rijden zonder te zinken.

Er was een uit de kluiten gewassen koek en zopietent en tot onze verbazing een stelletje "uit hetzelfde dorp" zoals de heer van het gezelschap het aanduidde.

Zij hadden twee huisjes geboekt; een week in het Zuiden bij Reykjavik en een week in het Noorden bij het Mývatn.

Hij wilde de Hekla beklimmen en zij was het liefst thuisgebleven had ik de indruk; meer zo'n Spanje-lover.

Ze beklaagden zich over de prijzen nadat wij hadden verteld dat die best meevielen en vergeleken de prijs van een fles biologische bakolie uit IJsland met de gezeefde carterolie die je in Holland bij de Lidl kan kopen. Dat gooien niet nader te noemen kennissen van mij in hun auto, maar daar bak je toch niet mee....

Dat heb ik alleen maar gedacht natuurlijk, je bent wat je eet en daar ben je zelf bij.

Ook begrepen wij uit hun verhaal dat we de goeie optie gekozen hadden; de camper.

Als je een huisje hebt op IJsland moet je de hele tijd pendelen naar en van de bezienswaardigheden, terwijl je met een rijdend huisje gewoon blijft staan waar je bent. En dan hebben we het nog niet over de financiële consequenties!

 

 

Vanmiddag moeder gebeld en weer wat cadeautjes gekocht voor het thuisfront.

En nu ga ik de nationale groente van IJsland snijden; koolraap.

Want we eten rijst met koolraap en satehsaus, gelardeerd met Hvitlaukslauf Provence.

(Uitgesproken Kwietleuksleuf, Hvit = wit) dus Witlook, wat wij knoflook noemen.)

Nog een afwasje gedaan om half een 's nachts, buiten een pafje gerookt en terwijl ik naar de gletsjertong stond te kijken in de lichte IJslandnacht realiseerde ik mij dat het IJsland-avontuur op een eind begint te lopen. Het is maandagmorgen en donderdag gaan we scheep naar Hanstholm in Denemarken.

Wàt een prachtig, ruig, ongelooflijk mooi land!

Woorden schieten tekort voor zo'n vakantie. Ik heb duizend dingen vergeten op te schrijven, net zoals William Morris die zijn tocht te paard volbracht in 1871.

 

Er is zoveel te zien en te bewonderen dat je tijd te kort komt. Want de tijd gaat hier snel. Dat effect heb je tenminste als je de klok bijhoudt. Verzachtende omstandigheid is natuurlijk dat het niet donker wordt dus de dagen duren zo lang als je wakker bent.

Even naar de Skaftafell wandelen bijvoorbeeld, een trotje van anderhalf uur heen en terug staat er op de borden aan de ingang maar we vertrokken om twee uur en waren om 7 uur weer op de camping. Overweldigende indrukken.

Take your time; ook als ik niet stoned ben kan ik dat voortaan.

 

En eindelijk weten we welke vogel het flapperend geluid maakt!

Een vrijwilligster van het IJslands Staatsbosbeheer hielp ons uit de droom.

In het IJslands heet hij Hrossagaukur, in het Nederlands Watersnip. Hij overwintert in Ierland maar alleen hier, tijdens de broedperiode maakt het vrouwtje haar geluid wat zij produceert door met haar staartvleugels te trillen. We hoorden haar voor het eerst in het bos van Egilstaðir in het Oosten en zij heeft ons vergezeld gedurende de hele trip, alhoewel het meisje zei dat ie alleen in het Noord-Oosten broedde.

In het Fries heet ie trouwens Hemelgeitje, dus daar kennen (kenden) ze haar vleugeltruc blijkbaar ook!

 

Maar het meest frappante was wel dat de IJslanders ons nastaarden, sommigen reden aan de pomp een extra rondje om onze camper goed te bekijken.

Want IJslanders zijn merkengeil!

Zoals Willem van Blijderveen, onze beminnelijke IJslandspecialist zonder wiens boek we een hoop gemist hadden, zegt:

Iedere IJslander wil een Toyota Land Cruiser en een flatje in Reykjavik maar als ie dat niet kan betalen (lees: poffen) wil hij wel een andere auto dan zijn buurman waardoor er veel meer merken dan garages zijn, maar DAFjes kent men niet in dit land; sjonge, wat hàdden we een bekijks!

De Land Cruiser gaat trouwens sind kort niet meer op; de duurste huurauto is nu de Lincoln Navigator de Luxe. Of de 17-persoons Hummer maar aan dat gedrocht wil ik verder geen woorden vuil maken.

 

BORGARFJÖRÐUR, 21 JUNI 2006

De zomer is begonnen! Gisternacht gekampeerd aan de fjord en onze voorzorgsmaatregelen getroffen dat we niet meer verrast worden door de regen want aan de Skaftafell was het goed mis.

Het regende op een manier zoals we het nog niet hadden meegemaakt.

Alles was nat, de matrassen, de kussens, de gordijnen en de planken onder het matras.

We hebben de spullen staan te drogen boven de standkachel en 's avonds was nog niet alles droog.

Gisteren dus alles afgeplakt met vuilniszakken en 'duck'tape omdat we niet konden uitvogelen waar het water vandaan kwam. Het kozijn lekte niet.

Twee mogelijkheden; het dakluik of de achterdeur.

In ieder geval hielden we het gisternacht droog.

Vandaag zijn we bij Petra Sveinsdottir geweest die de grootste stenenverzameling van heel de wereld heeft, bedankjes en aanprijzingen van alle groten der aarde en daar hebben we natuurlijk stenen gekocht, hoewel ze hier aan de Oostkant langs de weg liggen; sterker nog, men bouwt hier wegen met halfedelstenen!

Ik schat dat onze verzameling lava en keien nu tegen de 100 kilo loopt en het is maar goed dat we hier niet met een tentje zijn want dan was de vrachtprijs niet te betalen.

 

Daarna hebben we in het Frans Museum in Faskrudsfjörður bezocht en ik heb een boek gekocht over de Franse IJslandvisserij, in het Frans omdat mijn IJslands nog niet toereikend is, al is het boek geschreven door een IJslandse die ook in Frankrijk (Paimpol, Bretagne om precies te zijn) research heeft gepleegd. De Fransen hebben hier een hospitaal en een school en/of een kerk gebouwd en alle straatnamen zijn hier tweetalig.

Albert, de museumdirecteur en het enige aanwezige personeel heb ik beloofd dat ik hem een CD stuur met de Hollandse versie van het IJsland-varen-lied erop, wat in een ouder werkje van Willem staat met de complete tekst.

Ik heb daar de Franse versie gehoord (zelfde melodie) en raakte ontroerd door de verhalen over het wel-en-vooral-het-wee aan het begin van de vorige eeuw.

Men vertrok uit Bretagne in februari en kwam terug in oktober.

Op 12-jarige leeftijd ging men aan boord en zag de Bretonse zomer niet meer voor zijn pensionering, wat de meesten niet eens haalden.

500 Schepen vergingen en 5000 mensen lieten het leven in de 80 jaar dat men op IJsland viste.

Ook veel Vlamingen hadden er een boterham aan in die tijd.

Toen we thee en rabarbercake bestelden in het knusse restaurantje zette hij 4th Time Around van Bob Dylan op en ik vertelde wie ik was en hoe sommigen mij noemen in Holland. Toen we vertelden dat we naar Borgarfjörður gingen drukte hij ons op het hart zijn broer de groeten te doen, die daar een galerie/eetgelegenheid exploiteerde. Na een hartelijk afscheid en de mededeling dat er in Faskrudsfjörður een Hollandse woont die Marjolein heet reden we verder naar het Noorden door de langste tunnel die IJsland rijk is; 5,9 km.

 

En nu staan we dus in Borgarfjörður.

Naast de 30m hoge rots waarvan de legende vertelt dat hier de Koningin van alle Elfen van IJsland woont.

Marrit kiest een trui uit het (Engelstalige) IJslandse breiboek na een maal van rijst, groentenmix bestaande uit tomaat, paprika, wortel, ui, knoflook en kikkererwten waarbij een Turkse ajuinsalade, besprenkeld met sumak, dat heerlijke paarse kruid wat men in Holland nauwelijks kent, wat zelfs maar weinig Turken meer kennen!

De rit van Faskrudsfjörður over Egilstaðir naar Borgarfjörður was ook een avontuur.

We dachten van Egilstaðir in een half uurtje in Borgarfjörður te zijn maar dat viel tegen. Want zo'n tien kilometer buiten E. houdt de malbik op, en dan heb je nog 60 km to go. En als je denkt dat je eronderhand bent, begint de sensatie pas ècht.

Het laatste stuk moet je een bergkam over, zo hoog dat je in de mist reed op het slingerende gravelweggetje, nauwelijks anderhalve auto breed met zicht tot het volgende paaltje. Eindelijk voel je dat de daling is ingezet, een zucht van verlichting, je komt uit de wolken en rijdt een soort dal binnen dat grenst aan de zee.

En dan nog even een van de gevaarlijkste, meest beruchte stukjes weg op heel IJsland, honderden jaren doen hierover al verhalen de ronde van de talloze reizigers die hier naar beneden gekukeld zijn en uiteraard was het een trol die ze naar beneden wierp.

Tot 1949 was het onmogelijk hier gemotoriseerd te geraken; alleen te voet of te paard.

En als je je de weg voorstelt onder sneeuw en ijs in gierende storm hoeven er geen trollen aan te pas te komen om je te laten afglijden van het zielige randje langs de zee dat weg heet.

 

In Borgarfjörður kun je over de zee recht naar het Noorden kijken en daar gaat de zon 's nachts niet onder. Hoewel het bewolkt, winderig en regenachtig was waren de Elfen ons gunstig gezind; om half twee in de morgen brak ineens het wolkendek vlak boven de einder en vingen we een glimp op van de middernachtzon! Nu was de zomer pas ècht begonnen.

 

Seydisfjörður, donderdag 22 juni 2006, 00:01h

Volop bezig met de voorbereidingen voor de terugreis.

Aangezien we op de boot na vertrek niet meer op het cardeck worden toegelaten, is het zaak de juiste paraphernalia te selecteren. We staan hier op de havencamping in een rijtje van campers, omgebouwde vrachtwagens en bussen en uiteraard de gezapige sleurhutten van verschillende nationaliteiten.

Ook de Ruud&Ria's zijn present en verder nog wat Italianen, IJslanders, Denen en Noren.

Onze D309 buurman was zo vriendelijk ons te laten inpluggen op zijn haspel zodat we niet de hele kabel hoefden uit te leggen.

Zojuist bij restaurant Aldan (waar we de enige bezoekers waren) hier in Seydisfjörður gedineerd. Zilveren kandelaars en blinkend kristal.

Er kwam nog wel een koppel binnen maar nadat zij gezeten waren en de spijskaart hadden geraadpleegd hoorden wij verontwaardigde klanken die er hoogstwaarschijnlijk op duidden dat zij het met de prijzen niet eens waren (de vernoemde gerechten streelden de smaakpapillen bij voorbaat) waarna zij weer vertrokken.

Ja, hier ging de bewering dat IJsland duur is even wèl op... evenwel; money is peanuts.

Vanavond is het nu even relaxen van de enerverende dag.

 

Mijn baard staat nu 3 weken en telkens als ik in de spiegel kijk schrik ik van mezelf.

Marrit verbetert:"Twee weken, in de 9e en de 10e nacht sliepen we in de Westfjorden, bij Bjarkalundur.

Afgelopen middag de perikelen.

We hadden overnacht in Borgarfjörður.

Waarschijnlijk heb ik de Elfen vertoornd met mijn ill temper terwijl zij ons nog wel de middernachtzon hadden laten zien.

Vanwege de slippende ventilatorriem startte de auto maar nèt in Borgarfjörður en vlak voor Egilstaðir reed ik de rechter achterband kapot op de gravel.

Het regende en het woei en ik zeulde de krik uit de auto en begon te pompen. Toen hij op zijn hondjes stond probeerde ik de wielmoeren los te krijgen maar die zaten muurvast en terwijl Marrit op zoek ging naar hulp op de dichtstbijzijnde boerderij belde ik de ANWB.

Voordat ik echter had uitgelegd waar we gestrand waren hoorde ik gehamer en gewrik en begon de bus te bewegen dus ik klom naar buiten.

Marrit was gearriveerd. Bij de derde boerderij, zo'n kilometer verderop had zij beet gehad en ze waren met een Volvootje, twee reeds op leeftijd zijnde heren die meteen de handen uit de mouwen staken, recht van het diner geplukt in hun zondagse kloffie.

Ook zij kregen de moeren niet los en maakten ons duidelijk dat ze terugreden naar de boerderij met de woorden:"We go...hammer!"

Toen de auto weer verscheen waren ze voorzien van een moker, een stalen pijp, een bus kruipolie en een potje kopervet.

Met het geweld dat ze toepasten, springen op de kruissleutel en dergelijke gymnastikale acties, braken ze ook nog hun sleutel in tweeën.

De resterende moeren werden verwijderd met mijn eigen moersleutel en nadat het wiel eropgezet was (we kwamen er gewoon niet aan te pas) en de lekke tuub zolang onder de tafel in de bus werd geschoven gaf Marrit hun ieder een fles wijn die eigenlijk voor de actievoerders bij de Kárahnjúkar bestemd waren maar die waren naar huis gegaan.

Wijn is in IJsland een werkelijke luxe, men drinkt Brennivin (37%), bijgenaamd Black Death.

Ze drukten ons de hand. Marrit kreeg van ieder een hug en zo tuften we naar Egilstaðir waar we de bilaverkstædi opzochten om een nieuwe band te laten opleggen.

De eerste verkstædi had mijn maat niet, de tweede, een truckverkstædi ook niet maar daar zitten IJslanders niet mee. Er werd eenvoudig, met mijn toestemming een iets hogere band opgelegd die we in de camper moesten vervoeren want door de grotere maat paste ie niet in de klem onder de bus.

 

Voordat we uit Borgarfjörður vertrokken hadden we bij de Alfastein (Elfensteen) thee willen drinken, waar je van Rock tot Art kunt kopen en lekker kan eten, het etablissement van Albert's broer maar omdat het Dafje zo slecht startte durfde ik hem niet af te zetten en wipte Marrit even binnen om de groeten te doen.

 

Een stormachtige dag dus, in meer dan één opzicht.

Nadat wij de band binnenboord hadden zijn we naar de Samkaup gereden waar we een winkelwagentje vol wol hebben gescoord (elke super verkoopt loads of wol!) voor Marrit en de tricoterende familie en vriendinnen. We werden zowat de winkel uitgezet om acht uur want het personeel wilde naar huis terwijl Marrit de hele wolvoorraad nog had willen scannen.

Terwijl zij wol uitzocht ging ik even op de boekenafdeling kijken waar prompt het licht werd uitgedaan. Tijd is tijd.

Aan de kassa hielp het gezamenlijke winkelpersoneel met uitladen, registreren en weer inladen. Zoef de haas!

 

M/V Norröna, donderdag 22 juni 2006, boottijd 19:05h

De cafetéria.

Beetje ongunstige tijd uitgezocht om te eten; aansluiten in de rij.

Komend in het etablissement zwijgt de Ruud&Riakaravaan of vervalt in gefluister. Vanmiddag ben ik nl 'ontdekt' op het dek.

Ook nu hebben we weer de scheepswinkel gefrequenteerd en Mare heeft een mooi vest gekocht maar de omrekenkoers voor IJslandse kronen is wel èrg ongunstig buiten IJsland. Enfin, we waren gewaarschuwd.

Ook heb ik een fles Brennivin gekocht voor Dirk en Monique, voor bij de Hákarl

in de kaupfelagud en uiteraard harðfiskur. Het is heerlijk om op zee te zijn.

Het afscheid van IJsland was een beetje moeilijk; big boys don't cry maar ik had tranen in mijn ogen dit ongelooflijk tè gekke land te moeten verlaten.

Toen de rotsen van Seyðisfjördur langzaam in de verte verdwenen kreeg ik een vreemd heimwee.

Ik moest terugdenken aan de mannen die ons belangenloos uit de nood hielpen.

W.H. Auden's boek Letters from Iceland is beter te begrijpen als je er geweest bent (als je denkt dat je er bent, ben je er geweest, maar dat terzijde)

Marrit heeft de vertaalde versie, goed vertaald en ook nog rijmend:

In Seyðisfjörður weet elk kind

Dat 's zomers het licht de nacht overwint

 

Na even te hebben zitten schrijven werd ik vriendelijk toegelachen door een der serveersters die ons herkende van de heenreis. Ook nu vroegen we om een vegetarische salade en "on special order" werd die voor ons gemaakt èn geserveerd, in een zelfbedieningsrestaurant nota beide bene!

Of dat nu komt omdat ze ons sympathiek vinden dan wel dat ik heb zitten spelen laten we maar in het midden.

 

Norröna, vrijdag 23 juni 2006, 14:09 boottijd

Tussen Tórshavn en Lerwick

"Wind 6m/sec. Moderate visibility" zei de Captain toen we Tórshavn uitvoeren.

Het regent een beetje. Goed geslapen. Ontbeten met het laatste IJslandse brood. Naar het eind van de middag zou de wind aantrekken to 8 m/sec maar je kunt nu al zien aan de zee dat de heuvels/dalen verhouding groter wordt.

Fanchon ontmoet.

Zij komt uit Brussel, gaat als een TGV en is overal geweest, heeft alles meegemaakt en ze kan vertellen! Het gesprek switcht van Engels naar Nederlands naar Frans en vice versa.

Van Goa tot Rome, van Scheveningen tot het Rokin, toen ze achttien was ging ze met Roel van Duynhoven van het AD (broer van Ton van Duynhoven, de toneelspeler?) zat te borrelen met Hitchcock, kende Sélim Sasson, de Waalse filmcriticus die ik ook nog eens ontmoet heb, kortom une femme du monde.

Zij is freelancefotograaf en noemt zich Cherry Pickles. Maar Cherry Pickles is een Engelse schilder(es) volgens Google en Fanchons zijn er legio. Tòch een mol (undercover)?

Dan wel een freaky!!

Gedockt in de haven van Lerwick, Shetlands.

Gegeten aan het diner-buffet, de keuken is ronduit voortreffelijk!

(En in Brú op IJsland in de cafeteria besloot ik mij niet meer te scheren na een klein bakkie friet wat hier een grote is. Ik kan maar niet wennen aan het zakje patat, je zegt toch friteuse; heb je ooit van een patateuse gehoord??)

Ook nu weer voortreffelijk als ik dat op de heenreis nog niet vermeld had.

Marrit is aan het checken of er vanavond nog een Bingo-sessie is.

Morgenmiddag om één uur.

Marrit stáát erop dat ik erbij vermeld (uitdrukkelijk) dat het MIJN idee was!

De voetbal in de Viking-club is in volle gang!

Fanchon heeft haar Karel de hele dag nog niet gezien.

 

En ik kijk uit over Lerwick en vraag me nog steeds af waar Scapa Flow nu was want het staat op geen enkele kaart.

Alhoewel we hier een half uur zouden dokken zie ik nog niemand aanstalten maken om de passagiersterminal in te halen.

Dwars op ons aan de kaai ligt de Jura (een behoorlijk inlandse naam voor een zeeschip) die haar zoeklichten op ons gericht heeft en verschillende andere vissersboten.

Lerwick is een plaatsje wat ook zó uit een modelspoorweg geplukt zou kunnen zijn, al rijden hier geen trenien.

 

En nu ben ik ook wat meer te weten gekomen over de Faroër Eilanden met hun eigen taal. Zij gebruiken dezelfde runen als de IJslanders op de þ na, hebben tienduizenden wijsjes en plegen nog steeds de rondedans als nationaal fenomeen, zo'n beetje als de polonaise met carnaval.

 

Een nieuwsgierige zeehond steekt in de haven zo nu en dan zijn kop boven water. En de sky breekt open. Blauw!

De zijschroeven draaien, het licht in de cafeteria knippert haast onmerkbaar.

Achter worden de trossen losgegooid; we gaan vertrekken voor de laatste etappe.

Traag trekt de ferry zich aan zijn voorschroeven uit de haven. Dan stoppen de boegschroeven. Het gedreun houdt op en het schip begint zich voort te bewegen op zijn achterschroeven en maakt meteen vaart.

Volgens het computerscherm in de gang varen we met zo'n 19,6 kts.

Morgenmiddag 16:00h komen we naar verwachting aan in Hanstholm, Denemarken dus zou de afstand 630 km moeten zijn.

En met elke minuut verwijderen we ons verder van IJsland.

Vóór mij spreekt men IJslands, naast ons Faroes, achter ons Frans en de voetbal gaat maar door.

Marrit is met haar verhaal net in de Westfjorden gearriveerd en ik kijk naar de hemel die nog steeds niet donker wordt en het ook niet zal worden, al is het half elf in de avond.

Nog steeds vliegen meeuwen met ons mee en menig medereiziger is ijverig bezig zich voor de laatste maal goedkoop te bezatten.

We dineerden naast een alleraardigst Hollands echtpaar dat exclameerde nóóit zo'n voortreffelijk lopend buffet te hebben geconsumeerd. Terecht!

Toch blij dat we een hut hebben. Fanchon vertrouwde ons toe dat de Polen ook deze reis weer buitengewoon vervelend waren in de couchettes.

Allemaal Kárahnjúkar-slaven.

Attention Manus, NO MOCKERY!!

En even heb ik het treinreiseffect als ik naar buiten kijk en het interieur zie spiegelen in de ruiten, een schimmenwereld met èchte mensen die keuvelen aan het tafeltje naast ons, een paartje dat ruzie maakt in een taal die ik niet kan thuisbrengen en de zelfbediening die doordraait alsof de nacht nooit invalt.

En Marrit, voor zover nog niet vermeld, heeft IJslandse pepernoten ingeslagen die niet naar pepernoten smaken, meer lijken (qua smaak) op bitterkoekjes om de meute met Sinterklaas te verrassen. (Jan zal de bijl wel uit de schuur moeten halen!)

 

Het IJslandse gezin (twee meisjes van 12 en 10 en een zoontje van 8) spelen hun spelletjes dwz vader speelt mikado met het meisje van 10 en ma schaakt met haar achtjarige zoon terwijl de oudste tekent en zo nu en dan toekijkt.

"En het zal ook niet donker worden" moet ik terugnemen.

Voor het eerst in dik een maand zie ik weer èchte schemer!

Nondeju wat is het donker buiten zo opeens.

Het IJslandse gezin, waarmee we aan de praat raken hangt gezamenlijk voor de ramen en verbaast zich over de donkere zomernacht, wat zij nog nooit hebben meegemaakt.

Ze gaan emigreren. Naar Denemarken, voorlopig voor twee jaar vanwege de studie van mevrouw. De kids gaan dan in Denemarken op school en hij zoekt er een baan.

Ik was verwonderd dat de heer des huizes nog geen job had in Denemarken maar daar zat hij niet in het minst mee.

 

De klok wijst kwart over elf boottijd en morgen in Hanstholm is het een uur later.

 

Kwart voor twaalf, de voetbal is voorbij en de band neemt het over in de Viking-club.

Zo te horen piano, sax, bas, drum en orgel maar er zou nog een gitaar bij kunnen zijn en uiteraard kan het ook een gecombineerd eenmansorkest + sax wezen. In ieder geval zingt er iemand, al dan niet met èchte of uit een doosje meelopende tweede stem. Niet onverdienstelijk. Alleen Engels; Sylvia's Mother, Eight Days A Week etc.

 

Zaterdag 24 juni 2006, 16:00h boottijd,

17:00h Hanstholmtijd

We zijn er. Het ontschepen hield heel wat in.

We konden de ingang naar ons cardeck niet vinden, werden van hot naar haar gestuurd met onze loodzware bagage en kwamen uiteindelijk pas beneden toen de afrijmanoeuvre al in volle gang was en iedereen dus wachtte op ons, die de uitrij blokkeerden.

"Vie aar oll veeting for joe!" zei een Duitse campeneur verontwaardigd, maar het had geen zin om uitleg te geven, want meteen stonden de Ruud&Ria's in koor te beamen dat wij de boel ophielden. Er werd niemand gecontroleerd vanwege het oponthoud, omdat de nieuwe lichting IJslandgangers al ongeduldig stond te ronken en de boot weg wilde. Easy.

 

De tocht door Denemarken gaat langs de kust dit keer. We rijden door pittoreske dorpjes en uitgestrekte bossen, totdat we een camping pikken waar de baas ons wijst op de camperwasplaats want in Denemarken zien de campers eruit alsof ze recht uit de winkel komen. Dat vinden wij nou niet direct nodig en wij wijden ons aan het bereiden van een maaltijd.

 

Zondag 25 juni 2006

Het was 30° en we reden door stadjes met prachtige stationnetjes (Denemarken kent hier alleen dieseltractie, niet van die warrige draden boven de rails) en strandjes met binnenmeertjes, die wel in open verbinding staan met de zee waar het badvolk zijn lol op kon, het was er poepdruk!

En natuurlijk de gebruikelijke attributen zoals bloedherrie makende speedbootjes en Pietje-anabolen-types in sportauto's wat je zo recht uit IJsland een beetje koud op je dak valt, ondanks de temperatuur.

 

We besluiten zo ver mogelijk door te rijden die dag en aan de grens met Duitsland, nog steeds op de provinciale tweebaanswegen die er nauwelijks rondwegen op na houden, voornamelijk dwars door de stadjes en dorpjes, houden we even halt om wat te eten bij een soortement van fritkot langs de weg.

Marrit ontdekt drop-ijs! In Nederland niet te krijgen, blijkt later als ze een mailtje stuurt naar de makers. We gaan de grens over, nog even door de landelijke Heimat en dan komen we op de snelweg naar Hamburg terecht. Zo'n 60 km vóór Hamburg begint Marrit te kuchen en komen we tot de ontdekking dat het stinkt. Buiten. Dit luchtje hebben we meer dan een maand niet ingeademd en we merken tot onze ontzetting dat wij wel in een behoorlijk vervuilde regio vertoeven.

De avond valt. Hamburg en Bremen voorbij en dan barst de hel los. Striemende regen, onweer waar je ook kijkt (op IJsland kent men geen onweer, behalve dan tijdens vulkaanuitbarstingen in de uitstoot) het zicht is bijzonder slecht en er zijn aanhoudend files.

 

Op een gegeven moment vind ik het welletjes en we besluiten wat te gaan eten in een wegrestaurant. Fish & Chips met salade. De TV staat aan. Het hele restaurant is versierd met foto's van gasten die er met voetbalshirtjes van hun eigen land naar de camera staan te ginnengappen, Italianen, Engelsen, Denen, Fransen, Spanjaarden etc. Het Nederlands shirt wordt gedragen door een lobbes van een hond. Op de buis nog steeds voetbal, we hadden gehoopt dat het gezeik afgelopen zou zijn als we terugkwamen en warempel; wie speelt er?

Holland tegen Portugal! Zoals bekend werd het Hollandse team uitgerangeerd die avond en toen Marrit begon te juichen dat de gekte voorbij was in de Lage Landen keek het internationale gezelschap even vreemd op, terwijl ik in een deuk lag.

 

Maandag 26 juni 2006

Via Nieuweschans komen we Nederland binnen. Daar hebben we kennissen, maar aangezien het 4 uur in de morgen is hebben we dat maar links laten liggen. Rond een uur of 5 staan we op de parking van tourist-village Orvelte. Eerst naar bed. Voor de laatse keer deze reis de huiskamer tot slaapkamer omgebouwd en in de sleeping bag.

Rond een uur of twee 's middags tijgen we naar Irma en Jeroen, om hallo te zeggen en onze wiet op te halen.

En hoe de eerste blow na vijf weken smaakte laat ik aan de fantasie van den lezer over...

 

Vrijdagmorgen, 30 juni 2006, 01:11h

De elfen blijven bij ons.

Vanavond spelen in Heerenveen (It Hearrenfean).

Dennis gaat mee met zijn hondje naar Beppe het Beest, koosnaam van de motormuizen voor Lia van café 't Kannèt.

Terug uit IJsland is een hele sprong.

Regelmatig denk ik terug aan de rust, de imposante vergezichten, de relaxte vriendelijke leergierige genereuze bevolking, de schone lucht...

Hoe ruig is het leven in Ísland, vergeleken bij het ingepakte vertroetelde onnozelaarsbestaan hier?

In IJsland houdt de dreiging nooit op.

Reagan en Gorby schudden elkaar de hand op het bordes van het Höfðihuis en de atoomdreiging nam af.

Maar IJslanders wónen op atoombommen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, orkanen, lawines, overstromingen, you name it.

En als het in IJsland misgaat zoals in 1783 toen de Laki-keten een half jaar braakte en er 300 miljoen ton zwaveldioxyde de lucht inging, kunnen wij het ook wel schudden maar dat zoek je maar op bij google.

En dan tòch nog zo levenslustig en optimistisch zijn; da's COURAGE!

Ja, somtijds is men wat beschouwend. Ik heb de Sayings of the Vikings (uit de Edda van Snorri) de Hávamál naast mij liggen en toen ik het even moeilijk had in Keflavik of daaromtrent sloeg ik het boek open op de Gerben Hellinga-manier en ik las:

He is Unhappy and Ill-tempered

Who Meets all with Mockery

What he doesn't kNow but Needs to

Are his own Familiar Faults

 

Afgezien van de knal die het veroorzaakte is de rijmvorm van de sayings opmerkelijk. Men rijmt met alliteraties (of dat prachtige woord STAFRIJM!)

Once you got the picture lopen ze als een trein.

En er zijn nog veel meer mooie bij, misschien zet ik er wel een paar op de site, joepie!

 

Zoals W.H. Auden (jeweetwel, die Engelsman die IJsland bezocht in 1936) zei:

"Lang houden de meesten van ons het hier niet uit bij die ernstige, bewuste mensen, wij zijn tè gewend te leven temidden van krankzinnigen!"

Stemt een mens tot nadenken.

 

Hier zit ik dan met modder op mijn kop, klaar om te gaan fiedelen morgen en dat pleeg ik dan drie dagen achtereen, rij zo'n 600 km, spui mijn gram en deel mijn geluk met de meute die mij behandelt alsof ik iets zeer speciaals ben terwijl ik alleen maar wat kroegpraat verkoop.

Nou ja, bijna alleen dan.

 

En IJslanders werken ook hard, alleen is er (nog) niet zoveel troep.

Wàt een tussenvoegsel, waar slaat dàt nou weer op?

Ik ga de henna uitspoelen...

Oh, I love Marrit, mijn elfje!

"Allen die willen naar Ísland gaan" op muziek gezet.

 

Jaja vogels, iedereen kent wel het "Kaap de Goede Hoop" lied:

 

Allen die willen ter Kape varen moeten mannen met baarden zijn

Jan Pier Tjores en Korneel, die hebben baarden, die hebben baarden

Jan Pier Tjores en Korneel, die hebben baarden, zij varen mee

 

(Ik vraag mij nog steeds af of het nou ter Kape of te kapen was in het begin; men kon immers een kaperbrief krijgen van de vorst.. legale piraterij zogezeid, bovendien schijnt het woord 'baarden' hier voor 'wapens' te staan in plaats van voor aangezichtshaar)

 

Ook in België wordt dat lied op school geleerd; nog stèrker, zelfs in Duitsland leerden de kids ooit in der Schule:

 

Alle die wollen zur Kape fahren müssen Männer mit Bärden sein

Jan und Hein und Klaas und Piet,

die haben Bärde, die haben Bärde, die haben Bärde

Jan und Hein und Klaas und Piet, die haben Bärde, sie fahren mit

 

Leuk detail vind ik dat ie in het Nederlands niet goed rijmt en in het Duits wèl!

Zouden wij dat lied gepikt hebben van de Duitsers??

Maar wij hebben ook zo'n lied over Ijsland, wat nagenoeg niet bekend is.

 

ALLEN DIE WILLEN NAAR ÍSLAND GAAN

Allen die willen naar Ísland gaan om kabeljauw te vangen

En te vissen met verlangen

Naar Íseland, naar Íseland, naar Ísland toe

Tot drie en dertig reizen zijn wij nog niet moe

 

Komt er de tijd van de fooien aan, wij dansen met behagen

En wij klinken zonder klagen

Maar komt de tijd, maar komt de tijd naar zee te gaan

Dan is er wel ons hoofd van zorgen zwaar belâan

 

Als er de wind uit het Noorden waait wij gaan naar de herberge

En wij drinken zonder erge

Wij drinken daar, wij drinken daar op ons gemak

Totdat de leste stuiver is uit onze zak

 

Als er de wind uit het Oosten waait, de schipper blij van herte

Zegt die wind die speelt ons perten

't Zal beter zijn, 't zal beter zijn, 't zal beter zijn

Te lopen voor de wind recht het Kanaal maar in

 

Langs de Lezaars, de Schoreis voorbij, vandaar tot aan Kaap Claire

Wie niet weet, hij zal wel leren

Toen komt erbij, toen komt erbij ons stureman

En hij geeft ons de koerse recht naar Íseland

 

Wij lopen het eiland Rokol voorbij, tot aan de Vogelscharen

Dat kan ieder openbaren

En dan vandaar, en dan vandaar naar Bredefjord

En daar dan smijten wij de kollen buitenbord

 

Eindelijk komen we in Ísland aan om kabeljauw te vangen

En te vissen met verlangen

Naar Íseland, naar Íseland, naarÍsland toe

Tot drie en dertig reizen zijn wij nog niet moe

 

en dat was dus de tekst uit het boekje van ons aller Willem, de IJslandfreak.

 

Aan "de fooien" kun je de Franse invloed herkennen;

Le Foire = het afscheidsfeest (De Fransen gebruikten dezelfde melodie)

Uit het lied blijkt ook dat men onder Engeland dóór ging i.p.v. naar het Noorden.

Men wilde zo lang mogelijk dicht bij de kust blijven. De Lezaars is Lizard Point (Zd Engeland) en de Schoreis zijn Schotse eilanden (Thanks, Jerry).

Kaap Claire ligt aan de Noordkant van Ierland, het eiland Rokol staat voor

Rock All (opgoogelen, zéér interessant!), midden in de Atlantische Oceaan en de Vogelscharen zijn de vogeleilanden voor de IJslandse Zuidkust.

Bredefjord (Breiðafjörður) ligt aan de Westkant van IJsland, precies waar de haaienboer woont.

 

Zodoende kregen wij toch een ander beeld van het wijsje en wel hierom!

Toen we bij de haaienboer verwijlden vertelden wij hem nl. over het lied, the Dutch came fishing outhere.

Waarop hij met een ondeugende glimlach antwoordde (vertaald):"AND trading!"

En aangezien wij in Hólar al tal van Hollandse stuf hadden gezien Goudse pijpjes, Delftsblauwe tegelkens e.d. begon ons een licht op te gaan.

 

Ooit was IJsland van Noorwegen. De Denen veroverden Noorwegen en toen was het van de Denen. En de Denen stelden een handelsmonopolie in, alleen Denemarken mocht handel drijven met IJsland. De straffen voor het ontduiken van die bepaling waren niet mals, de zwepen knalden lustig op de magere IJslandse ruggen en niet zelden moesten zij hun transacties met de dood bekopen.

Desondanks was dat moeilijk te handhaven omdat de Denen het te druk hadden met hun frequente oorlogen met Zweden and that's where the Dutch come in.

De handel, officieel dus smokkel tierde welig in die dagen, de IJslanders waren verzot op scheepsbeschuit, naaigaren en gouden dukaten dus werd er geruild dat het een lieve lust was.

Reden voor mijn Lief om er nog een coupletje aan te breien.

 

Wij varen naar Ísland al voor de vis, maar ook voor andere zaken

Het kan de Denen niet vermaken

De handelsgeest, de handelsgeest verlaat ons nooit

Wij krijgen hier de warmste wol voor ons droog brood

 

En dit was het Reisboekverslag van een onvergetelijke vakantie, met hand- en voetnoten van de schrijver om met Simon te spreken.

 

Nog een laatste noot; de wereld maakt zich druk over de IJslandse walvisvaart maar als IJsland zo doorgaat met dammen bouwen voor Amerikaanse vervuilende Aluminiumfabrieken zullen er binnenkort geen walvissen meer verwijlen in de IJslandse wateren omdat de dammen de sedimenten tegenhouden waarvan het plankton leeft en er in de fjorden voor de whales straks niets meer te kanen valt.

Zo lossen de IJslanders zelf het probleem op.

 

Uw toegenegen Armand