|
De Nonkel nam ons, als we in Antwerpen op vakantie waren en logeerden boven het cafe Op Sinjoorke mee in zijn grote Citroen traction
naar Brussel alwaar wij pannenkoeken aten, naar Brugge alwaar wij garnalen en caracollen consumeerden en naar DIEnant
(Als Vlaming weigerde de Nonkel diNAN te zeggen) in de Ardennen waar wij Ardens brood met zoute boter en Ardeense Hesp tot ons namen
op een terrasje aan de Maas tussen Dinant en Namen, want al was mijn Belgische Oom dan cafebaas, drinken deed hij niet, maar hij hield van eten.
En zo zag hij er ook uit. Met Papa kon hij het uitstekend vinden, hij was ook motorgek, hield alle races bij op de radio en in de kranten ,
en had eveneens een brede algemene interesse. En aangezien Eindhoven in de fifties de plaats niet was om erachter te komen hoe de wereld
in elkaar zat wat ik afleidde uit het feit dat ik meer wist van de wereld dan degenen die het mij daar moesten leren,
Hield ik mijn ogen en oren wijd open. Ze hadden bv nog nooit een Rolls, een Cadillac of een Congolees gezien.
|
Helaas werd mijn ontdekkingsreis door het kinderleven regelmatig wreed onderbroken door talloze verkoudheden,
griepen astmatische aanvallen en Heavier longaandoeningen, die ik thuis of in het hospitaal uitziekte.
Het was aldaar dat ik een plastic blokfluit kreeg, waarop ik Stille Nacht speelde, heel zachtjes onder de dekens.
Totdat ik 9 jaar werd, in het ziekenhuisbed en Tante Liza op bezoek kwam.
|