|
Analoog is de opbouw :
WESTONE actieve basgitaar
ARIA The Cat Pro II electrische gitaar
LOWDEN accoustische gitaar
EKO spaanse gitaar
WELTMEISTER accordeon
Mijn merkloze Saz (Langsteelluit)
IBAREZ mandoline
AURA blokfluit
MOECK basso
ROTH tenorsax
SCHENKELAERS Cornet
YAMAHA drumstel
Trommels & trommeltjes
Duimpiano
Mondharpen
HOHNER Mondharmonica’s
En al heb ik in de tover-effectendoos van mijn studio wel tweehonderd
wierde FX zitten, ze blijven natuurlijk digitaal, vandaar dat ik
voor de electrische gitaren mijn toevlucht heb genomen tot mijn
aloude BOSS pedaaltjes en mijn IBANEZ
wahwah. Noblesse oblige.
Om het geheel met elkaar te combineren koos ik voor een BEHRINGER
MX1604A mixtafeltje, heel wat minder indrukwekkend dan mijn
ALESIS 1622 die ik bij mijn 4-sporen
cassettestudiootje gebruikte maar die was tijdens de renovatie van
mijn stulp verrot.
De eerste liedjes nam ik op met een AKG C1000S
condensatormicrofoon, maar nadat ik commentaar kreeg over mijn «
vlakke saxen » heb ik er een grootmembraan BEHRINGER
B2 afgeknepen, die ik cadeau kreeg van Theo Conijn op voorwaarde
dat ie op de hoes mocht. (Theo heeft met zijn broer Frank een muziekwinkeltje,
waar ik altijd welkom ben om mijn laatste creatie uit mijn homestudio
eens aan een decibeltest van zo’n 2 x 1000 watt te onderwerpen om
te horen hoe het in de disco zal klinken, waarvoor ik hen zeer erkentelijk
ben; op dat punt geloof ik niet in speakersimulatie) waarmee ik
de rest van mijn instrumentale en vocale analoge dingers heb opgenomen,
een lumineus idee, naar later bleek.
|
Ik ben begonnen met het lied Common Sense, niet het
gemakkelijkste, meteen in het diepe. Het is een bangra, een soort
Indiase Housemuziek die het hier nog steeds niet gemaakt heeft maar
ook de Arabische landen reeds heeft veroverd.En aangezien
het eigenlijk dansmuziek is heb ik het maar summier van tekst voorzien,
al is ie wel puntig zogezeid. Het knippen en plakken heb ik bewust
overgeslagen, dat vind ik beneden mijn waardigheid. Als ik ernaastzing,
doe ik het opnieuw, het idee om met een refreintje te gaan liggen
slepen omdat je andere niet goed is grenst bij mijn muzikale beleving
aan het absurde. En dat kan in de zaal ook niet. (« We never gig
», blijf dan op je zolder zitten en val me niet lastig met je rommel.)
Wat nu ?
Na er zo’n 4 maanden aan gewerkt te hebben, besloot ik ‘m op te slaan en door te gaan met iets eenvoudigers, en iets waar ik the hang al van had, een ballad.
Dat werd Pijpje Puur, wat ik inspeelde met de accoustische gitaar en de Saz voor het laag, de mandoline voor het hoog. Geen tweede, maar een octaafstem bij de zang in het refrein.
Sfeertje. Ik nam Waar Je Bijstaat ook nog op, en toen had ik weer genoeg moed verzameld om de bangra te finishen, wat overigens nòg twee maanden duurde voordat ik er tevreden mee was. Maar de luxe om een half jaar over een lied te mogen doen, hield mij constant in een jubelstemming. (Spelen !!! Repeteren doe je maar in je eigen tijd ! Weet je wat dat hier kost per uur ???)
Ik was de rijkste muzikant van het Universum !!!
Wordt vervolgd.
|