|
Februari 2003
De Maandelijkse
Portie Plezier
(Helaas, fans, deze maand een column voor muzikanten,
inside gelul eigenlijk, begrijp je iets niet, LEES EROVERHEEN OF
MAIL MIJ)
Het politieke gelul achter de rug, wordt het hoog tijd dat we het eens over muziek gaan hebben.
Ik ga hier een stukje (ongewild) reclame maken, maar dat kan niet anders voor het muzikaal begrip.
Tenslotte wordt er niet alleen meer gemusiceerd op de blokfluit, om maar eens een dwarspijp te noemen.
Welaan, alle liedjes voor het album zijn afgemixt en gemasterd (loze termen voor de leek),
in ieder geval ligt het spul klaar om elpees van te maken als de hoes klaar is, waaraan hard gewerkt wordt.
Misschien is er wel een wereldprimeur gesmeed; drie elpees in een zelf ontworpen album van 90 x 30 cm met uitsluitend zelfgeschreven,
nieuwe songs, geheel gespeeld, gearrangeerd, gezongen, geproduceerd èn opgenomen door ondergetekende, ik licht u in omtrent mijn wedervaren.
Bij mijn weten zijn de enige tripels Woodstock, Bangla Desh, The
Last Waltz en Santana. En dat zijn ook nog Various Artists en Ouwe
Songs. (Mail mij als ik het mis heb !!)
« Je krijgt van mij 3 elpees in een drieluik » heb ik in de zaal beloofd, omdat mijn drieluik « Een Beetje Vriendelijkheid » uit 1974 slechts twee elpees bevatte, dit vanwege tijdgebrek/onwil van de platenmaatschappij.
(Don’t worry, deze keer ben IK de platenmaatschappij)
Dus… ik had een mooie droom.
Een elpee maken in een analoge studio (jeweetwel, met die recorders die lijken op wasmachines) begeleid door een groot blaasorkest, het geheel masteren op de REVOX en dan rechtstreeks naar de snijerij om een lakplaat (bij CD: glassmaster) te maken.
|
Helaas… het groot blaasorkest werd net zo duur als de hele elpee en de analoge studio gooide haar wasmachines
buiten en ging over op digitaal (jeweetwel ; diskdozen)
Dáár stond ik.
Wat nu ?
Na diep gedacht te hebben kwam ik tot de conclusie dat ik maar één mogelijkheid had om mijn droom te verwezenlijken ; alles zelf doen.
Het werk van zo’n 15 man op mij nemen en aan de slag gaan.
Ik schafte een 16 sporen HD recorder aan van de heer Ikutaro Kakehashi die vond
dat muzikanten zelf hun muziek moesten kunnen opnemen, zonder hun verkering uit te hoeven maken.
Ik was dan ook zeer verheugd dat « Mr. Roland » in het Science Museum in Londen een plaquette heeft mogen ondertekenen waarop staat :
« He designed the future. »
Volkomen terecht !!
En het eerste begin was moeizaam, ondanks mijn 30+ jaren studioervaring.
Want de studio die ik van oudsher kende besloeg een halve graanschuur met apparatuur en dat was nu ondergebracht in een soort dubbele réchaud.
(Als ik het ding naar de « mastering Room » schakel, ga ik in gedachten nog steeds de deur van de controlekamer uit en het trapje af naar het kleine hok met de STUDERS en de REVOXEN, het heilige der heiligen waar het uur van de waarheid telt ; zó zal men ‘m uiteindelijk horen.)
Voorjaar 2000 begon ik te studeren. ‘n Half jaar heb ik zitten blokken voordat ik de studio uit zijn beschermzak haalde ; ik studeerde in bed, in de kleedkamer, in de trein en in de koffieshop.
Natuurlijk is 16 sporen lang niet genoeg, maar aangezien je digitaal straffeloos kunt bouncen
binnen je 24bits domein kwam ik al gauw aan een 40 – 50 sporen per lied.
Uiteraard begon ik de meeste songs met drum ‘n bass, maar de songs met accoustische gitaar
deed ik andersom ; éérst de gitaar, daarna speelde ik de basgitaar en de drums in, zoals op Terug Naar De Aarde met Fredje Cavalli, al zat daar geen drumstel bij.
Mijn werkpaarden zijn een ENSONIQ SQ1
(American pride en Philips inside), mijn analoge CASIO
CZ230S (Wat een mondvol voor zo’n klein ding), de niet genoeg
te prijzen ALESIS HR16B die ik van
E10 van JaJa kreeg en mijn KURZWEIL
piano wat het MIDI gebeuren betreft.
|